Samenvatting Privaatrecht:
Het privaatrecht beschrijft hoe natuurlijke personen en rechtspersonen met elkaar om moeten gaan
Natuurlijke personen: Mensen van vlees en bloed
Rechtspersonen: die een juridisch zelfstandig leven leiden in het rechtsverkeer
(bv.: N.V., B.V., stichting en vereniging).
Het recht kan op verschillende manieren worden onderverdeeld:
Internationaal recht tegenover nationaalrecht
Privaatrecht tegenover Publiekrecht
Dwingend recht tegenover aanvullend recht
Objectief recht tegenover subjectief recht
Materieel recht tegenover formeel
Privaatrecht: tussen burgers onderling
Personen en familierecht
Vermogensrecht
Publiekrecht: overheid en de burger
Staatsrecht
Strafrecht
Bestuursrecht
Objectief: Geheel aan rechtsregels. Het recht zoals dit in de wetboek staat en verdragen..
Subjectief: Hiermee wordt het recht van een persoon mee bedoeld. Bijvoorbeeld het recht op
kiesrecht.
Formeel recht: Gaat over de procedureregels, waar moet je proceduren bij de rechtbank
bijvoorbeeld, hoe moet je procederen, welk termijn moet in acht genomen wordt. Het legt de
procedure uit. Het procesrecht regelt hoe jij het materieel recht voor elkaar krijgt
Materieel recht: Dit gaat over de inhoud, dus de rechten en plichten van een persoon.
De drie belangrijkste beginselen van het privaatrecht:
Contractsvrijheid:
- Contractsvrijheid (art. 7:246 BW): iedereen is vrij om een overeenkomst, al dan niet, aan te
gaan, te kiezen met wie hij handelt en wat de inhoud is van de overeenkomst > vrije keuze
- Vormvrijheid (3:37 lid 1 BW): Geen speciale vorm waarin handelingen verricht moeten
worden. zo kan een overeenkomst zowel mondeling als schriftelijk tot stand komen. Gericht
op totstandkoming van overeenkomst.
- Pacta sunt servanda (3:248 lid 1 BW): overeenkomst moet worden nagekomen
,Bronnen van het Privaatrecht:
- Wet: regels afkomstig van overheidsorgaan die gericht zijn tot iedereen. Ze leggen rechten
en plichten op. Burgerlijk wetboek is het belangrijkste binnen het privaatrecht.
- Jurisprudentie: uitspraak van rechters
o Vonnis = van de rechtbank
o Arrest = van gerechtshof + hoge raad
o Als je het niet eens bent met een uitspraak van de rechtbank kan je naar het
gerechtshof gaan, daarna naar de hoge raad
- Gewoonterecht: ongeschreven recht. Wanneer gewoonterecht kan worden gebruikt:
o Herhaling van gedrag voor een lange tijd
o Rechtsnorm (moet geaccepteerd worden als gewoonterechtelijke regel)
- Verdragen: internationale overeenkomst tussen staten, staten en organisaties en tussen
organisaties onderling. (Bijv. VN)
o Werkt tussen de partijen die een overeenkomst hebben gesloten maar burgers
kunnen er ook beroep op doen als zij vinden dat hun rechten zijn geschonden.
, Week 2:
Feiten zijn gebeurtenissen, omstandigheden, handelingen en verloop van tijd. Handelingen zijn dus
een onderdeel van feiten en worden door mensen verricht
Feiten worden onderverdeeld in feiten met rechtsgevolg en feiten zonder rechtsgevolg.
Een voorbeeld van een feit zonder rechtsgevolg is het kijken naar tv of een gesprekje met
een medestudent,
Een rechtsfeit heeft wel rechtsgevolg. Het zijn feiten waar consequenties aan zitten.
Rechtsfeiten kunnen weer verdeeld worden onder:
Blote rechtsfeiten: Ontstaan zonder handeling, bijvoorbeeld geboorte of overlijden
Menselijke handelingen: Ontstaan door een menselijke handeling
Menselijke handelingen zijn te verdelen onder:
Rechtshandelingen: heeft als doel om rechten en plichten te scheppen. Bijvoorbeeld het kopen van
een huis.
Feitelijke handelingen: had niet het doel om rechten en plichten te scheppen, maar er is wel een
rechtsgevolg. Niet ontstaan door een afspraak of uit eigen wil, maar door de wet
Onrechtmatige daad: daad die volgens de wet onrechtmatig is
Rechtmatige daad: daad niet in strijd met de wet
Wanprestatie: rechtsgevolgen zijn ontstaan doordat één iemand zich niet aan de afspraak
houd.
Het privaatrecht beschrijft hoe natuurlijke personen en rechtspersonen met elkaar om moeten gaan
Natuurlijke personen: Mensen van vlees en bloed
Rechtspersonen: die een juridisch zelfstandig leven leiden in het rechtsverkeer
(bv.: N.V., B.V., stichting en vereniging).
Het recht kan op verschillende manieren worden onderverdeeld:
Internationaal recht tegenover nationaalrecht
Privaatrecht tegenover Publiekrecht
Dwingend recht tegenover aanvullend recht
Objectief recht tegenover subjectief recht
Materieel recht tegenover formeel
Privaatrecht: tussen burgers onderling
Personen en familierecht
Vermogensrecht
Publiekrecht: overheid en de burger
Staatsrecht
Strafrecht
Bestuursrecht
Objectief: Geheel aan rechtsregels. Het recht zoals dit in de wetboek staat en verdragen..
Subjectief: Hiermee wordt het recht van een persoon mee bedoeld. Bijvoorbeeld het recht op
kiesrecht.
Formeel recht: Gaat over de procedureregels, waar moet je proceduren bij de rechtbank
bijvoorbeeld, hoe moet je procederen, welk termijn moet in acht genomen wordt. Het legt de
procedure uit. Het procesrecht regelt hoe jij het materieel recht voor elkaar krijgt
Materieel recht: Dit gaat over de inhoud, dus de rechten en plichten van een persoon.
De drie belangrijkste beginselen van het privaatrecht:
Contractsvrijheid:
- Contractsvrijheid (art. 7:246 BW): iedereen is vrij om een overeenkomst, al dan niet, aan te
gaan, te kiezen met wie hij handelt en wat de inhoud is van de overeenkomst > vrije keuze
- Vormvrijheid (3:37 lid 1 BW): Geen speciale vorm waarin handelingen verricht moeten
worden. zo kan een overeenkomst zowel mondeling als schriftelijk tot stand komen. Gericht
op totstandkoming van overeenkomst.
- Pacta sunt servanda (3:248 lid 1 BW): overeenkomst moet worden nagekomen
,Bronnen van het Privaatrecht:
- Wet: regels afkomstig van overheidsorgaan die gericht zijn tot iedereen. Ze leggen rechten
en plichten op. Burgerlijk wetboek is het belangrijkste binnen het privaatrecht.
- Jurisprudentie: uitspraak van rechters
o Vonnis = van de rechtbank
o Arrest = van gerechtshof + hoge raad
o Als je het niet eens bent met een uitspraak van de rechtbank kan je naar het
gerechtshof gaan, daarna naar de hoge raad
- Gewoonterecht: ongeschreven recht. Wanneer gewoonterecht kan worden gebruikt:
o Herhaling van gedrag voor een lange tijd
o Rechtsnorm (moet geaccepteerd worden als gewoonterechtelijke regel)
- Verdragen: internationale overeenkomst tussen staten, staten en organisaties en tussen
organisaties onderling. (Bijv. VN)
o Werkt tussen de partijen die een overeenkomst hebben gesloten maar burgers
kunnen er ook beroep op doen als zij vinden dat hun rechten zijn geschonden.
, Week 2:
Feiten zijn gebeurtenissen, omstandigheden, handelingen en verloop van tijd. Handelingen zijn dus
een onderdeel van feiten en worden door mensen verricht
Feiten worden onderverdeeld in feiten met rechtsgevolg en feiten zonder rechtsgevolg.
Een voorbeeld van een feit zonder rechtsgevolg is het kijken naar tv of een gesprekje met
een medestudent,
Een rechtsfeit heeft wel rechtsgevolg. Het zijn feiten waar consequenties aan zitten.
Rechtsfeiten kunnen weer verdeeld worden onder:
Blote rechtsfeiten: Ontstaan zonder handeling, bijvoorbeeld geboorte of overlijden
Menselijke handelingen: Ontstaan door een menselijke handeling
Menselijke handelingen zijn te verdelen onder:
Rechtshandelingen: heeft als doel om rechten en plichten te scheppen. Bijvoorbeeld het kopen van
een huis.
Feitelijke handelingen: had niet het doel om rechten en plichten te scheppen, maar er is wel een
rechtsgevolg. Niet ontstaan door een afspraak of uit eigen wil, maar door de wet
Onrechtmatige daad: daad die volgens de wet onrechtmatig is
Rechtmatige daad: daad niet in strijd met de wet
Wanprestatie: rechtsgevolgen zijn ontstaan doordat één iemand zich niet aan de afspraak
houd.