Inleiding privaat- en publiekrecht
Samenvatting publiekrecht
Staatsrecht
In het publiekrecht staat de verticale verhouding tussen de overheid en de
burger centraal.
Drie kenmerken van een staat:
1. Aanwezigheid volksgemeenschap
2. Afgegrensd grondgebied
3. Eén orgaan met de hoogste macht
Staatsapparaat = alle organen die namens de staat over de gemeenschap
(samenleving) beslissingen nemen. Het staatsapparaat bezit soevereiniteit
(= hoogste en machtigste organisatie en zelf beslissingen kunnen maken)
Scheiding der machten van Montesquieu (Trias Politica)/staatsmacht
1. Wetgevende macht belangrijkste taken en bevoegdheden
2. Uitvoerende macht (bestuurlijke macht)
3. Rechterlijke macht
Wetgever, samengesteld door en uit de burgers van het land, vaardigt
regels uit die de uitvoerende macht heeft uit te voeren. De rechter spreekt
vervolgens uit welk wetsartikel van toepassing is als er conflicten rijzen.
Ook controleren de machten elkaar.
Decentralisatie (verticale spreiding van staatsmacht) is dat de
staatsmacht in ons land niet alleen in handen van de centrale overheid is,
maar ook van lagere overheden. Verschillende vormen decentralisaties:
Territoriale decentralisatie: gemeente en provincie
Functionele decentralisatie: productschap en bedrijfschap
Territoriale en functionele decentralisatie: waterschap
Het feit dat Nederland naast een gedecentraliseerde staat ook een
eenheidsstaat is, houdt het volgende in:
- Bevoegdheden die in eerste instantie door de lagere overheden
worden uitgeoefend, kunnen altijd door de centrale overheid worden
overgenomen.
- Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden.
,Preventieve toetsing is dat de lagere overheid eerst toestemming moet
van de hogere overheid
Spontane vernietigingsbevoegdheid houdt in dat ieder besluit van de
gemeente of provincie ongedaan gemaakt kan worden .
Wetgever Bestuurder
Centrale overheid Staten-Generaal + Regering
regering
Provincie Provinciale Staten Gedeputeerde Staten
Gemeente Gemeenteraad College van
burgermeesteers en
wethouders (college
van B&W)
Staten-Generaal/parlement = Tweede Kamer en Eerste Kamer.
Parlementaire democratie = burgers oefenen invloed uit op de regering via
gekozen vertegenwoordigers.
Actief kiesrecht is de mogelijkheid om op anderen te stemmen.
Passief kiesrecht is de mogelijkheid jezelf verkiesbaar te stellen.
Beperkingen actief kiesrecht (art. 54 Gw):
- Nederlander zijn
- Ten minste 18 jaar
- Niet veroordeeld tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar én
daarbij door de rechter niet ontzet zijn uit het kiesrecht.
Beperkingen passief kiesrecht (art. 56 Gw):
- Nederlander zijn
- 18 jaar
- Niet uitgesloten van het kiesrecht
Tweede Kamer
- 150 leden (ook wel: afgevaardigden of parlementariërs)
- Zittingsduur 4 jaar
Twee kiesstelsels:
1. Districtenstelsel
- In het districtenstelsel, ook wel bekend als het 'first-past-the-post'
systeem, wordt het land verdeeld in een aantal kiesdistricten. Elke
, kiesdistrict kiest één vertegenwoordiger. De kandidaat die in een
district de meeste stemmen krijgt, wint de zetel voor dat district.
2. Evenredige vertegenwoordiging
- Bij evenredige vertegenwoordiging krijgen partijen zetels in
verhouding tot het aantal stemmen dat ze landelijk hebben
gekregen. Als een partij bijvoorbeeld 10% van de stemmen krijgt,
krijgt die partij ongeveer 10% van de zetels.
Eerste Kamer
- 75 leden (senatoren)
- Om de vier jaar gekozen door de leden van de Provinciale Staten
Ledenvergadering politieke partij is een congres
Fractie is de groep personen die voor een bepaalde politieke partij in de
Eerste of Tweede Kamer is gekomen.
Regering Koning + ministers
Kabinet (onder aanvoering minister-president) Ministers +
staatssecretarissen
Monarchie houdt in dat de koning via vererving wordt aangewezen. Koning
dient als symbolistische functie: via het koningschap als eenheid wordt het
land naar andere landen gepresenteerd.
Ministerraad is alleen van ministers.
Kabinet heeft vertrouwen nodig van de helft plus 1 van de Tweede Kamer.
Demissionair kabinet =
- Kabinet of minister heeft ontslag aangevraagd aan de koning, maar
ontslag nog niet verleend.
- Geen bevoegdheid ingrijpende politieke beslissingen te nemen
- Beperken tot afhandeling lopende zaken.
Verkenner onderzoekt globaal welke politieke partijen zouden
kunnen/willen samenwerken.
Informateurs –> zoeken Informatie over politieke coalities
Formateurs –> Vormen het kabinet
Als duidelijk wordt welke politieke partijen vermoedelijk met elkaar een
nieuw kabinet zullen vormen, worden één of enkele formateurs benoemd
die samen met de fractieleiders van deze partijen aan de slag gaan om
, een reageerakkoord tot stand te brengen. In een reageerakkoord wordt
vastgelegd hoe bepaalde politieke kwesties in het nieuwe kabinet zullen
worden aangepakt en welke prioriteit hebben.
Regeringsverklaring is voor verantwoording over wat zich tijdens de
kabinetsformatie heeft afgespeeld.
Minister zonder portefeuille is een minister die niet belast is met de leiding
van een ministerie.
Departement = hiërarchisch geheel van ambtenaren die werkzaam zijn op
een specifiek afgebakend overheidsterrein.
Opbouw:
Minister staatssecretaris secretaris-generaal overige ambtenaren
Als minister ontslag moet nemen moet staatsecretaris ook opstappen.
Alleen via weg van delegatie kan minister bevoegd worden om regels uit
te vaardigen.
Subdelegatie = overdracht van een (wetgevende) bevoegdheid door een
staatsorgaan dat deze bevoegdheid al krachtens delegatie heeft
verkregen. Delegatie en subdelegatie zijn alleen mogelijk wanneer een
wet in formele zin dit toestaat.
Totstandkoming wetten in formele zin:
Voorbereiding departement behandeling ministerraad advies Raad
van State behandeling Tweede Kamer behandeling Eerste Kamer
Ondertekening (nu is het een wet). Plaatsing in Staatsblad (datum
inwerkingtreding, burgers dienen wet in acht te nemen).
Vier vormen van informatierecht op Staten-Generaal toegekend:
1. Vragenrecht
2. Recht van interpellatie
3. Enquêterecht
4. Budgetrecht
Ministeriële verantwoordelijkheid = ministers niet alleen strafrechtelijk
maak ook politiek verantwoordelijk voor alle beleidsdaden die tot hun
portefeuille behoren, ook die welke door de koning wordt uitgeoefend.
Klassieke grondrechten beschermen de burger tegen de overheid en
sociale grondrechten heeft de overheid een inspanningsplichting.
Hierarchie regelgeving
Samenvatting publiekrecht
Staatsrecht
In het publiekrecht staat de verticale verhouding tussen de overheid en de
burger centraal.
Drie kenmerken van een staat:
1. Aanwezigheid volksgemeenschap
2. Afgegrensd grondgebied
3. Eén orgaan met de hoogste macht
Staatsapparaat = alle organen die namens de staat over de gemeenschap
(samenleving) beslissingen nemen. Het staatsapparaat bezit soevereiniteit
(= hoogste en machtigste organisatie en zelf beslissingen kunnen maken)
Scheiding der machten van Montesquieu (Trias Politica)/staatsmacht
1. Wetgevende macht belangrijkste taken en bevoegdheden
2. Uitvoerende macht (bestuurlijke macht)
3. Rechterlijke macht
Wetgever, samengesteld door en uit de burgers van het land, vaardigt
regels uit die de uitvoerende macht heeft uit te voeren. De rechter spreekt
vervolgens uit welk wetsartikel van toepassing is als er conflicten rijzen.
Ook controleren de machten elkaar.
Decentralisatie (verticale spreiding van staatsmacht) is dat de
staatsmacht in ons land niet alleen in handen van de centrale overheid is,
maar ook van lagere overheden. Verschillende vormen decentralisaties:
Territoriale decentralisatie: gemeente en provincie
Functionele decentralisatie: productschap en bedrijfschap
Territoriale en functionele decentralisatie: waterschap
Het feit dat Nederland naast een gedecentraliseerde staat ook een
eenheidsstaat is, houdt het volgende in:
- Bevoegdheden die in eerste instantie door de lagere overheden
worden uitgeoefend, kunnen altijd door de centrale overheid worden
overgenomen.
- Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden.
,Preventieve toetsing is dat de lagere overheid eerst toestemming moet
van de hogere overheid
Spontane vernietigingsbevoegdheid houdt in dat ieder besluit van de
gemeente of provincie ongedaan gemaakt kan worden .
Wetgever Bestuurder
Centrale overheid Staten-Generaal + Regering
regering
Provincie Provinciale Staten Gedeputeerde Staten
Gemeente Gemeenteraad College van
burgermeesteers en
wethouders (college
van B&W)
Staten-Generaal/parlement = Tweede Kamer en Eerste Kamer.
Parlementaire democratie = burgers oefenen invloed uit op de regering via
gekozen vertegenwoordigers.
Actief kiesrecht is de mogelijkheid om op anderen te stemmen.
Passief kiesrecht is de mogelijkheid jezelf verkiesbaar te stellen.
Beperkingen actief kiesrecht (art. 54 Gw):
- Nederlander zijn
- Ten minste 18 jaar
- Niet veroordeeld tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar én
daarbij door de rechter niet ontzet zijn uit het kiesrecht.
Beperkingen passief kiesrecht (art. 56 Gw):
- Nederlander zijn
- 18 jaar
- Niet uitgesloten van het kiesrecht
Tweede Kamer
- 150 leden (ook wel: afgevaardigden of parlementariërs)
- Zittingsduur 4 jaar
Twee kiesstelsels:
1. Districtenstelsel
- In het districtenstelsel, ook wel bekend als het 'first-past-the-post'
systeem, wordt het land verdeeld in een aantal kiesdistricten. Elke
, kiesdistrict kiest één vertegenwoordiger. De kandidaat die in een
district de meeste stemmen krijgt, wint de zetel voor dat district.
2. Evenredige vertegenwoordiging
- Bij evenredige vertegenwoordiging krijgen partijen zetels in
verhouding tot het aantal stemmen dat ze landelijk hebben
gekregen. Als een partij bijvoorbeeld 10% van de stemmen krijgt,
krijgt die partij ongeveer 10% van de zetels.
Eerste Kamer
- 75 leden (senatoren)
- Om de vier jaar gekozen door de leden van de Provinciale Staten
Ledenvergadering politieke partij is een congres
Fractie is de groep personen die voor een bepaalde politieke partij in de
Eerste of Tweede Kamer is gekomen.
Regering Koning + ministers
Kabinet (onder aanvoering minister-president) Ministers +
staatssecretarissen
Monarchie houdt in dat de koning via vererving wordt aangewezen. Koning
dient als symbolistische functie: via het koningschap als eenheid wordt het
land naar andere landen gepresenteerd.
Ministerraad is alleen van ministers.
Kabinet heeft vertrouwen nodig van de helft plus 1 van de Tweede Kamer.
Demissionair kabinet =
- Kabinet of minister heeft ontslag aangevraagd aan de koning, maar
ontslag nog niet verleend.
- Geen bevoegdheid ingrijpende politieke beslissingen te nemen
- Beperken tot afhandeling lopende zaken.
Verkenner onderzoekt globaal welke politieke partijen zouden
kunnen/willen samenwerken.
Informateurs –> zoeken Informatie over politieke coalities
Formateurs –> Vormen het kabinet
Als duidelijk wordt welke politieke partijen vermoedelijk met elkaar een
nieuw kabinet zullen vormen, worden één of enkele formateurs benoemd
die samen met de fractieleiders van deze partijen aan de slag gaan om
, een reageerakkoord tot stand te brengen. In een reageerakkoord wordt
vastgelegd hoe bepaalde politieke kwesties in het nieuwe kabinet zullen
worden aangepakt en welke prioriteit hebben.
Regeringsverklaring is voor verantwoording over wat zich tijdens de
kabinetsformatie heeft afgespeeld.
Minister zonder portefeuille is een minister die niet belast is met de leiding
van een ministerie.
Departement = hiërarchisch geheel van ambtenaren die werkzaam zijn op
een specifiek afgebakend overheidsterrein.
Opbouw:
Minister staatssecretaris secretaris-generaal overige ambtenaren
Als minister ontslag moet nemen moet staatsecretaris ook opstappen.
Alleen via weg van delegatie kan minister bevoegd worden om regels uit
te vaardigen.
Subdelegatie = overdracht van een (wetgevende) bevoegdheid door een
staatsorgaan dat deze bevoegdheid al krachtens delegatie heeft
verkregen. Delegatie en subdelegatie zijn alleen mogelijk wanneer een
wet in formele zin dit toestaat.
Totstandkoming wetten in formele zin:
Voorbereiding departement behandeling ministerraad advies Raad
van State behandeling Tweede Kamer behandeling Eerste Kamer
Ondertekening (nu is het een wet). Plaatsing in Staatsblad (datum
inwerkingtreding, burgers dienen wet in acht te nemen).
Vier vormen van informatierecht op Staten-Generaal toegekend:
1. Vragenrecht
2. Recht van interpellatie
3. Enquêterecht
4. Budgetrecht
Ministeriële verantwoordelijkheid = ministers niet alleen strafrechtelijk
maak ook politiek verantwoordelijk voor alle beleidsdaden die tot hun
portefeuille behoren, ook die welke door de koning wordt uitgeoefend.
Klassieke grondrechten beschermen de burger tegen de overheid en
sociale grondrechten heeft de overheid een inspanningsplichting.
Hierarchie regelgeving