,Hoorcollege 1
1. Algemene Informatie en Opzet
● College: College 1, verzorgd door Prof. Raymond Luja op 7 januari 2026.
● Onderwerp: Introductie en de hoofdlijnen van de Wet inkomstenbelasting.
● Planning: Dit is het eerste van drie colleges; de volgende behandelen inkomsten uit arbeid
(14 januari) en schenkbelasting plus formeel recht (21 januari).
2. Waarom en Hoe Belasting Heffen?
● Maatschappelijke context: Belastingheffing hangt samen met de verwachtingen van de
overheid en de burger, en de gewenste inrichting van de staat.
● Wat verwachten we van de overheid? Als je verwacht dat de overheid veel doet dan moet
je hier in het gevolg ook voor betalen. Wil je een ‘luie overheid’ dan hoef je ook minder
belasting te heffen.
● Wat verwachten we van elkaar?
● Welk type staat willen we dat Nederland is?
● Financieel overzicht (Miljoenennota 2026) voorspelling uitgave van het geld:
1. Inkomsten: Totaal € 451,4 miljard, waarvan indirecte belastingen (€ 128,8 miljard) en
directe belastingen (€ 172,9 miljard) grote delen beslaan.
2. Uitgaven: Totaal € 486,3 miljard, met de grootste posten voor Zorg (€ 124,7 miljard),
Sociale Zekerheid (€ 172,9 miljard) en Onderwijs (€ 54,8 miljard).
3. Per inwoner: Dit komt neer op ongeveer € 26.900 aan inkomsten per persoon.
● Lastenverdeling: Lasten kunnen worden verdeeld op basis van gelijkheid (iedereen
evenveel), draagkracht (naar rato van inkomen) of profijt (naar verbruik); dus iedereen die de
bus gebruikt bijvoorbeeld. Worden vaak een combinatie van heffingen gebruikt.
→ Hoe zit het met rechtspersonen (BV, NV, Stichting, vereniging)? In Nederland wordt ook de
belasting op de rechtspersonen geheven (VPB belasting).
● Functies:
1. Budgettaire functie: Het financieren van overheidsuitgaven (belasting is hierbij
anders dan een retributie, zoals collegegeld, waar een directe tegenprestatie
tegenover staat).
2. Instrumentele functie: Het sturen van gedrag (zoals milieu- of gezondheidsbeleid) of
het herverdelen van inkomen via sociaal beleid.
● Directe belastingen= loonbelasting ect.
● Indirecte belastingen, hier vallen accijnzen en btw onder.
,3. De Wet Inkomstenbelasting 2001 (IB)
● Toepassing: De wet is hoofdzakelijk van toepassing op natuurlijke personen die in Nederland
wonen of werken.
→ Veel bijzondere bepalingen; denk aan sporters, diplomaten, bepaalde pensionado's.
● Boxenstelsel (Tarieven 2025):
○ Box 1: Belast inkomen uit werk en woning. Het tarief is 37,48% (1e en 2e schijf) tot €
76.817, daarboven 49,5%. De eerste schijf bevat ook premies volksverzekeringen.
○ Box 2: Belast inkomen uit aanmerkelijk belang (bezit van ≥ 5% van de aandelen). Het
tarief is 24,5% tot € 67.804 en daarboven 31%. De persoon is hierbij vaak deel van
de onderneming, dus tevens aandeelhouder.
○ Box 3: Belast inkomen uit sparen en beleggen tegen een tarief van 36% over een
verondersteld rendement.
● Analytisch systeem: Elke box heeft eigen regels; inkomsten worden niet allemaal bij elkaar
opgeteld. Er geldt een rangorde: inkomsten die in een eerdere box vallen, worden niet meer
in een latere box belast (art. 2.14 IB).
→ Hoort iets niet in een box, dan betaal je hier ook geen belasting over. Dit is geregeld in
andere belasting categorieën. Het is dan geen inkomstenbelasting, dit valt onder de
bronnenheorie.
, 4. Partnerschap en Toerekening
● Partnerschap: Wordt bepaald via de AWR (echtgenoten, geregistreerd partners) en
uitgebreid in de Wet IB voor samenwoners met bijvoorbeeld een gezamenlijk kind of een
eigen woning. Ongehuwde samenwoners met een notarieel samenlevingscontract die op
hetzelfde woonadres ingeschreven staan zijn ook fiscaal partners. Verhuizing naar verpleeg-
of verzorgingshuis verbreekt fiscaal partnerschap niet, behalve als hierbij een verzoek wordt
ingediend.
→ Geeft voor allerlei begrippen de definitie.
→ Max 1 fiscale partner. Hierbij telt dat de eerste partner geteld wordt.
- Aanvullingen → Art. 1.2 IB
→ Samenwoners met een gezamenlijk/erkend kind.
→ Samenwoners die in elkaars pensioenregeling zijn opgenomen.
→ Samenwoners met een gezamenlijke woning in eigendom.
→ Degene die vorig jaar reeds partner was voor de IB.
● Verdeling: Partners kunnen bepaalde inkomsten en aftrekposten (zoals de eigen woning, box
2/3 en persoonsgebonden aftrek) onderling verdelen.
● Kinderen: Vermogen van minderjarige kinderen wordt toegerekend aan de ouders.