Hoorcollege 1
Regulatieve cyclus- probleemstelling (fase 1)
De fases van de regulatieve cyclus van strien:
probleemstelling(eerste reflectieve pauze)diagnose (tweede
reflectieve pauze) planingreepevaluatie.
Regulatieve cyclus= een wetenschappelijk grondmodel voor
wetenschappelijk handelen. Niet alleen voor een orthopedagoog maar ook
voor normale pedagoog of andere ondersteuners.
Rol van een HBO-pedagoog:
Kijken of er onderzoek nodig is en de ouders doorverwijzen, ouders krijgen
advies en je kunt hier ook mee helpen.
- Informeren en meedenken: probleemstelling, diagnose, plan
- Ondersteunen/ hulp verlenen: ingreep, evaluatie
,Voorbeeld casus: Romeo van 10 jaar laat agressie problemen zien, door
bijvoorbeeld te slaan en gooien met stoelen. Zijn ouders zijn gescheiden
en dit verliep niet fijn qua communicatie, ouders hebben al verschillende
dingen geprobeerd maar niets had gewenst effect. Hierna doen ze een
aanmelding bij een orthopedagoog (jij) dit is een grote stap om te doen als
ouders, ze stellen zich dus heel kwetsbaar op, hier moet je rekening mee
houden.
Problematische opvoeding= je weet echt niet meer wat je moet doen,
en je denkt dat er geen oplossing is. Op dat moment houd je je hier dus
mee bezig als orthopedagoog.
In de fase van probleemstelling: je gaat je oriënteren op de hulpvraag,
bij wie speelt het probleem? School? Ouders? Zusjes? Je wilt weten wat wel
en wat niet goed gaat, hoe zag zijn jeugd eruit? Wat is er in het verleden
gebeurd? Dit zodat je uiteindelijk een duidelijke goede hulpvraag kan
stellen. (Casus: vader mishandeld vader, als peuter was Romeo ook al zo,
sinds scheiding is gedrag erger geworden, school ziet
concentratieproblemen).
Als orthopedagoog stel je dus vragen op op basis van de eerste informatie,
om uiteindelijk je onderzoek op te baseren. Soorten vragen:
- Onderkennende vragen= is er sprake van? Vaak gerelateerd aan
een diagnose (casus: is er sprake van autisme?)
- Verklarende vragen= hoe komt het dat? Wat versterkt? (Casus:
hoe komt het dat problemen zijn versterkt?)
- Indicerende vragen= wat is er nodig? (Belangrijkste) (casus: wat
is er nodig om de agressieproblemen te verminderen?)
Vaak komen alle 3 de vragen aan bod maar dit hoeft niet zo te zijn.
, Eerste reflexieve pauze (zit in de fase van probleemstelling!)
- Hierin stel je hypotheses op= een bewering over de ernst van
problematiek, beïnvloedende factoren en gevolgen hiervan.
- Differentiaal diagnostiek =Dit doe je vanuit verschillende
invalshoeken, Dit is om te voorkomen dat je een tunnelvisie krijgt, je
stelt dus meerdere hypotheses.
- Het resultaat hiervan is een werkhypothese= een inschatting
van aard en ernst van de problemen, mogelijke oorzaken en factoren
die de problemen in stand houden. Dit wordt een verhaaltje waarin
je duidelijk maakt wat een belangrijk oorzaak is en wat factoren zijn
die dit mogelijk versterken.
Casus werkhypothese van Romeo: doordat hij mogelijk vanuit
genetische aanleg bepaalde executieve functies minder goed ontwikkeld
zijn bij Romeo, heeft hij onder andere moeite met het beheersen van zijn
boosheid. Hierdoor reageert hij snel heftig op irritaties. De scheiding van
ouders is moeizaam verlopen met veel spanningen. Mogelijk reageert
Romeo op deze spanningen met onrust en het nog moeilijker beheersen
van impulsen (versterkend). Ook overvraging op school kan een rol
spelen. Het gevolg is dat hij regelmatig woede-uitbarstingen heeft
waarmee hij zichzelf en andere in onveiligheid brengt.
Regulatieve cyclus- fase 2 de diagnose
Als het onderzoek heeft plaats gevonden kom je tot een integratief
diagnostisch beeld (diagnose). Dit is veel uitgebreider dan bijvoorbeeld:
er is sprake van ADHD. Het is eigenlijk een bevestiging van de
werkhypothese. Dit doen we om duidelijkheid te geven, deuren te openen
voor personen door bijvoorbeeld vergoeding of uitkering, het helpt ook om
te praten over een leerling waar het over gaat.
Maar waar haal je dit vandaan? De DSM, dit is een boek waarin alle
stoornissen staan die je kunt diagnosticeren. (Een methodiek om
symptomen te rangschrikken naar categorieën.