begrijpen
De basisschool is een tijd vol veranderingen, zowel lichamelijk als oriënterend.
Kinderen voelen zich minder één met de omgeving. De eigen binnenwereld groeit en
kinderen kunnen het beschouwen vanuit een objectief standpunt. De groep, de
peergroup van leeftijdsgenoten, wordt belangrijker voor het oordeel over zichzelf en
de gebeurtenissen.
De leerkuil: Twijfelen en doorzetten is nodig om diep te leren
In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen oppervlakkig leren (Uit je hoofd
leren) en diep leren (Niet alleen feiten, maar ook verbanden en inzicht). Bij diep leren
is er meer kans dat leerlingen de leerstof kunnen toepassen aan andere situaties.
De leerstof zit goed in het hoofd, samen met al opgebouwde kennis en
vaardigheden. Door het inzicht dat door diep te leren is verkregen en door de
verbinding met eigen kennis, is het kind in staat om het geleerde te gebruiken in
andere situaties → Transfer. Bij een diepgaand leerproces treedt een moment van
niet-weten op en van twijfel. Kinderen ervaren het niet-weten en twijfelen als een
leerkuil. Kinderen moeten bewust nadenken over een volgende stap en hulp vragen.
De motivatie om te leren komt en het denken over het eigen leerproces komen van
pas.
De leerweg voor diep leren
1. Start van het leerproces.
2. Moment van twijfel.
3. Intensief zoeken naar oplossingen.
4. De uitweg vinden en langzaamaan een nieuw denkbeeld of nieuwe
vaardigheid aanmaken.
5. Beheersing van de leerstof → Succeservaring.
Het kan helpen om met kinderen de stappen te bespreken en hun het vertrouwen
geven dat een leerprobleem op te lossen is. Door het proces te bespreken krijgen de
kinderen een growth mindset.
, Zin in school - competentie, autonomie en relatie
Het is goed voor het welzijn van de leerlingen dat ze het gevoel hebben de leertaak
aan te kunnen, dat er voldoende ruimte is voor hun eigen inbreng, dat ze zich veilig
voelen en dat er een goede relatie is met hun omgeving.
Drie pijlers voor de motivatie van leerlingen
1. Competentie.
● Kinderen moeten zelfvertrouwen krijgen in de eigen vaardigheden en
mogelijkheden tot leren.
● Kinderen moeten een positief zelfbeeld ontwikkelen en behouden.
- De leertaken moeten aansluiten bij de zone van naaste
ontwikkeling.
- Door begeleiding en scaffolding kunnen kinderen de opgaven
aan en met nieuwsgierigheid en zelfvertrouwen nieuwe opgaven
aangaan.
- Voor het voeden van de competentie van kinderen is positieve
feedback belangrijk.
- Er mogen hoge verwachtingen worden gesteld.
❖ Kinderen doorzien het als er een compliment wordt
gegeven voor iets waarvoor ze helemaal geen moeite
hebben gedaan.
❖ De leraar moet moeite doen om te zien wat kinderen echt
hebben gedaan en hoe de leraar daar in positieve zin iets
over kan zeggen.
- De feedback is gericht op het geleverde werk of de manier van
werken.
❖ Taakgerichte feedback.
❖ Procesgericht feedback.
- Feedback moet zo gegeven worden dat kinderen vrij verder
oefenen, proberen of opnieuw beginnen.
❖ Voorkomt dat de kinderen denken dat ze niet goed
genoeg zijn.
- Persoonsgerichte feedback is niet helpend voor het gevoel van
competentie.