Psychiatrie: verdiepende thema's
2026-2027 meest recente versie met complete
vragen en nauwkeurige, gedetailleerde
antwoorden\gloednieuw
DSM-criteria Sociale angststoornis
a) Duidelijke angst voor een of meer sociale situaties waarin de
betrokkene wordt blootgesteld aan mogelijke kritische beoordeling
door anderen. Sociale interacties (bvb gesprek voeren, onbekende
mensen ontmoeten) Geobserveerd worden (bvb eten of drinken)
Prestatie leveren in bijzijn van anderen (bvb toespraak houden)
b) Betrokkene vreest dat hij of zij zich zodanig zal gedragen of
angstverschijnselen zal vertonen dat anderen hierover negatief zullen
oordelen
c) De sociale situaties roepen altijd angst op
d) De sociale situaties worden vermeden, of alleen verdragen met intense
angst
e) Angst is buiten proportie
f) Angst of vermijding is persisterend, meestal 6 M of langer
,DSM-criteria specifieke fobie
a) Aanhoudende angst uitgelokt door de aanwezigheid van of het
anticiperen op een specifiek voorwerp of situatie
b) Blootstelling aan de fobische prikkel veroorzaakt bijna zonder
uitzondering een onmiddellijke angstreactie (soms paniekaanval).
c) De fobische situatie(s) worden vermeden of anders doorstaan met
intense angst of lijden
d) Betrokkene is er zich van bewust dat de angst overdreven of onredelijk
is.
e) Duur: >= 6 maand
f) Lijdensdruk of beroepsmatige beperkingen
g) Niet medicamenteus behandelen, altijd doorsturen naar
psychotherapeut
,Subtypes specifieke fobie
Diertype, natuurlijke omgeving, situationele type,
bloed/injectie/verwondingstype
DSM-criteria gegeneraliseerde angststoornis
a) Buitensporige angst en bezorgdheid (bange voorgevoelens)
betreffende een aantal verschilende levensdomeinen, gedurende zes
minstens zes maanden, vaker wel dan niet voorkomen (die niet in
verhouding staat tot de kans op of de gevolgen van de gevreesde
gebeurtenissen)
b) De bezorgdheid is overheersend en betrokkene vindt het moeilijk
om de bezorgdheid in de hand te houden
c) Angst en Bezorgdheid gaan samen met drie (of meer) van
volgende zes: Rusteloosheid, opgedraaid of gespannen gevoel
Snel vermoeid raken
Moeite met zich concentreren of ergens niet op kunnen komen
Prikkelbaarheid
Spierspannning
Slaapstoornis (inslapen) of onrustige slaap
d) Klinisch significante lijdensdruk
e) Niet door geneesmiddel of drug
, DSM-criteria Separatieangststoornis
a) Niet bij de ontwikkelingsfase passende, buitensporige angst of vrees
om gescheiden te worden van gehechtheidspersonen, zoals blijkt uit ten
minste drie van de volgende kenmerken:
Buitensporige angst door verwachten of ervaren van scheiding van thuis of
van belangrijke hechtingsfiguren.
Buitensporige bezorgdheid over het verliezen van belangrijke
hechtingspersonen of bezorgdheid dat hun iets kan overkomen, zoals
ziekte, verwonding, rampen of overlijden.
Persisterende en excessieve vrees of tegenzin om thuis of in andere
settings alleen of zonder belangrijke hechtingspersonen te zijn.
Aanhoudende tegenzin of weigering om ergens anders dan thuis te slapen
of te gaan slapen zonder dat een belangrijke hechtingspersoon in de
buurt is.
Herhaaldelijke nachtmerries over het onderwerp separatie.
Herhaaldelijke lichamelijke klachten (zoals hoofdpijn, buikpijn,
misselijkheid en braken) op het moment dat een scheiding van belangrijke
gehechtheidsfiguren plaatsvindt of wordt verwacht.
b) Angst is persisterend, meer dan zes maand (Kinderen/ado:
minstens vier weken)
c) Lijdensdruk of beperkingen