Cytologie: celleer
Semi-permeabel: half doorlaatbaar
Nucleus: kern
Ribosomen: eiwitfabriekjes (organel)
Chromosoom: drager van het erfelijk materiaal/eigenschappen
Dochtercel: ontstaat na deling uit moedercel
Diploide cel: cel met 46 chromosomen
Meiose: reduktiedeling, geslachtelijke deling
Recessief: ondergeschikt
Genotype: hoe je genen eruit zien
Fenotype: uiterlijke verschijningsvorm
Weefsel: een groep cellen met dezelfde vorm en functie
Epitheel: dekweefsel
Glad spierweefsel: onwillekeurig, onvermoeibaar en traag
Endocriene klier: hormoonklier, klier zonder afvoerbuis
Pancreas: alvleesklier
Prokaryoten= cel zonder celkern (bacteriën)
Eukaryoten= cellen met een celkern (schimmels, planten en dieren)
Functies organellen
, Celmembraan:
- Semi-permeabele barrière halfdoorlaatbaar voor zuurstof,
koolstofdioxide en water (niet doorlaatbaar voor suiker en eiwit)
- Functie bescherming, transport, stevigheid en vorm
Cytoplasma:
- Binnen het celmembraan bevindt zich een waterig structuur
(cytoplasma). Hierin bevinden zich de organellen.
Celkern
- Verantwoordelijk voor celgroei en deling van de cel.
- Bevat de chromosomen , zijn dragers van de erfelijke eigenschappen.
Ribosomen
- Spelen een rol bij aanmaak van de eiwitten
Endoplasmatisch reticulum
- Spelen een rol bij aanmaak van de vetten
Golgi apparaat
- Zorgt voor vervoer en
opslag van de eiwitten
Mitochondrieën
- Spelen een grote rol bij
opwekken van energie
- Verbranden de suikers en
vetten
- Postkantoor
Lysosomen
- Breken brandstoffen
(suiker en vetten) af als voorbereiding op de verbranding in de
mitochondrion
- Vervoer afvalstoffen
Centrosomen
- Belangrijke rol bij de celdeling