Inhoud
Hoofdstuk 1: perspectieven en geschiedenis van de psychologie.......................2
Hoofdstuk 16: klassiek conditioneren..................................................................5
Hoofdstuk 17: operant conditioneren..................................................................7
Hoofdstuk 18: sociaal leren................................................................................. 8
Hoofdstuk 19: cognitieve dissonantie..................................................................8
Hoofdstuk 20: atrributie...................................................................................... 9
Hoofdstuk 21: belemmerende gedachten.........................................................10
Hoofdstuk 23: gehoorzaamheid........................................................................12
Hoofdstuk 24: motivatie.................................................................................... 13
Hoofdstuk 25: individu en systeem...................................................................15
Hoofdstuk 26: conformisme.............................................................................. 16
Hoofdstuk 27: groepsdynamica.........................................................................17
Hoofdstuk 28: agressie...................................................................................... 20
Hoofdstuk 33: veerkracht.................................................................................. 21
Hoofdstuk 34: zingeving.................................................................................... 22
Hoofdstuk 35: flow............................................................................................ 23
Hoofdstuk 36: leefstijl........................................................................................ 24
Hoofdstuk 37: liefde en intieme relaties............................................................25
Hoofdstuk 38: zelfeffectiviteit........................................................................... 27
Hoofdstuk 39: zelfcompassie............................................................................. 29
,Hoofdstuk 1: perspectieven en geschiedenis van de
psychologie
Biologisch/neurofysiologisch: hersenen en lichaam sturen gedrag.
Psychodynamisch: onbewuste driften en conflicten.
Gestaltperspectief: gedrag = leerprocessen/conditionering.
Humanistisch: groei, zelfverwerkelijking.
Cognitief perspectief: denken en informatieverwerking.
Systeemperspectief: gedrag in sociale context.
Psychologie: wetenschap die menselijk gedrag, denken en voelen bestudeert.
Iedereen heeft door eigen ervaring psychologisch inzicht.
Wetenschap onderzoekt objectief via observatie, hypothese en experiment
en zoek wetmatigheden (als.. dan..), het werkt methodisch
Per periode domineert een bepaalde stroming/perspectief/paradigma dat
later wordt aangevuld of vervangen
Biologisch perspectief
Wundt: eerste psychologisch laboratorium (Leipzig): onderzoek naar zintuiglijke
waarneming.
Technisch: we moeten te werk gaan als natuurkundigen verschijnselen
observeren en meten en in formules uitdrukken.
Fechner: onderzoek naar waarneming en begin functieleer (geheugen,
aandacht, taal, bewustzijn) start van het biologisch/neuropsychologisch
perspectief
Biologisch perspectief: lichamelijk ‘dingen’ en psychische verschijnselen zijn
met elkaar verbonden.
, Neurofysiologisch perspectief: bestudeert de hersenen en het verband met
vertoond gedrag. Het is mogelijk waar te nemen wat er in de hersenen gebeurd
hersendelen die actief zijn trekken bloed aan.
Hersenen zijn directe bron van gedrag en bewustzijn
Gage: beschadiging prefrontale cortex door metalen staaf gedragsverandering
Hersendelen:
Prefrontale cortex: plannen, beslissen, impulsbeheersing, sociaal gedrag
Amygdala: emoties (ook seksualiteit)
Hypothalamus: honger, dorst, slaap, stress, hormonen (adrenaline)
Hippocampus: geheugen, stressregulatie
Cerebellum (kleine hersenen): coördinatie en beweging
Hersenstam: vitale functies (ademhaling, hartslag etc)
Hypofyse: aansturing hormonen (adrenaline, cortisol)
Limbisch systeem: amygdala, hippocampus, hypothalamus. Werkt samen met
de prefrontale cortex.
Libet: hersenen bereiden beslissingen vóór bewustzijn
Psychodynamisch perspectief
Freud: gedrag wordt gestuurd door onbewuste driften en innerlijke conflicten,
vaak ontstaan uit de vroege kindertijd.
Id (Es): driften
Ego (Ich): realiteit
Superego (Uber-Ich): geweten
Psychoanalyse: therapie door dromen en vrije associatie (hardop benoemen
wat er in je opkomt, vaak door een prikkelwoord). Seksualiteit = belangrijkste
drift.
Kritiek: moeilijk toetsbaar.
Jung en Adler: breidden deze theorie uit, maar hielden focus op onbewuste bron
gedrag.