Introductie
1 kan de uitgangspunten van de business strategie Lean uitleggen
Lean is een business strategie die klantwaarde maximaliseert door verspilling te elimineren,
processen te stabiliseren, flow en pull te creëren en continu te verbeteren met betrokken
medewerkers.
2 kent de ontstaansgeschiedenis van het Lean (Six Sigma) gedachtengoed en bijbehorende
mijlpalen en de bijdragen van verschillende grondleggers
Lean:
Ontstaan na de Tweede Wereldoorlog in Japan bij Toyota.
Japan had schaarse middelen → noodzaak om efficiënt en zonder verspilling te werken.
Ontwikkeld tot het Toyota Productie Systeem (TPS).
Belangrijke grondleggers:
Taiichi Ohno → elimineren van verspilling (Muda), Just-in-Time, Kanban
Shigeo Shingo → Poka Yoke, SMED (snel omstellen)
Eiji Toyoda → strategische ontwikkeling van TPS
W. Edwards Deming → kwaliteit, PDCA, statistisch denken
Joseph Juran → kwaliteitsmanagement en klantgerichtheid
Mijlpalen:
1950–1980: ontwikkeling TPS bij Toyota
1980s: Lean wordt in het Westen bekend
1990: boek The Machine That Changed the World → term “Lean”
Six Sigma ontstaat bij Motorola (1986), later groot gemaakt door GE
Lean + Six Sigma gecombineerd tot Lean Six Sigma
Six Sigma:
Gericht op variatievermindering en kwaliteit met statistiek
Grondleggers:
o Bill Smith (Motorola)
o Jack Welch (GE) → wereldwijde toepassing
3 kent de managementprincipes van het Toyota Productie Systeem
De twee hoofdprincipes:
1. Just-in-Time
o Alleen produceren wat nodig is
o Wanneer het nodig is
o In de juiste hoeveelheid
2. Jidoka (ingebouwde kwaliteit)
o Problemen direct zichtbaar maken
o Productie stoppen bij fouten
o Kwaliteit eerst
Onderliggende principes:
Respect voor mensen
Continu verbeteren (Kaizen)
Problemen oplossen bij de bron
Standaardwerk
Visual management
,4 kent de onderdelen van het House of Toyota
De 2 pilaren zijn:
1. Just-in-Time (JIT)
Betekent: produceren wat nodig is, wanneer het nodig is en in de juiste hoeveelheid.
- Continuous flow → producten stromen zonder onderbrekingen
- Taktijd → werken op het tempo van de klant
- Pull-systeem → productie op basis van vraag
Doel: geen overproductie, weinig voorraad, snelle doorstroming.
2. Jidoka (ingebouwde kwaliteit)
Betekent: kwaliteit direct in het proces borgen.
In de afbeelding:
- Stop bij fouten
- Problemen zichtbaar maken
- Voorkomen van fouten
- Scheiding mens–machine
Doel: fouten worden meteen opgelost en gaan niet door naar de volgende stap.
Het midden van het huis
Onderaan de pilaren zie je:
- Heijunka
- Gestandaardiseerd werk
- Kaizen
Deze vormen de verbinding tussen fundament en pilaren:
Heijunka = werk gelijkmatig verdelen, geen pieken en dalen (Mura verminderen)
Gestandaardiseerd werk = de beste manier van werken vastleggen
Kaizen = continu verbeteren in kleine stappen
Het fundament
Onderaan staat:
- Stabiliteit
Dat is de basis van alles. Zonder stabiele processen:
- Geen flow
- Geen kwaliteit
- Geen betrouwbare levering
Stabiliteit komt door:
- Standaard werk
- Betrouwbare processen
- Duidelijke werkafspraken
5 kan karakteristieken van een productie- en serviceomgeving onderscheiden en kent de vormen
van variatie in een serviceomgeving
Productieomgeving:
Tastbaar product
Vaak herhaalbaar proces
Voorraad mogelijk
Proces vooraf voorspelbaar
Minder klantcontact tijdens productie
, Serviceomgeving:
Ontastbaar (dienst)
Klant is onderdeel van het proces
Vaak maatwerk
Geen voorraad mogelijk
Meer variatie en onzekerheid
Vormen van variatie in serviceomgeving:
1. Variatie in vraag
- Pieken en dalen in klanten
- Onvoorspelbaarheid
2. Variatie in klantgedrag
- Klanten zijn verschillend
- Verschillende vragen, kennis, houding
3. Variatie in procesuitvoering
- Medewerkers werken verschillend
- Geen vaste standaard
4. Variatie in tijd
- Verschillen in doorlooptijd
- Wachttijden
5. Variatie in kwaliteit
- Resultaat kan per medewerker verschillen
6 kan de vijf pijlers van Lean uitleggen en herkennen
1. Waarde
- Stel vast wat de klant waardevol vindt
2. Waardestroom
- Breng de waardestroom in kaart
3. Flow
- Zorg dat producten/diensten ongehinderd door het proces stromen
4. Pull
- Produceer alleen als er vraag naar is
5. Perfectie
- Blijf continu verbeteren
Lean Cultuur
7 kan kenmerken en de meerwaarde van teams in een Leancultuurbeschrijven
Kenmerken:
Teams zijn zelforganiserend en verantwoordelijk voor hun proces
Iedereen denkt mee over verbeteringen (Kaizen)
Open communicatie en elkaar aanspreken
Problemen worden gezien als leermomenten
Besluiten worden zo dicht mogelijk bij de werkvloer genomen
Duidelijke doelen en visueel management
Meerwaarde:
Snellere probleemoplossing
Meer betrokkenheid en motivatie
Betere kwaliteit
Minder fouten en verspilling
1 kan de uitgangspunten van de business strategie Lean uitleggen
Lean is een business strategie die klantwaarde maximaliseert door verspilling te elimineren,
processen te stabiliseren, flow en pull te creëren en continu te verbeteren met betrokken
medewerkers.
2 kent de ontstaansgeschiedenis van het Lean (Six Sigma) gedachtengoed en bijbehorende
mijlpalen en de bijdragen van verschillende grondleggers
Lean:
Ontstaan na de Tweede Wereldoorlog in Japan bij Toyota.
Japan had schaarse middelen → noodzaak om efficiënt en zonder verspilling te werken.
Ontwikkeld tot het Toyota Productie Systeem (TPS).
Belangrijke grondleggers:
Taiichi Ohno → elimineren van verspilling (Muda), Just-in-Time, Kanban
Shigeo Shingo → Poka Yoke, SMED (snel omstellen)
Eiji Toyoda → strategische ontwikkeling van TPS
W. Edwards Deming → kwaliteit, PDCA, statistisch denken
Joseph Juran → kwaliteitsmanagement en klantgerichtheid
Mijlpalen:
1950–1980: ontwikkeling TPS bij Toyota
1980s: Lean wordt in het Westen bekend
1990: boek The Machine That Changed the World → term “Lean”
Six Sigma ontstaat bij Motorola (1986), later groot gemaakt door GE
Lean + Six Sigma gecombineerd tot Lean Six Sigma
Six Sigma:
Gericht op variatievermindering en kwaliteit met statistiek
Grondleggers:
o Bill Smith (Motorola)
o Jack Welch (GE) → wereldwijde toepassing
3 kent de managementprincipes van het Toyota Productie Systeem
De twee hoofdprincipes:
1. Just-in-Time
o Alleen produceren wat nodig is
o Wanneer het nodig is
o In de juiste hoeveelheid
2. Jidoka (ingebouwde kwaliteit)
o Problemen direct zichtbaar maken
o Productie stoppen bij fouten
o Kwaliteit eerst
Onderliggende principes:
Respect voor mensen
Continu verbeteren (Kaizen)
Problemen oplossen bij de bron
Standaardwerk
Visual management
,4 kent de onderdelen van het House of Toyota
De 2 pilaren zijn:
1. Just-in-Time (JIT)
Betekent: produceren wat nodig is, wanneer het nodig is en in de juiste hoeveelheid.
- Continuous flow → producten stromen zonder onderbrekingen
- Taktijd → werken op het tempo van de klant
- Pull-systeem → productie op basis van vraag
Doel: geen overproductie, weinig voorraad, snelle doorstroming.
2. Jidoka (ingebouwde kwaliteit)
Betekent: kwaliteit direct in het proces borgen.
In de afbeelding:
- Stop bij fouten
- Problemen zichtbaar maken
- Voorkomen van fouten
- Scheiding mens–machine
Doel: fouten worden meteen opgelost en gaan niet door naar de volgende stap.
Het midden van het huis
Onderaan de pilaren zie je:
- Heijunka
- Gestandaardiseerd werk
- Kaizen
Deze vormen de verbinding tussen fundament en pilaren:
Heijunka = werk gelijkmatig verdelen, geen pieken en dalen (Mura verminderen)
Gestandaardiseerd werk = de beste manier van werken vastleggen
Kaizen = continu verbeteren in kleine stappen
Het fundament
Onderaan staat:
- Stabiliteit
Dat is de basis van alles. Zonder stabiele processen:
- Geen flow
- Geen kwaliteit
- Geen betrouwbare levering
Stabiliteit komt door:
- Standaard werk
- Betrouwbare processen
- Duidelijke werkafspraken
5 kan karakteristieken van een productie- en serviceomgeving onderscheiden en kent de vormen
van variatie in een serviceomgeving
Productieomgeving:
Tastbaar product
Vaak herhaalbaar proces
Voorraad mogelijk
Proces vooraf voorspelbaar
Minder klantcontact tijdens productie
, Serviceomgeving:
Ontastbaar (dienst)
Klant is onderdeel van het proces
Vaak maatwerk
Geen voorraad mogelijk
Meer variatie en onzekerheid
Vormen van variatie in serviceomgeving:
1. Variatie in vraag
- Pieken en dalen in klanten
- Onvoorspelbaarheid
2. Variatie in klantgedrag
- Klanten zijn verschillend
- Verschillende vragen, kennis, houding
3. Variatie in procesuitvoering
- Medewerkers werken verschillend
- Geen vaste standaard
4. Variatie in tijd
- Verschillen in doorlooptijd
- Wachttijden
5. Variatie in kwaliteit
- Resultaat kan per medewerker verschillen
6 kan de vijf pijlers van Lean uitleggen en herkennen
1. Waarde
- Stel vast wat de klant waardevol vindt
2. Waardestroom
- Breng de waardestroom in kaart
3. Flow
- Zorg dat producten/diensten ongehinderd door het proces stromen
4. Pull
- Produceer alleen als er vraag naar is
5. Perfectie
- Blijf continu verbeteren
Lean Cultuur
7 kan kenmerken en de meerwaarde van teams in een Leancultuurbeschrijven
Kenmerken:
Teams zijn zelforganiserend en verantwoordelijk voor hun proces
Iedereen denkt mee over verbeteringen (Kaizen)
Open communicatie en elkaar aanspreken
Problemen worden gezien als leermomenten
Besluiten worden zo dicht mogelijk bij de werkvloer genomen
Duidelijke doelen en visueel management
Meerwaarde:
Snellere probleemoplossing
Meer betrokkenheid en motivatie
Betere kwaliteit
Minder fouten en verspilling