Inhoudsopgave
Hoorcollege week 2........................................................................................................ 2
Kennisclip: de structuur van een strafbaar feit...............................................................5
Week 2 aantekeningen boek:......................................................................................... 6
Zelfstudievragen week 2:............................................................................................... 9
Arrest onbehoorlijk gedrag:.......................................................................................... 10
Arrest Melk en water:.................................................................................................... 10
Werkgroep 1:................................................................................................................ 10
Interactief college 1 – Johan Muhren:............................................................................11
Hoorcollege Week 3:..................................................................................................... 12
Porsche arrest:.............................................................................................................. 18
HIV-I arrest:................................................................................................................... 18
Schuld arrest:............................................................................................................... 18
Aantekeningen boek:.................................................................................................... 19
Werkgroep.................................................................................................................... 22
Stappenplan voorwaardelijk opzet:...............................................................................23
Stappenplan culpa:....................................................................................................... 23
Interactief College 2:.................................................................................................... 24
Overzichtsarrest noodweerexces:.................................................................................25
Ballenknijper arrest:...................................................................................................... 26
Bijlmer noodweer:......................................................................................................... 26
Hoorcollege week 4:..................................................................................................... 27
Vereisten noodweer:..................................................................................................... 29
Vereisten noodweerexces:............................................................................................ 30
Hoorcollege week 5:..................................................................................................... 30
Stormsteeg Arrest:........................................................................................................ 35
Heuptasje Arrest:.......................................................................................................... 35
Interactief college: rechter-commissaris.......................................................................35
Hoorcollege week 6:..................................................................................................... 37
Aantekeningen boek week 6:........................................................................................42
Hoorcollege week 7:..................................................................................................... 44
Werkgroep week 7:....................................................................................................... 50
,Hoorcollege week 2
Doel en plaats van het strafrecht:
- Het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd
- Strafdoelen: vergelding (nadruk op bestraffen voor wat diegene heeft
gedaan), generale en speciale preventie en herstel
- Verticale relatie tussen overheid en burger
- Publieke domein van het recht
Bronnen van strafrecht:
- Wet
- Jurisprudentie
- Verdragen en unierechtelijke regelgeving
Verhouding materieel-formeel:
- Materieel: belangrijkste algemene leerstukken voor strafrechtelijke
aansprakelijkheid (= inhoud van het strafrecht)
- Formeel strafrecht: procedures die moeten worden gevolgd om iemand
strafrechtelijk aansprakelijk te houden
- Sanctierecht: voorwaarden waaronder straffen mogen worden opgelegd
en ten uitvoer worden gelegd.
Het materieel recht kan niet bestaan zonder het formele recht, je hebt
namelijk een procedure nodig om iets te kunnen uitvoeren. Deze procedure
is vastgelegd in het formele strafrecht, de uitvoering daarvan vindt plaats
in het materiele strafrecht.
Relatie tot andere rechtsgebieden:
- Vervagende grenzen tussen het strafrecht, bestuursrecht en privaatrecht
- Europeanisering van het strafrecht
- Raad van Europa: EVRM
- EU: harmonisatie van het straf(proces)recht.
Opbouw van een strafbaar feit:
- Onderdelen van een strafbepaling
- Subjectieve vs objectieve bestanddelen
- Misdrijf vs overtreding
- Materieel vs formeel
- Gekwalificeerd vs geprivilegieerd
Onderdelen van een strafbepaling: art. 287 Sr
Delictsomschrijving: omschrijving van het strafbare feit --> ‘hij die opzettelijk
een ander van het leven berooft’.
,Kwalificatie-aanduiding: gaat over de norm die wordt overschreden -->
‘wordt, als schuldig aan doodslag’.
Strafbedreiging: de straf die wordt opgelegd --> gestraft met gevangenisstraf
van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
‘Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft’
- Opzettelijk = subjectief
- Een ander van het leven berooft = objectief
‘Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is’
- Schuld = subjectief
- De dood van een ander te wijten is = objectief
- Objectief: de overige bestanddelen wat iets vertelt over het handelen van
de dader
- Subjectief: gaan over de geestesgesteldheid van de dader waarmee je
dat strafbare feit hebt gepleegd
‘Hij die rumoer of burengerucht verwerkt waardoor de nachtrust kan worden
verstoord = objectief
Bij overtredingen gaat het om een lichtere normschending, je herkent ze doordat
er geen subjectief bestanddeel aanwezig is, zoals in bovenstaande omschrijving.
In deze gevallen volstaat vaak een geldboete, of soms een hechtenis. In dit soort
gevallen kan er geen gevangenisstraf worden opgelegd.
- Materieel delict: De gedraging staat niet centraal, maar ze zijn op het
gevolg gericht. Ze omschrijven niet de handeling die je hebt verricht.
- Formeel delict: Gericht op de handelingen, welke gedragingen moet je
hebben verricht om strafbaar te zijn.
‘Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft (art. 287 sr) = materieel
‘Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt,
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen’ = formeel
- Gronddelict: ‘het standaard delict’ bijv. art. 287 Sr
- Gekwalificeerd delict: Een delict wat erger is dan het gronddelict, de
strafbedreiging is hierbij dan ook hoger. Bijv. art. 228a Sr
- Geprivilegieerd: Een situatie die wat erger is dan het gronddelict, de
strafbedreiging is hierbij dan ook lager.
Vier voorwaarden van strafbaarheid:
a. Een menselijke gedraging die past binnen een wettelijke
delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten.
- Menselijke gedraging
- Wettelijke delictsomschrijving
- Wederrechtelijk
- Verwijtbaar
Menselijke gedraging:
, a. ‘menselijke’: alleen personen kunnen aansprakelijk worden gehouden
b. ‘gedraging’: fysiek gedragingsbegrip
- Commissie vs omissie
c. Wordt in het strafproces in de tenlastelegging omschreven
- Commissie: het gaat hierbij om een daadwerkelijk handelen
- Omissie: het gaat hierbij om een nalaten, je wordt dan gestraft omdat je
iets niet hebt gedaan wat je wel had moeten doen.
Wettelijke delictsomschrijving:
a. Gedragingen zijn pas strafbaar als ze in de wet zijn terug te vinden.
b. Juridische duiding van de menselijke gedraging
Wederrechtelijkheid:
a. ‘in strijd met het objectieve recht’
b. Wordt in beginsel verondersteld aanwezig te zijn, TENZIJ aanwezigheid van
een rechtvaardigingsgrond.
c. Wederrechtelijkheid is een element, omdat het dus wordt verondersteld
aanwezig te zijn.
Verwijtbaar:
a. Verwijtbaarheid: toerekening van het feit aan de dader
b. Geen straf zonder schuld
c. Wordt in beginsel verondersteld aanwezig te zijn TENZIJ
schulduitsluitingsgrond
Bestanddelen vs elementen:
- Wettelijke delictsomschrijving: bestanddelen
- Wederrechtelijkheid en verwijtbaar: elementen (omdat we ervanuitgaan
dat ze aanwezig zijn tenzij er sprake is van een rechtvaardigingsgrond of
een schulduitsluitingsgrond)
- Ideaaltypische delictsomschrijving: een delict is ideaaltypisch wanneer
de wetsomschrijving heel precies en compleet aangeeft wat strafbaar is.
Een voorbeeld hiervan is diefstal (art. 310 sr), omdat in de
delictsomschrijving duidelijk vermeld staat waaraan moet worden voldaan.
- Niet-ideaaltypische delictsomschrijving: de wetsomschrijving is vaag,
het gedrag kan uiteenlopende vormen aannemen. De rechter heeft meer
interpretatievormen nodig om te bepalen of iets onder het delict valt.
In art. 310 Sr is wederrechtelijk echter een bestanddeel, deze moet worden
bewezen.
Om te bepalen of het een bestanddeel is of een element, moet je kijken of het in
de delictsomschrijving opgenomen staat. Als het in de delictsomschrijving
opgenomen is, dan is het een bestanddeel en moet dit worden bewezen.
Het rechterlijk beslissingsmodel:
1. Formele vragen van art. 348 Sv
2. Materiele vragen van art. 350 Sv
3. Relatie met structuur van het strafbare feit