Werkgroep 3 Vragen en opdrachten (ma)
Onderwerpen:
Bewijs
o Getuigenbewijs
o Deskundigenbewijs
o Descente
o Voorlopig getuigenverhoor, voorlopige expertise en
voorlopige descente
Casus 1
Jop Blauw en Petra Winkel hebben al 20 jaar een relatie. De laatste jaren gaat het
niet zo goed. Jop ergert zich steeds meer aan Petra. Petra heeft niet meer het gevoel
van vroeger voor Jop. Ze verwijten elkaar niets en willen graag in goed overleg de
gemeenschappelijke eigendommen tussen hen gaan verdelen. Mondeling wordt
afgesproken dat Jop de gezamenlijk gekochte auto in eigendom krijgt en dat Jop
hiervoor 10.000 euro aan Petra betaalt. Jop blijkt echter, ondanks sommaties van
Petra daartoe, maar niet over te gaan tot betaling van dit bedrag aan Petra.
Petra wil tegen Jop een procedure starten om de betaling van het bedrag af te
dwingen. Haar juridisch adviseur stelt hiervoor de dagvaarding op en zorgt ervoor dat
de procedure voor Petra tegen Jop bij de kantonrechter wordt opgestart.
Jop is het absoluut niet eens met de stelling van Petra dat hij verplicht is om € 10.000
aan haar te betalen. Dit laat hij ook duidelijk weten zijn conclusie van antwoord. Hij
voert aan dat Petra maar moet bewijzen dat is afgesproken dat hij dit bedrag aan
haar zal betalen.
Vraag 1 (2 punten)
Op welke regel van bewijslastverdeling wijst Jop tijdens de zitting en in hoeverre
geldt deze regel? Motiveer aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving.
Is onder de 25k dus daarom naar de kantonrechter.
150 Rv is de hoofdregel degene die zich beroept op de rechtsgevolgen, moet
bewijzen.
Petra moet dus de overeenkomst met deze inhoud bewijzen.
Vervolg casus 1
In zijn conclusie van antwoord brengt Petra als getuige Coen Flink naar voren. Coen
was er volgens Petra bij toen zij de bovenbeschreven afspraak met Jop heeft
Onderwerpen:
Bewijs
o Getuigenbewijs
o Deskundigenbewijs
o Descente
o Voorlopig getuigenverhoor, voorlopige expertise en
voorlopige descente
Casus 1
Jop Blauw en Petra Winkel hebben al 20 jaar een relatie. De laatste jaren gaat het
niet zo goed. Jop ergert zich steeds meer aan Petra. Petra heeft niet meer het gevoel
van vroeger voor Jop. Ze verwijten elkaar niets en willen graag in goed overleg de
gemeenschappelijke eigendommen tussen hen gaan verdelen. Mondeling wordt
afgesproken dat Jop de gezamenlijk gekochte auto in eigendom krijgt en dat Jop
hiervoor 10.000 euro aan Petra betaalt. Jop blijkt echter, ondanks sommaties van
Petra daartoe, maar niet over te gaan tot betaling van dit bedrag aan Petra.
Petra wil tegen Jop een procedure starten om de betaling van het bedrag af te
dwingen. Haar juridisch adviseur stelt hiervoor de dagvaarding op en zorgt ervoor dat
de procedure voor Petra tegen Jop bij de kantonrechter wordt opgestart.
Jop is het absoluut niet eens met de stelling van Petra dat hij verplicht is om € 10.000
aan haar te betalen. Dit laat hij ook duidelijk weten zijn conclusie van antwoord. Hij
voert aan dat Petra maar moet bewijzen dat is afgesproken dat hij dit bedrag aan
haar zal betalen.
Vraag 1 (2 punten)
Op welke regel van bewijslastverdeling wijst Jop tijdens de zitting en in hoeverre
geldt deze regel? Motiveer aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving.
Is onder de 25k dus daarom naar de kantonrechter.
150 Rv is de hoofdregel degene die zich beroept op de rechtsgevolgen, moet
bewijzen.
Petra moet dus de overeenkomst met deze inhoud bewijzen.
Vervolg casus 1
In zijn conclusie van antwoord brengt Petra als getuige Coen Flink naar voren. Coen
was er volgens Petra bij toen zij de bovenbeschreven afspraak met Jop heeft