Anatomie en Fysiologie
- Fysiologie pijn
Pathologie
- Pathologie in zwangerschap
AZT
- ECG: herkennen elevaties en depressies op ritmestrook
- Kinder ALS e-learning
Anesthesiologie
- Patiënten met morbide obesitas
- Buiten het OK-complex
- Laparoscopieën
- Laparotomieën
- Geriatrische patiënt
- Pijn en pijnbestrijding
- Oncologie
- Kinderen
- Traumatologie basis
- Zwangere
- Sectio
- Brandwonden
Chirurgie
- Gynaecologie chirurgie
- Kinderchirurgie
,Module E – Sita Doesburg
Fysiologie pijn
Pijn: onplezierige, gevoelsmatige en emotionele beleving die wordt veroorzaakt door
daadwerkelijke of dreigende beschadiging van weefsel, ergens in het lichaam is een
verwonding of dreigt er een te ontstaan.
- Noceiceptieve pijn
o Pijn als gevolg van prikkeling nociceptoren
- Neuropatische pijn
o Als gevolg beschadiging perifeer of centraal zenuwstelsel
o Verandering van prikkeldrempel
o Verandering van circuits in de hersenen
Benigne pijn: gevolg van een niet-ernstige aandoening en is in principe behandelbaar
- Geen onderliggende ernstige ziekte, zoals kanker
- Vaak een duidelijke oorzaak, zoals blessure of ontsteking
- Kan chronisch worden, is in principe behandelbaar
- Voorbeelden: rugpijn door hernia, atrose pijn, hoofdpijn door spanning
Maligne pijn: direct verbonden aan een ernstige ziekte, zoals kanker, of neurotische pijn door
chemo
- Vaak moeilijk te behandelen
Acute pijn
- Ontstaat plotseling
- Duurt korter dan een half jaar
- Is goed te behandelen
- Duidelijke reflectie tussen de schadelijke prikkel en pijn
Chronische pijn: verandering in circuits die pijn laten voelen in het brein
- Algemeen:
o Bestaat langer dan 3 maanden
o Rol van weefselbeschadiging kan variëren van duidelijk tot onduidelijk
o Onderverdeling in maligne/benigne pijn
o Oorzaken: genetisch, omgeving
- Werking:
o Wanneer C-vezels langdurig en frequent worden geactiveerd, worden de
WDR-neuronen in ruggenmerg hiervoor gevoeliger
o De WDR-neuronen worden gevoeliger voor andere prikkels zoals tast
o Als verandering in deze neuronen permanent worden zie je ook verandering in
de gehele pijnmatrix en in hersengebieden
o Pijndemping door DNIC kan hierdoor wegvallen
o Behandeling met pijnstillers niet meer effectief
o Vaak ergo en fysiotherapie binnen de pijngrenzen
- Beleving: verschilt van individu tot individu
o Samensmelting van sensibele ervaringen en de verwerking ervan in de
hersenen
o Betekenis geven aan pijn
o Mate van controle belang tot pijn
2
,Module E – Sita Doesburg
Nociceptieve pijn (standaart pijn): effectief behandeld met standaard pijnstillers als
paracetamol of ibuprofen
- Oorzaak:
o Schade aan weefsels als huid, spieren, botten of organen
o Door verwonding, ontsteking of ziekte
o Kenmerken:
o Scherp, stekend, kloppend of zeurend
o Pijn gelokaliseerd op plaats van weefselschade
- Voorbeelden:
o Pijn door snee
o Verstuikte enkel
o Spanningshoofdpijn
o Menstruatiepijn
Neuropatische pijn: vereist vaak specifieke medicatie als anti-epileptica of tricyclische
antidepressiva. Evt fysiotherapie en andere interventies
- Oorzaak:
o Beschadiging van de zenuwen door aandoeningen zoals diabetes, herpes
zoster, multiple sclerose of een hernia
o Kenmerkend:
o Brandend, tintelde, schietend, doof of elektrisch
o Pijn ook gepaard met gevoelsstoornissen als verminderde of verhoogde
gevoeligheid voor aanraking
o Voorbeelden:
o Fantoompijn
o Diabetische neuropathie
o Trigeminusneuralgie
Pijnprikkels: ontstaan doordat nociceptoren mechanische, thermische of chemische prikkels
ontvangen
- Bradykinine: krachtig vasodilator (verwijdt bloedvaten) en veroorzaakt pijn
- Prostaglandines: versterken de gevoeligheid van pijnreceptoren
- Histamine: bevordert ontstekingen en speelt een rol bij allergische reacties
- Serotonine: beinvloedt stemming, slaap en pijnerceptie
- Kalium
- Leukotrienen: bevorderen ontstekingen en spiercontracties
3
, Module E – Sita Doesburg
Nociceptors: lijken op vrije zenuwuiteinden, dus geen uitgebreide morfologisch structuur
Op oppervlakte nociceptoren liggen verschillende setjes receptormoleculen waarmee ze
verschillende prikkels kunnen waarnemen
- Voorbeeld:
o Spier-nociceptoren
o pH-gevoelige ionkanalen die openen bij een lagere weefsel-pH
o P2x3-receptoren die worden geactiveerd door binding van ATP
o Transiente receptor potentiaalreceptor subtype 1 die gevoelig is voor hogere
temperaturen
Pijnvezels
- A-delta vezels
o Gemyeliniseerd: deze vezels geleiden signalen snel
▪ Deze vezels geleiden signalen snel
▪ Scherpe, stekende pijn
▪ Zijn verandwoordelijk voor de initiele, scherpe pijnsensatie
o Mechanische gevoelig (MSA) en ongevoelig (MIA)
▪ Ze kunnen verder worden onderverdeeld op basis van hun
gevoeligheid voor mechanische prikkels
- C-vezels
o Ongemyeliniseerd
▪ Deze vezels geleiden signalen langzaam
o Doffe,zeurende pijn
▪ Ze zijn verantwoordelijk voor de vertraagde, kloppende of brandende
pijn
o Polymodaal
▪ Ze reageren op verschillende prikkels waaronder mechanische,
thermische en chemische
o Mechanisch gevoelig (CMHs) en ongevoelig (C-MIAs)
▪ Net als a-delta vezels kunnen ze worden onderverdeeld op basis van
hun gevoeligheid voor mechanische prikkels
4
- Fysiologie pijn
Pathologie
- Pathologie in zwangerschap
AZT
- ECG: herkennen elevaties en depressies op ritmestrook
- Kinder ALS e-learning
Anesthesiologie
- Patiënten met morbide obesitas
- Buiten het OK-complex
- Laparoscopieën
- Laparotomieën
- Geriatrische patiënt
- Pijn en pijnbestrijding
- Oncologie
- Kinderen
- Traumatologie basis
- Zwangere
- Sectio
- Brandwonden
Chirurgie
- Gynaecologie chirurgie
- Kinderchirurgie
,Module E – Sita Doesburg
Fysiologie pijn
Pijn: onplezierige, gevoelsmatige en emotionele beleving die wordt veroorzaakt door
daadwerkelijke of dreigende beschadiging van weefsel, ergens in het lichaam is een
verwonding of dreigt er een te ontstaan.
- Noceiceptieve pijn
o Pijn als gevolg van prikkeling nociceptoren
- Neuropatische pijn
o Als gevolg beschadiging perifeer of centraal zenuwstelsel
o Verandering van prikkeldrempel
o Verandering van circuits in de hersenen
Benigne pijn: gevolg van een niet-ernstige aandoening en is in principe behandelbaar
- Geen onderliggende ernstige ziekte, zoals kanker
- Vaak een duidelijke oorzaak, zoals blessure of ontsteking
- Kan chronisch worden, is in principe behandelbaar
- Voorbeelden: rugpijn door hernia, atrose pijn, hoofdpijn door spanning
Maligne pijn: direct verbonden aan een ernstige ziekte, zoals kanker, of neurotische pijn door
chemo
- Vaak moeilijk te behandelen
Acute pijn
- Ontstaat plotseling
- Duurt korter dan een half jaar
- Is goed te behandelen
- Duidelijke reflectie tussen de schadelijke prikkel en pijn
Chronische pijn: verandering in circuits die pijn laten voelen in het brein
- Algemeen:
o Bestaat langer dan 3 maanden
o Rol van weefselbeschadiging kan variëren van duidelijk tot onduidelijk
o Onderverdeling in maligne/benigne pijn
o Oorzaken: genetisch, omgeving
- Werking:
o Wanneer C-vezels langdurig en frequent worden geactiveerd, worden de
WDR-neuronen in ruggenmerg hiervoor gevoeliger
o De WDR-neuronen worden gevoeliger voor andere prikkels zoals tast
o Als verandering in deze neuronen permanent worden zie je ook verandering in
de gehele pijnmatrix en in hersengebieden
o Pijndemping door DNIC kan hierdoor wegvallen
o Behandeling met pijnstillers niet meer effectief
o Vaak ergo en fysiotherapie binnen de pijngrenzen
- Beleving: verschilt van individu tot individu
o Samensmelting van sensibele ervaringen en de verwerking ervan in de
hersenen
o Betekenis geven aan pijn
o Mate van controle belang tot pijn
2
,Module E – Sita Doesburg
Nociceptieve pijn (standaart pijn): effectief behandeld met standaard pijnstillers als
paracetamol of ibuprofen
- Oorzaak:
o Schade aan weefsels als huid, spieren, botten of organen
o Door verwonding, ontsteking of ziekte
o Kenmerken:
o Scherp, stekend, kloppend of zeurend
o Pijn gelokaliseerd op plaats van weefselschade
- Voorbeelden:
o Pijn door snee
o Verstuikte enkel
o Spanningshoofdpijn
o Menstruatiepijn
Neuropatische pijn: vereist vaak specifieke medicatie als anti-epileptica of tricyclische
antidepressiva. Evt fysiotherapie en andere interventies
- Oorzaak:
o Beschadiging van de zenuwen door aandoeningen zoals diabetes, herpes
zoster, multiple sclerose of een hernia
o Kenmerkend:
o Brandend, tintelde, schietend, doof of elektrisch
o Pijn ook gepaard met gevoelsstoornissen als verminderde of verhoogde
gevoeligheid voor aanraking
o Voorbeelden:
o Fantoompijn
o Diabetische neuropathie
o Trigeminusneuralgie
Pijnprikkels: ontstaan doordat nociceptoren mechanische, thermische of chemische prikkels
ontvangen
- Bradykinine: krachtig vasodilator (verwijdt bloedvaten) en veroorzaakt pijn
- Prostaglandines: versterken de gevoeligheid van pijnreceptoren
- Histamine: bevordert ontstekingen en speelt een rol bij allergische reacties
- Serotonine: beinvloedt stemming, slaap en pijnerceptie
- Kalium
- Leukotrienen: bevorderen ontstekingen en spiercontracties
3
, Module E – Sita Doesburg
Nociceptors: lijken op vrije zenuwuiteinden, dus geen uitgebreide morfologisch structuur
Op oppervlakte nociceptoren liggen verschillende setjes receptormoleculen waarmee ze
verschillende prikkels kunnen waarnemen
- Voorbeeld:
o Spier-nociceptoren
o pH-gevoelige ionkanalen die openen bij een lagere weefsel-pH
o P2x3-receptoren die worden geactiveerd door binding van ATP
o Transiente receptor potentiaalreceptor subtype 1 die gevoelig is voor hogere
temperaturen
Pijnvezels
- A-delta vezels
o Gemyeliniseerd: deze vezels geleiden signalen snel
▪ Deze vezels geleiden signalen snel
▪ Scherpe, stekende pijn
▪ Zijn verandwoordelijk voor de initiele, scherpe pijnsensatie
o Mechanische gevoelig (MSA) en ongevoelig (MIA)
▪ Ze kunnen verder worden onderverdeeld op basis van hun
gevoeligheid voor mechanische prikkels
- C-vezels
o Ongemyeliniseerd
▪ Deze vezels geleiden signalen langzaam
o Doffe,zeurende pijn
▪ Ze zijn verantwoordelijk voor de vertraagde, kloppende of brandende
pijn
o Polymodaal
▪ Ze reageren op verschillende prikkels waaronder mechanische,
thermische en chemische
o Mechanisch gevoelig (CMHs) en ongevoelig (C-MIAs)
▪ Net als a-delta vezels kunnen ze worden onderverdeeld op basis van
hun gevoeligheid voor mechanische prikkels
4