in een leuk én leerzaam verhaal!
De tijdvakken 5 t/m 10 én Duitsland 1918-1991
Het verhaal van Duitsland (1918–
1991)
Stel je voor.
Het is 1918. Duitsland heeft net de Eerste Wereldoorlog verloren. Het
land is kapot, arm en vernederd. In het Verdrag van Versailles krijgt
Duitsland zware straffen: het moet veel geld betalen
(herstelbetalingen), grondgebied afstaan en mag nauwelijks nog een
leger hebben.
Veel Duitsers voelen zich vernederd. Ze geven hun eigen politici de
schuld.
De keizer is weg. Duitsland wordt een democratie: de Weimarrepubliek.
Dat klinkt goed, maar het gaat meteen mis.
Er is veel politieke onrust. Links en rechts vechten op straat. In 1923
ontstaat een enorme geldcrisis: hyperinflatie. Geld wordt bijna niets
meer waard. Mensen betalen met kruiwagens vol bankbiljetten voor een
brood.
Even lijkt het beter te gaan, maar dan komt in 1929 de wereldwijde
economische crisis: de Beurskrach. Werkloosheid stijgt enorm. Miljoenen
mensen verliezen hun baan. Het vertrouwen in de democratie zakt weg.
In die chaos staat één man klaar: Adolf Hitler.
Hij belooft trots, werk en orde. Hij gebruikt slimme propaganda om
mensen te overtuigen. Zijn partij, de NSDAP, groeit snel. In 1933 wordt
Hitler benoemd tot kanselier.
En dan verandert alles.
Met de Machtigingswet krijgt Hitler bijna alle macht. Duitsland wordt
geen democratie meer, maar een dictatuur. Uiteindelijk zelfs
een totalitaire staat: de overheid controleert alles: politiek, media,
onderwijs en zelfs wat mensen denken.
Er is nog maar één partij. Tegenstanders worden opgesloten. De geheime
politie, de Gestapo, zorgt dat niemand kritiek durft te geven.