Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Geneeskunde samenvatting Oorzaken van Ziekten 1.2 endocriene regulatie, bloed en nieuwvorming

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
54
Geüpload op
22-02-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een zelfgeschreven samenvatting van Oorzaken van ziekten 1.2: endocriene regulatie, bloed en nieuwvorming. De behandelde onderwerpen zijn onder meer diabetes, beeldvormende technieken, anemie, hemofilie, verstoorde hematopoëse en erfelijke borstkanker. De inhoud is samengesteld op basis van de colleges, de bijbehorende presentaties en de gebruikte studieboeken, waardoor de samenvatting een volledig en samenhangend overzicht van de lesstof biedt. De leerdoelen zijn verwerkt en uitgewerkt zodat de samenvatting nauw aansluit bij de toetsstof en gericht is op optimale tentamenvoorbereiding. ikzelf heb dit tentamen afgerond met een 7.4 door alleen maar deze samenvatting te leren. eventuele afbeeldingen zijn verwijderd i.v.m. auteursrecht

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

De student kent de verschillende manieren van signaaltransport:
Neuronaal: Een snelle vorm van communicatie waarbij neuronen elektrische impulsen
en neurotransmitters gebruiken om signalen door te geven aan andere cellen
Hormonaal: Een langzame vorm van communicatie waarbij hormonen via de bloedbaan
worden verspreid en op verre doelcellen inwerken. Hormonen worden geproduceerd
door endocriene klieren en hebben meestal een langzame, langdurige werking.
Neuro-endocrien: Een combinatie van neuronaal en hormonaal: zenuwcellen
produceren hormonen die via het bloed worden verspreid.
Autocrien: Een cel produceert een signaalstof die op zichzelf terugwerkt via eigen
receptoren. Dit reguleert de eigen activiteit van de cel.
Paracrien: Een cel geeft signaalstoffen af die lokaal inwerken op naburige cellen, zonder
via de bloedbaan te gaan.

De student kent productie, secretie en werking van hormonen:
groep Eiwit en polypeptide hormonen Steroïdhormonen Aminehormonen
Kenmerken -Hydrofiel (lost op in bloed) -Chemisch verwant aan Twee hoofdtypen:
-Kunnen celmembraan niet cholesterol schildklierhormoon (hydrofoob)
passeren -hydrofoob (lost niet op in en bijniermerghormonen
-Binding aan bloed) (hydrofiel)
membraanreceptoren -diffunderen door celmembraan
-korte halfwaardetijd -intracellulaire receptor
-gebonden aan bindingseiwitten
→ zodat het in bloed kan komen
-langere halfwaardetijd
Synthese en - Gesynthetiseerd aan de ruwe kant - Gemaakt uit Schildklierhormonen (T3, T4):
opslag van het endoplasmatisch reticulum cholesterol. Bindt aan - Gesynthetiseerd en opgeslagen in
als preprohormonen (grote eiwitten een eiwit om in de follikels van de schildklier, ingebouwd
die biologisch inactief zijn) bloedbaan te kunnen in thyreoglobuline.
- Omgezet in kleiner prohormonen komen. Laten weer los Bijniermerghormonen /
in het ER en naar het Golgi vervoerd op moment van gebruik. catecholamines (adrenaline en
- Verpakt in secretoire blaasjes in Het binden aan eiwitten noradrenaline):
het Golgi-apparaat en gesplitst in is tevens de reden van - Gesynthetiseerd in bijniermerg,
kleinere actieve hormonen. de langere opgeslagen in secretoire blaasjes.
halfwaardetijd.
Secretie - Via exocytose bij stimulatie door: - Diffusie direct Schildklierhormonen: vrijgegeven bij
• Verhoogde calciumconcentratie in na productie. splitsing van thyreoglobuline → binding aan
cytosol (bijv. door depolarisatie). plasma-eiwitten
• Receptoractivatie → verhoging cAMP bijniermerghormonen vrijgegeven via
→ activering proteïnekinasen. exocytose → circuleren in vrije vorm of
gebonden

Werking op - Hormoon (first messenger) bindt Schildklierhormonen:
- Binden aan intracellulaire
doelwitcellen aan membraanreceptor → reactie- beïnvloeden genexpressie,
receptoren in cytoplasma of
cascade → toename van cAMP stofwisseling, groeiprocessen.
kern → beïnvloeden
(second messenger) → beïnvloedt bijniermerghormonen: snelle
genexpressie.
enzymactiviteit, secretie, activatie van doelcellen via
membraanpermeabiliteit. membraanreceptoren →
- Bij stimulerende hormonen: ↑ verandering in cAMP of
cAMP; bij remmende hormonen: ↓ calciumstromen → snelle
cAMP. respons.

,De student kan uitleggen hoe de hypothalamus en de hypofyse
samenwerken:
Hypothalamus: maakt deel uit van het centrale zenuwstelsel en speelt
een grote rol bij de hormonale regeling in het hele lichaam. De
hypothalamus handhaaft de normwaarden van veel fysiologische
processen in het lichaam. Produceert o.a TRH (thyrotropine releasing
hormone)
Hypofyse: ligt in een benig holte aan de basis van de schedel en is
verbonden met de hypothalamus door de hypofysesteel. Is onder te verdelen in:
- voorkwab / adenohypofyse: bevat endocriene cellen die door een
uitgebreid netwerk van haarvaten zijn omgeven. Met behulp van deze vaten
worden de hormonen aan het bloed afgegeven. De endocriene cellen
kunnen worden aangestuurd door releasing factor (RF) of door inhibiting
factor (IF). Deze regulerende hormonen worden door de hypothalamus
afgegeven aan de hypofyse. Aanmaak FSH, LH, prolactine, groeihormoon
en schildklierstimulerend hormoon (TSH) / thyrotropine
- Achterkwab: bevat uiteindes van zenuwcellen vanuit de hypothalamus die
twee verschillende hormonen produceren. Dit zijn ADH en oxytocine. De
hormonen worden vanuit de hypothalamus langs de zenuwuiteinden naar de
achterkwab vervoerd voor opslag en zo nodig aan het bloed afgegeven. Dit is
een voorbeeld van (neurosecretie).
Vanwege de grote invloed die de hypothalamus heeft op de werking van de
hypofyse spreek je van het hypothalamus-hypofyse-systeem.

De student kent de opbouw van de schildklier en functie van hormonen:
De schildklier bevindt zich direct onder het strottenhoofd, aan weerszijden en vóór de
luchtpijp. De schildklier scheidt twee belangrijke metabolische hormonen af
genaamd thyroxine (T4) en trijodothyronine (T3). Beide hormonen verhogen de
stofwisseling aanzienlijk. De schildkliersecretie wordt voornamelijk gereguleerd
door schildklierstimulerend hormoon (TSH) / thyrotropine dat wordt
afgescheiden door de hypofysevoorkwab. TSH wordt weer gestimuleerd door
thyrotropine-releasing hormone (TRH) dat wordt geproduceerd door de
hypothalamus. De schildklier bestaat uit:
- Gesloten follikels: zijn gevuld met secretoire substantie genaamd colloïd en
bekleed met kubische epitheelcellen die secreteren in het binnenste van de
follikels. Een belangrijk bestanddeel van colloïde is thyreoglobuline dat de
schildklierhormonen bevat. Zodra de secretie de follikels is binnengekomen, moet
het via het epitheel terug in het bloed worden opgenomen voordat het in het lichaam
kan functioneren
- C-cellen: scheiden stoffen af die bijdragen aan de regulering van de
concentratie calciumionen in het plasma.
- Capillairen: spelen een rol in de aanvoer van grondstoffen zoals jodide en
de afvoer van T4 en T3 naar de bloedbaan

,De student weet hoe de afgifte van T3 en T4 tot stand komt:
- Jodium inname en opname Jodium is essentieel voor de vorming van thyroxine (T4)
en trijodothyronine (T3). Na orale inname worden jodide-ionen via het maag-
darmkanaal opgenomen in het bloed.
- Jodide trapping: Jodide wordt actief getransporteerd naar de schildkliercellen en
hun follikels. Dit transport verloopt via een natrium-jodide symporter,
waarbij jodide samen met natrium de cel binnenkomt. De benodigde
energie voor dit co-transport ontstaat doordat natrium eerst actief uit
de cel wordt gepompt, waardoor een gradiënt ontstaat die natrium via
passieve diffusie terug de cel in trekt en daarbij jodide meeneemt
- Synthese precursor thyreoglobulinen (Tg): In de schildkliercellen
wordt thyreoglobuline, een glycoproteïne met tyrosine, geproduceerd
en uitgescheiden in het colloïd van de follikels.
- Oxidatie van jodide en koppelen aan thyreoglobuline: Jodide wordt door het
enzym thyroperoxidase (TPO) geoxideerd en vervolgens gekoppeld aan
thyreoglobulinen
- Opname thyreoglobulinen: opname middels endocytose/pinocytose door follikels
- Knippen van thyroglobuline door proteases: ontstaan T3 en T4
- Secretie T3 en T4 in het bloed

De student is bekend met het metabolisme van schildklierhormoon:
T4 en T3 worden afgebroken door jodide groepen van het molecuul af te halen
(deiodinatie):
- T4 synthese: 100% geproduceerd in de schildklier
- T4 metabolisme: 10% van het totaal per dag. 50% daarvan vervalt naar T3 en
50% naar reverse T3. Dit is een niet actieve stof.
- T3 productie: 20% geproduceerd in de schildklier en 80% door deiodinatie van T4
- T3 afbraak: 75% van het totaal per dag (deiodinatie)

De student kent de belangrijkste oorzaken van hypothyreoïdie en
hyperthyreoïdie:
T3 (en T4) binden aan receptoren in de kern van doelcellen wat leidt tot
verandering van genexpressie met als effect: verhoogd metabolisme. Een
tekort/teveel heeft de volgende gevolgen:

Hypothyroïdie: te traag werkende schildklier. Heeft vaak een primaire
oorzaak (in de schildklier) maar soms ook secundair (afgenomen TSH-
productie door hypofyseziekte). Enkele voorbeelden zijn:
- Atrofische (auto-immuun) hypothyroïdie: meest voorkomend; een aandoening
waarbij het immuunsysteem auto-antilichamen (anti-TPO (thyroperoxidase) en
anti-TG (thyreoglobuline) vormt tegen eigen schildklierantigenen. Hierdoor wordt de
schildklier kleiner (atrofisch) en produceert het minder schildklierhormoon.
- Hashimoto: auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem antilichamen
produceert tegen antigenen van de schildklier (TPO en Tg). Dit zorgt voor ontsteking,
beschadiging en in een later stadia afbraak van schildklierweefsel. Vergroting van de
schildklier (struma). Vaak eerst sprake van hyperthyreoïdie doordat
schildklierhormonen vrijkomen uit beschadigde cellen.

, - Jodiumtekort: Jodium is een essentieel spoorelement dat het lichaam nodig heeft
om schildklierhormonen (T3 en T4) te maken. De schildklier kan geen hormoon
produceren zonder jodium. te weinig jodium → te weinig schildklierhormoon →
verhoogde TSH → vergroting van de schildklier (struma)
- Dyshormonogenese: Het is een erfelijke aandoening waarbij er een genetisch
defect zit in één van de stappen van de schildklierhormoonsynthese. Daardoor kan
de schildklier niet goed T3 en T4 maken, ondanks dat de TSH-stimulatie normaal of
verhoogd is. De schildklier probeert te compenseren door struma.
- Post-chirurgisch / bestraling: Na bestraling of chirurgisch verwijderen van (een
gedeelte van) de schildklier, kunnen cellen geen T3 en T4 meer produceren,
Passende kenmerken zijn: haaruitval, opgeblazen gezicht, lage hartslag,
gewichtstoename, constipatie, infertiliteit, intolerantie voor kou, extreme slaperigheid,
lagere stem, verlies van emotie en enthousiasme

Hyperthyroïdie: een te snel werkende schildklier; vaak primair. Enkele voorbeelden zijn:
- ziekte van Graves: een auto-immuunziekte waarbij auto-antilichamen zich binden
aan TSH-receptoren en de schildklier blijvend stimuleren. Dit heeft overproductie
van T3 en T4 tot gevolg. Ook kunnen er uitpuilende ogen ontstaan (exopthalmus)
- toxisch adenoom / Toxisch multinodulair struma: wanneer een of meerdere
knobbels in de schildklier autonoom schildklierhormoon blijven produceren. Dit
betekent dat er T4 en T3 geproduceerd blijft worden zelfs wanneer TSH laag is.
- jodium-geïnduceerd: ontstaat door een plotselinge toename van een
jodiuminname bij mensen die al last hebben van gebieden met een autonome
schildklier. Deze nodules blijven ongecontroleerd schildklierhormoon produceren,
juist als er ineens veel jodium beschikbaar komt.
- medicijn-geïnduceerd:
passende kenmerken zijn: haaruitval, uitpuilende ogen, hoge hartslag, gewichtsverlies,
diarree, infertiliteit, intolerantie voor warmte, vermoeidheid maar niet in slaap kunnen
vallen, tremor, gejaagdheid

De student weet hoe kan worden ingegrepen op hypo- en hyperthyreoïdie:
Geneesmiddelen voor de behandeling van hyperthyreoïdie:
- thionamiden: verminderen de synthese van schildklierhormoon door
schildklierperoxidase (TPO) te remmen. De lange halfwaardetijd van T4 betekent 4-6
weken nodig zijn om de circulerende T4- en T3-concentraties terug te brengen tot
binnen het normale bereik. Thionamiden verlagen ook de concentraties TSH-
receptorantilichamen bij de ziekte van Graves.
o bijwerkingen: Maag-darmklachten, hoofdpijn, gewrichtspijn en jeukende
huiduitslag, allergische reacties, beenmergsuppressie en teratogeen
- blokkeren en vervangen: blokkeren van de werking van de schildklier met
carbimazol en vervangen van de werking van de schildklier met levothyroxine.
- Radioactief jodium: Radioactief jodium wordt oraal toegediend en specifiek
opgenomen door schildkliercellen. De straling (β-straling) vernietigt geleidelijk het
schildklierweefsel, waardoor de hormoonproductie afneemt
- Operatie: het (gedeeltelijk) verwijderen van de schildklier en vervolgens gebruik
maken van levothyroxine.

Documentinformatie

Geüpload op
22 februari 2026
Aantal pagina's
54
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€15,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
mikederoos

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
mikederoos Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
3 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen