Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting hoofdlijnen Nederlands recht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
44
Geüpload op
09-04-2021
Geschreven in
2020/2021

Een duidelijke samenvatting van hoofdstukken 1,2,5,6,8,10,12

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting recht:
Hoorcollege 1:
Hoofdstuk 1 Terreinverkenning:
 “Recht” belangrijk onderdeel van het dagelijks leven
 Vaak pas duidelijk als er problemen zijn
 Facilitair professional krijgt altijd met “recht” te maken en moet dus basale kennis
van het recht hebben
 ‘Recht hebben’ is niet altijd ook ‘recht krijgen’

Functies van het recht:
1. Normatieve functie
Rechtsnormen die moeten worden nageleefd. Bijv. we hebben afgesproken dat diefstallen
niet mag en moeten voorkomen.
2. Geschil oplossende functie
Geen eigenrichting. Bijv. dat je volgens de regels iemand aanspreekt op zijn gedrag.
Bijvoorbeeld naar een rechter stappen en niet zelf met geweld oplossen
3. Additionele (aanvullende) functie
Rechtsregels als niets is afgesproken. Bijvoorbeeld over onverwachte gebeurtenissen het
geld nog steeds betaald moet worden. Als het gestolen is moet het geld alsnog betaald
worden. Omdat je dus nog niks hebt afgesproken als er zoiets gebeurt.
4. Instrumentele functie
Wetgever hakt de knoop door. Bijvoorbeeld dat je met z’n alle in Nederland hebben
afgesproken om rechts te rijden. De wetgever zegt dan we reden rechts. Daar moet je je
aanhouden.

Verschil tussen normatieve functie en de instrumentele functie:
De normatieve functie is dat het recht beschermt wat wij in de samenleving belangrijk
vinden (onze normen: niet stelen, niet moorden, geen dingen van andere mensen kapot
maken etc.). En de instrumentele functie is dat het recht een middel is om een bepaald
probleem op te lossen/doel te bereiken. Dus bijvoorbeeld: de wetten rondom corona die
hebben als doel om zo snel mogelijk van Corona af te komen. De verkeersregels als doel om
het verkeer veilig te laten gaan.

Onderverdelingen:
Recht: Onderverdeling in:
 Nationaal
 Internationaal en Europees recht

Nationaal recht: onderverdeling in:
 Privaatrecht
 Publiekrecht

,Privaatrecht (civiel recht, burgerlijk recht) = recht dat geldt tussen burgers onderling
Onderverdeling in:
 Personen- en familierecht = zaken als geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap,
echtscheiding, adoptie
 Vermogensrecht = alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling
waaraan juridische gevolgen verbonden zijn. Bijvoorbeeld een kostbare designstoel.
 Ondernemingsrecht = alles regelt wat ondernemingen en bedrijven betreft
 Burgerlijk procesrecht = De regels die op het voeren van juridische procedures op het
terrein van privaatrecht van toepassing zijn.
Procederen is naar een rechter gaan om een geschil te laten beslechten.

Privaatrecht - Vermogensrecht:
Onderverdeling in:
 Verbintenissenrecht
 Goederenrecht

Privaatrecht – vermogensrecht – verbintenissenrecht
Verbintenissenrecht
Onderverdeling:
 Overeenkomstenrecht – algemeen
 Bijzondere overeenkomsten (arbeid, koop)
 Onrechtmatige en rechtmatige daad

Publiekrecht = recht dat geldt tussen de overheid en de burger
Onderverdeling:
 Strafrecht = De staat door middel van het Openbaar Ministerie (OM) actief optreedt
om sancties (boete, gevangenisstraf en dergelijke) te eisen bij overtreding van de
normen.
 Staatsrecht = Regelt ruwweg gesproken de wijze waarop het Nederlandse
staatsbestel wordt vormgegeven en de invloed die de burgers daarop kunnen
uitoefenen. (Eerste en Tweede kamer, regering, verkiezingen en de totstandkoming
van wetten)
 Bestuursrecht = heeft betrekking op de mogelijkheden die de overheid heeft om
regulerend op te treden ten aanzien van de maatschappij.
Bij strafrecht bezit de staat een monopolypositie. Alleen het OM kan tot vervolging van
strafbare feiten overgaan.

Rechtsbronnen:
1. De wet
2. Het verdrag (afspraken/overeenkomst tussen twee landen of meerdere landen) Bijv.
EU-verdrag
3. De jurisprudentie (Eerdere uitspraken van rechters)
4. De gewoonte

,De wet = geschreven rechtsregel
Voor elk rechtsgebied geldt:
 Materiaal recht: de regels zelf, de materie, de inhoud (wat wel en niet mag)
 Formeel recht (procesrecht): de manier waarop die regels gehandhaafd worden

Wetten privaatrecht:
 Materiaal recht: o.a. Burgerlijk Wetboek (BW) dat uit verschillende onderdelen
bestaat (‘Boeken’ met nummers)
 Formeel recht: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

 Wetgever op centraal niveau
 (Nationale/formele wetgever: regering en Staten-Generaal
 Nationale wetgever: wetten in formele zin

 Wetgeving op decentraal niveau (provincies en gemeentes): verordeningen, wetten
in materiële zin = algemeen geldend maar anders tot stand gekomen

2. Het verdrag = overeenkomst tussen twee of meer staten
 Bilateraal verdrag: twee staten partij
 Multilateraal verdrag: meer dan twee staten partij

3. Jurisprudentie = rechtspraak, rechtersrecht, rechterlijke uitspraken. Uitspraken
onder meer onder te verdelen in:
 Vonnissen: Uitspraak van een kantonrechter of de rechtbank
 Arresten: Uitspraak van het gerechtshof of hoge raad

Verschillende interpretatiemethoden en redeneerwijzen. Voorbeelden:
 Grammaticale methode: Een wet of verdrag uit op een grammaticale methode. Iets
wat in de wet staat. De woorden van de wet.
 Wetshistorische methode: Dan wordt er gekeken naar de historie van de wet.
 Teleologische methode: Er wordt gekeken naar het doel van de wet.

4. De gewoonte = herhaling van feiten in gelijksoortige verhoudingen

Twee voorwaarden voordat gewoonte ook “recht” wordt:
1. Vaste gedragslijn
2. Rechtsplicht

Overige onderscheidingen met betrekking tot recht
 Dwingend recht = recht waarvan de burgers niet mogen afwijken
Dat zie je in het wetsartikel: ‘moeten’

 Aanvullend recht = recht waarvan de burgers mogen afwijken
Dat zie je in het wetsartikel: ‘kunnen’

 Objectief recht = geldende recht, positieve recht (geldt in alle situaties voor
iedereen)

,  Subjectief recht = recht dat een rechtssubject (natuurlijke persoon of rechtspersoon)
heeft (geldt voor een specifieke situatie dus voor 1 persoon op dat moment)
 Rechtssubject = drager van rechten en plichten
Hogere regels (van een hoger orgaan) gelden boven lage regels! Bijvoorbeeld: De wetten
van de regering gaan boven de wetregels van de gemeente.

Bijzondere regels gaan boven algemene regels!

Jongere regels gelden altijd boven de oudere regels!

Hoorcollege 2:
Hoofdstuk 2 Verbintenissenrecht – de overeenkomst

Een overeenkomst is een afspraak gemaakt tussen twee personen (partijen) die juridisch
relevant zijn. Meerzijdige rechtshandeling.

Juridisch relevant heeft te maken met het feit dat uit een overeenkomst rechten en plichten
voortvloeien. In het recht noemen we deze rechten en plichten verbintenissen.

Verbintenis = Is een rechtsbetrekking tussen twee of meer partijen, op de grond waarvan de
ene persoon tegenover de ander tot handelen of nalaten verplicht is, terwijl die ander recht
heeft op dit handelen of nalaten.

Obligatie overeenkomst = Een overeenkomst die door twee partijen is gesloten met het
doel dat daaruit rechten en plichten voortvloeien.

Wederkerige overeenkomst = Is een overeenkomst die meebrengt dat beide partijen ten
minste zowel een recht verkrijgen als een plicht op zich nemen. Bijvoorbeeld de
huurovereenkomst en de overeenkomst van geldleen wederkerige overeenkomsten.

Eenzijdige overeenkomst = Zijn afspraken waaruit slechts één verbintenis voortvloeit, in
tegenstelling tot de wederkerige overeenkomst, waaruit twee verbintenissen ontstaan.

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.
Aanbod en aanvaarding = Wat biedt je aan. En aanvaarding: je gaat akkoord met het
aanbod.
Aanbod = eenzijdige wilsverklaring die de ander bereikt moet hebben
Aanvaarding = wilsverklaring die een acceptatie van het aanbod inhoudt (ja)

Een aanbieder kan een bod intrekken. Er zijn twee voorwaarden:
1. Het aanbod mag nog niet aanvaard zijn.
2. De aanbieder mag zijn bod niet onherroepelijk hebben gemaakt. Dat doet hij door
onder andere een termijn aan te stellen waarop de aanvaarding plaatsvindt.
Er ontstaat geen overeenkomst als er geen aanbod, maar slechts een uitnodiging is gegeven
tot het doen van een aanbod. Dit blijkt uit advertenties door ‘prijs n.o.t.k.’ (nader overeen te
komen).

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
1,2,5,6,8,10,12
Geüpload op
9 april 2021
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING
€6,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
robinmeijers1

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
robinmeijers1 Hogeschool Rotterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen