10.2 fundamenteel en toegepast communicatieonderzoek.
Met fundamenteel (wetenschappelijk) onderzoek, kun je de algemene kennis van de
werkelijkheid vergroten. Je stelt hypotheses die je onderuit haalt of bevestigt. Bij het
ontkrachten van theorieën probeer je iets nieuws en beter te bedenken→ nieuwe theorie
aanleiding voor nieuw onderzoek.
Voorbeeld: Is de betreffende theorie nog houdbaar? Op welke punten moet er aanvulling
komen?
Praktijkgericht onderzoek doe je om een praktisch probleem op te lossen. Je gaat inzichten
toepassen op bijvoorbeeld de beroepspraktijk van een organisatie. Hierbij adviseer je de
opdrachtgever over een probleem. Met de uitkomsten van je onderzoek kun je goede
oplossingen aanreiken. Je wilt kennis toepassen en praktisch advies geven→ Ook wel
toegepast onderzoek genoemd. Hierbij kijk je naar een concreet probleem met een
duidelijke probleemstelling en hoofdpunten.
Voorbeeld: Waarom bereikt een bedrijf zijn doelgroep veel beter met een sponsoractie dan
met een actiereclame?
Voor een praktische benadering van onderzoek kun je uitgaan van corporate
communication. Je probeert dan het hele proces van bedrijfscommunicatie te vatten, waarbij
je 3 hoofdvormen zo planmatig mogelijk probeert te integreren: Interne management
communicatie, externe concerncommunicatie en marketingcommunicatie. Marketing
communicatie en mediaplanning kun je inschakelen om externe doelgroepen te bereiken. Je
kunt ook uitgaan van een andere modaliteit (apart communicatiespecialisme).
Met die soort verschillen moet je in je media-onderzoek rekening houden. Het hang af van
de concrete situatie.
Veel onderzoeksmethodes die toegepast worden in communicatieonderzoek, hebben hun
wortels liggen bij fundamenteel onderzoek.
10.3 De richting en inrichting van het onderzoek.
Op welke wijze laat je voor- en tegenstanders aan het woord komen? Welke informatie ligt
gevoelig bij publiek? Dergelijke kritische vragen zijn vaak moeilijk te beantwoorden op het
moment dat ze zich voordoen. Je moet als communicatiedeskundige beslissen welke
invalshoek je kiest. Dat kun je beter doen door je bewust te zijn van je keuzemogelijkheden.
Dit soort metavragen (het verwoorden van je veronderstellingen en invalshoeken) gaat over
het scherp krijgen van je eigen veronderstellingen.
Bij empirisch onderzoek doen, moet je in kaart brengen wat je te weten wil komen. Je
formuleert je onderzoeksdoel op basis van je veronderstellingen→ centrale vraag
ontwikkelen→ beantwoorden met onderzoek.