volledig te begrijpen?
1
, A. Omdat ultimate verklaringen geen genetische component
bevatten
B. Omdat ze geen directe controlemechanismen beschrijven
C. Omdat ze alleen culturele invloeden analyseren
D. Omdat ze uitsluitend op groepsniveau werken
2. Wat gebeurt er met een adaptatie wanneer de selectiedruk
structureel verdwijnt?
A. De eigenschap blijft altijd stabiel aanwezig
B. De eigenschap wordt sterker door genetische drift
C. De adaptieve waarde kan afnemen waardoor selectie tegen de
eigenschap optreedt
D. De eigenschap wordt automatisch een exaptatie
3. Waarom ondermijnt genetische drift het idee dat alle
eigenschappen adaptaties zijn?
A. Omdat drift uitsluitend optreedt bij hoge fitness
B. Omdat drift willekeurige frequentieveranderingen veroorzaakt
zonder functioneel voordeel
C. Omdat drift alleen culturele kenmerken beïnvloedt
D. Omdat drift mutaties voorkomt
4. Wat is het functionele gevolg van hogere minimale ouderlijke
investering bij vrouwen?
A. Verminderde partnerselectiviteit
B. Toename van kortetermijnstrategieën
C. Grotere variatie in vrouwelijk reproductiesucces
D. Sterkere selectie op kieskeurigheid
5. Waarom leidt een scheve operationele sekseratio tot
intensere intrasexuele competitie?
A. Omdat dominante individuen minder investeren
B. Omdat het schaarse geslacht meer onderhandelingsmacht krijgt
C. Omdat genetische variatie toeneemt
D. Omdat seksuele dimorfie afneemt
6. Wat verklaart het cheaterdetectie-effect in de Wason-taak
vanuit evolutionair perspectief?
A. Mensen zijn logisch beter in concrete taken
B. Sociale contractproblemen activeerden gespecialiseerde
cognitieve systemen
C. Frequentieformuleringen zijn eenvoudiger dan abstracte logica
D. Culturele normen verbeteren deductief redeneren
7. Waarom kan verliesaversie adaptief zijn geweest in
evolutionaire context?
2
, A. Winsten vergroten altijd fitness sterker dan verliezen
B. Kleine verliezen hadden geen invloed op overleving
C. Vermijden van verlies kon directe overlevingskansen beschermen
D. Verliesaversie vergroot reproductiesnelheid
8. Wat is het primaire mechanisme achter kin-selectie?
A. Sociale reputatie
B. Frequentie-afhankelijke selectie
C. Genetische verwantschap verhoogt indirecte fitness
D. Culturele transmissie
9. Waarom kan ouder-nakomelingconflict evolutionair stabiel
blijven bestaan?
A. Omdat ouders identieke genetische belangen delen met elk kind
B. Omdat nakomelingen meer dan 50% genetisch overlappen met
ouders
C. Omdat beide partijen verschillende optimale investeringsniveaus
hebben
D. Omdat conflict reproductie volledig verhindert
10. Wat gebeurt er met samenwerking wanneer iteratieve
interactie ontbreekt?
A. Tit-for-tat wordt stabieler
B. Freeriders worden beloond
C. Reputatie verliest relevantie
D. Directe reciprociteit wordt minder waarschijnlijk
11. Waarom is het rookmelderprincipe evolutionair
logisch?
A. Omdat vals-negatieven minder kostbaar zijn dan vals-positieven
B. Omdat overgevoelige systemen ernstige dreigingen missen
C. Omdat vals-positieven goedkoper zijn dan gemiste echte
dreigingen
D. Omdat alle dreigingen gelijkwaardig zijn
12. Wat impliceert massive modularity voor cognitieve
architectuur?
A. Eén algemeen probleemoplossend systeem
B. Meerdere gespecialiseerde systemen voor specifieke adaptieve
problemen
C. Volledige culturele vormbaarheid van cognitie
D. Afwezigheid van neurale specialisatie
13. Waarom kan seksuele jaloezie sekseverschillen
vertonen?
A. Omdat mannen hogere ouderlijke investering hebben
3