Toelichting bij de stappen in de mindmap
1. Welke analyse?
Dit onderdeel helpt bepalen welke statistische analyse geschikt is voor je onderzoek. De
keuze hangt vooral af van het meetniveau van de uitkomstvariabele (Y) en het type
predictor(en) (X).
- Als Y kwantitatief is, gebruik je meestal lineaire regressie of ANOVA.
- Als Y dichotoom is, gebruik je logistische regressie.
2. Modeltype
Dit deel beschrijft hoe het statistische model wordt opgebouwd.
Lineaire regressie
Wordt gebruikt om het verband tussen een predictor en een kwantitatieve uitkomstvariabele
te beschrijven.
Formule:
waarbij:
- a = intercept
- b = regressiecoëfficiënt
Multiple regressie
Een uitbreiding van lineaire regressie waarbij meerdere voorspellers tegelijk worden
opgenomen.
Formule:
Interactie-effect
Een interactie betekent dat het effect van een predictor afhangt van een andere predictor.
Formule:
Wanneer een interactie significant is, moet het effect van de predictor op verschillende
niveaus van de moderator worden onderzocht.
Dummyvariabelen
Categorische variabelen kunnen niet direct in regressie worden opgenomen. Daarom
worden ze omgezet in dummyvariabelen (0/1).
Bij k categorieën worden k−1 dummyvariabelen gemaakt.
De groep die geen dummy krijgt is de referentiecategorie.
ANOVA