Wetenschapsfilosofie
Table of Contents
WEEK 1, 2-6 FEBRUARI....................................................................................................... 2
RISJORD CHAPTER 1..................................................................................................................2
GODFREY-SMITH: THEORY AND REALITY....................................................................................4
RISJORD CHAPTER 2................................................................................................................11
HELEN LONGINO- SCIENCE AS SOCIAL KNOWLEDGE: VALUES AND OBJECTIVITY IN SCIENTIFIC
INQUIRY...................................................................................................................................14
HOORCOLLEGE 2.....................................................................................................................16
WEEK 2, 9-13 FEBRUARI................................................................................................... 20
RISJORD CHAPTER 3................................................................................................................20
READER- METCALF..................................................................................................................22
HOORCOLLEGE 3.....................................................................................................................24
READER- OKASHA...................................................................................................................29
READER- SMITH III...................................................................................................................30
HOORCOLLEGE 4.....................................................................................................................32
WEEK 3, 16-20 FEB............................................................................................................ 37
RISJORD CHAPTER 4................................................................................................................37
READER- DOOREMALEN...........................................................................................................39
READER-BLOOM......................................................................................................................41
HOORCOLLEGE 5.....................................................................................................................42
RISJORD CHAPTER 5................................................................................................................47
HOORCOLLEGE 6.....................................................................................................................49
WEEK 4, 23-27 FEB............................................................................................................ 54
RISJORD CHAPTER 7 (BEHALVE 7.4).........................................................................................54
HOORCOLLEGE 7.....................................................................................................................56
READER- CHRISTENSEN...........................................................................................................62
READER- RITCHIE....................................................................................................................63
HOORCOLLEGE 8.....................................................................................................................65
WEEK 5, 2-6 MAART........................................................................................................... 67
RISJORD CHAPTER 8................................................................................................................67
READER- DE VRIEZE.................................................................................................................69
HOORCOLLEGE 9.....................................................................................................................71
RISJORD CHAPTER 9................................................................................................................74
HOORCOLLEGE 10...................................................................................................................76
WEEK 6, 9-13 MAART......................................................................................................... 80
,RISJORD CHAPTER 10..............................................................................................................80
HOORCOLLEGE 11....................................................................................................................82
HOORCOLLEGE 12...................................................................................................................82
Week 1, 2-6 februari
Risjord chapter 1
INLEIDING
• Hoofdstuk 1 introduceert het vak wetenschapsfilosofie van de sociale
wetenschappen
• Centrale vraag: welke filosofische aannames liggen besloten in
sociaalwetenschappelijk onderzoek?
• Sociale wetenschappen zijn nooit filosofisch neutraal
• Drie centrale thema’s:
• Normativiteit, naturalisme en reductionisme
WAT IS DE WETENSCHAPSFILOSOFIE VAN DE SOCIALE WETENSCHAPPEN?
• Mensen zijn van nature sociale wezens
• Filosofische vragen over mens-zijn raken altijd aan samenleving
• In de 19e eeuw ontstaan sociale wetenschappen als aparte disciplines
• Ze nemen afstand van filosofie in methode, maar niet in inhoud
• Filosofie van de sociale wetenschappen onderzoekt klassieke filosofische vragen
via empirisch sociaal onderzoek
DE DRIE CENTRALE THEMA’S
1. NORMATIVITEIT
• Normativiteit gaat over normen, waarden en regels
• Normen spelen een rol op twee niveaus
- Ten eerste: normen en waarden van mensen die onderzocht worden, mensen
handelen vaak omdat zij iets moreel juist of onjuist vinden
- Ten tweede: normen en waarden binnen de wetenschap zelf
• Bijvoorbeeld ideeën over objectiviteit, neutraliteit en maatschappelijke relevantie
Centrale vraag: kan sociale wetenschap waardevrij zijn? Of zijn waarden
onvermijdelijk onderdeel van kennisproductie?
2. NATURALISME
• Naturalisme gaat over de relatie tussen sociale en natuurwetenschappen
• Kernvraag: Moeten sociale wetenschappen dezelfde methoden gebruiken als
natuurwetenschappen? Of vereist menselijk gedrag een eigen benadering?
• Spanningsveld tussen verklaren en begrijpen
- Verklaren vanuit een buitenstaandersperspectief
- Begrijpen vanuit het perspectief van betrokken actoren
• Dit raakt aan causaliteit, rationaliteit en betekenis
3. REDUCTIONISME
• Reductionisme gaat over de relatie tussen individuen en sociale structuren
,• Centrale vraag: Kunnen sociale verschijnselen volledig worden verklaard door
individueel gedrag? Of hebben sociale entiteiten een eigen verklarende kracht?
• Voorbeelden van sociale entiteiten:
- Instituties
- Groepen
- Normen
- Staten
VOORBEELDEN ALS FILOSOFISCHE TESTGEVALLEN
Risjord gebruikt concrete sociaalwetenschappelijke voorbeelden
• Deze voorbeelden hebben twee functies
1. Ze maken filosofische aannames in onderzoek zichtbaar
2. Ze dienen als toets voor filosofische theorieën
• Filosofie moet sociaalwetenschappelijke problemen helpen oplossen
1. DE DEMOCRATISCHE VREDE
• Stelling: democratieën voeren zelden oorlog tegen elkaar
• Idee gaat terug op Immanuel Kant
• Kant veronderstelt rationele burgers die oorlog willen vermijden
• Empirische bevinding: Democratieën zijn niet minder oorlogszuchtig in het
algemeen, maar gaan vrijwel nooit met elkaar in oorlog
• Filosofisch probleem: Verklaar je dit via individuele keuzes van burgers of via
kenmerken van politieke instituties?
• Dit voorbeeld raakt aan:
- Causaliteit
- Reductionisme
- De vraag of sociale structuren eigen verklaringskracht hebben
2. AZANDE EN HEKSERIJ
• Antropoloog Evans-Pritchard onderzoekt hekserij bij de Azande
• Op het eerste gezicht lijkt hun denken tegenstrijdig en irrationeel
• Probleem:
- Tegenstrijdige verklaringen van dood en wraak bestaan naast elkaar
• Filosofische vragen:
- Zijn sommige culturen minder rationeel?
- Of begrijpen wij hun rationaliteit verkeerd?
Evans-Pritchard verdedigt het tweede
• Azande-denken is coherent binnen hun sociale praktijken
• Dit voorbeeld introduceert; Interpretatie en Rationaliteit
• Begrijpen van binnenuit
• Belangrijk voor het debat over naturalisme
3. VRIJHEIDSSTRIJDERS EN FREE RIDERS
• Voorbeeld van Rosa Parks en de burgerrechtenbeweging
• Individueel is protesteren riskant
• Collectief is protest noodzakelijk voor verandering
• Dit is het free rider probleem:
Rationeel gezien zou niemand moeten protesteren toch slagen sociale bewegingen
soms wel
, Filosofische spanning
• Liberale visie: Mensen zijn rationele individuen die eigenbelang nastreven
• Communitaristische visie: Mensen zijn fundamenteel sociaal en normgericht
• Dit roept vragen op over:
- Normen
- Sociale identiteit
- Individuele en collectieve agency
FILOSOFIE IN DE SOCIALE WETENSCHAPPEN
• Sociale wetenschappers nemen altijd filosofische posities in
• Vaak impliciet
• Bijvoorbeeld over:
- Rationaliteit
- Objectiviteit
- Causaliteit
- Gemeenschap
• Filosofie helpt deze aannames expliciet en kritisch te maken
• Tegelijk leveren sociale wetenschappen empirische input voor filosofie
• Er is een wederzijdse beïnvloeding
WAT TELT ALS SOCIALE WETENSCHAP?
• Risjord hanteert een brede definitie: Alle systematische empirische studies van
menselijk gedrag inclusief kwalitatieve methoden (Interviews en participerende
observatie)
• Theorie is niet beperkt tot wetten en oorzaken
• Theorie omvat alle manieren waarop kennis wordt geformuleerd
EEN RONDLEIDING DOOR DE FILOSOFISCHE OMGEVING
• Wetenschapsfilosofie raakt drie klassieke domeinen:
1. Waardentheorie
2. Epistemologie
3. Metafysica
• Grenzen tussen domeinen zijn niet strikt
• Filosofische vragen lopen in elkaar over
• Toch keren drie thema’s steeds terug:
1. Normativiteit
2. Naturalisme
3. Reductionisme
EPISTEMOLOGISCH EN METAFYSISCH ONDERSCHEID
• Epistemologisch: Gaat over kennis, methode en verklaring
• Metafysisch: Gaat over wat er bestaat en hoe de werkelijkheid is opgebouwd
• Dit onderscheid geldt voor: Naturalisme en Reductionisme
Godfrey-Smith: Theory and Reality
INLEIDING: LOGICA EN EMPIRISME
• Centrale focus ligt op logisch positivisme en logisch empirisme
• Deze stromingen combineren twee ideeën
Table of Contents
WEEK 1, 2-6 FEBRUARI....................................................................................................... 2
RISJORD CHAPTER 1..................................................................................................................2
GODFREY-SMITH: THEORY AND REALITY....................................................................................4
RISJORD CHAPTER 2................................................................................................................11
HELEN LONGINO- SCIENCE AS SOCIAL KNOWLEDGE: VALUES AND OBJECTIVITY IN SCIENTIFIC
INQUIRY...................................................................................................................................14
HOORCOLLEGE 2.....................................................................................................................16
WEEK 2, 9-13 FEBRUARI................................................................................................... 20
RISJORD CHAPTER 3................................................................................................................20
READER- METCALF..................................................................................................................22
HOORCOLLEGE 3.....................................................................................................................24
READER- OKASHA...................................................................................................................29
READER- SMITH III...................................................................................................................30
HOORCOLLEGE 4.....................................................................................................................32
WEEK 3, 16-20 FEB............................................................................................................ 37
RISJORD CHAPTER 4................................................................................................................37
READER- DOOREMALEN...........................................................................................................39
READER-BLOOM......................................................................................................................41
HOORCOLLEGE 5.....................................................................................................................42
RISJORD CHAPTER 5................................................................................................................47
HOORCOLLEGE 6.....................................................................................................................49
WEEK 4, 23-27 FEB............................................................................................................ 54
RISJORD CHAPTER 7 (BEHALVE 7.4).........................................................................................54
HOORCOLLEGE 7.....................................................................................................................56
READER- CHRISTENSEN...........................................................................................................62
READER- RITCHIE....................................................................................................................63
HOORCOLLEGE 8.....................................................................................................................65
WEEK 5, 2-6 MAART........................................................................................................... 67
RISJORD CHAPTER 8................................................................................................................67
READER- DE VRIEZE.................................................................................................................69
HOORCOLLEGE 9.....................................................................................................................71
RISJORD CHAPTER 9................................................................................................................74
HOORCOLLEGE 10...................................................................................................................76
WEEK 6, 9-13 MAART......................................................................................................... 80
,RISJORD CHAPTER 10..............................................................................................................80
HOORCOLLEGE 11....................................................................................................................82
HOORCOLLEGE 12...................................................................................................................82
Week 1, 2-6 februari
Risjord chapter 1
INLEIDING
• Hoofdstuk 1 introduceert het vak wetenschapsfilosofie van de sociale
wetenschappen
• Centrale vraag: welke filosofische aannames liggen besloten in
sociaalwetenschappelijk onderzoek?
• Sociale wetenschappen zijn nooit filosofisch neutraal
• Drie centrale thema’s:
• Normativiteit, naturalisme en reductionisme
WAT IS DE WETENSCHAPSFILOSOFIE VAN DE SOCIALE WETENSCHAPPEN?
• Mensen zijn van nature sociale wezens
• Filosofische vragen over mens-zijn raken altijd aan samenleving
• In de 19e eeuw ontstaan sociale wetenschappen als aparte disciplines
• Ze nemen afstand van filosofie in methode, maar niet in inhoud
• Filosofie van de sociale wetenschappen onderzoekt klassieke filosofische vragen
via empirisch sociaal onderzoek
DE DRIE CENTRALE THEMA’S
1. NORMATIVITEIT
• Normativiteit gaat over normen, waarden en regels
• Normen spelen een rol op twee niveaus
- Ten eerste: normen en waarden van mensen die onderzocht worden, mensen
handelen vaak omdat zij iets moreel juist of onjuist vinden
- Ten tweede: normen en waarden binnen de wetenschap zelf
• Bijvoorbeeld ideeën over objectiviteit, neutraliteit en maatschappelijke relevantie
Centrale vraag: kan sociale wetenschap waardevrij zijn? Of zijn waarden
onvermijdelijk onderdeel van kennisproductie?
2. NATURALISME
• Naturalisme gaat over de relatie tussen sociale en natuurwetenschappen
• Kernvraag: Moeten sociale wetenschappen dezelfde methoden gebruiken als
natuurwetenschappen? Of vereist menselijk gedrag een eigen benadering?
• Spanningsveld tussen verklaren en begrijpen
- Verklaren vanuit een buitenstaandersperspectief
- Begrijpen vanuit het perspectief van betrokken actoren
• Dit raakt aan causaliteit, rationaliteit en betekenis
3. REDUCTIONISME
• Reductionisme gaat over de relatie tussen individuen en sociale structuren
,• Centrale vraag: Kunnen sociale verschijnselen volledig worden verklaard door
individueel gedrag? Of hebben sociale entiteiten een eigen verklarende kracht?
• Voorbeelden van sociale entiteiten:
- Instituties
- Groepen
- Normen
- Staten
VOORBEELDEN ALS FILOSOFISCHE TESTGEVALLEN
Risjord gebruikt concrete sociaalwetenschappelijke voorbeelden
• Deze voorbeelden hebben twee functies
1. Ze maken filosofische aannames in onderzoek zichtbaar
2. Ze dienen als toets voor filosofische theorieën
• Filosofie moet sociaalwetenschappelijke problemen helpen oplossen
1. DE DEMOCRATISCHE VREDE
• Stelling: democratieën voeren zelden oorlog tegen elkaar
• Idee gaat terug op Immanuel Kant
• Kant veronderstelt rationele burgers die oorlog willen vermijden
• Empirische bevinding: Democratieën zijn niet minder oorlogszuchtig in het
algemeen, maar gaan vrijwel nooit met elkaar in oorlog
• Filosofisch probleem: Verklaar je dit via individuele keuzes van burgers of via
kenmerken van politieke instituties?
• Dit voorbeeld raakt aan:
- Causaliteit
- Reductionisme
- De vraag of sociale structuren eigen verklaringskracht hebben
2. AZANDE EN HEKSERIJ
• Antropoloog Evans-Pritchard onderzoekt hekserij bij de Azande
• Op het eerste gezicht lijkt hun denken tegenstrijdig en irrationeel
• Probleem:
- Tegenstrijdige verklaringen van dood en wraak bestaan naast elkaar
• Filosofische vragen:
- Zijn sommige culturen minder rationeel?
- Of begrijpen wij hun rationaliteit verkeerd?
Evans-Pritchard verdedigt het tweede
• Azande-denken is coherent binnen hun sociale praktijken
• Dit voorbeeld introduceert; Interpretatie en Rationaliteit
• Begrijpen van binnenuit
• Belangrijk voor het debat over naturalisme
3. VRIJHEIDSSTRIJDERS EN FREE RIDERS
• Voorbeeld van Rosa Parks en de burgerrechtenbeweging
• Individueel is protesteren riskant
• Collectief is protest noodzakelijk voor verandering
• Dit is het free rider probleem:
Rationeel gezien zou niemand moeten protesteren toch slagen sociale bewegingen
soms wel
, Filosofische spanning
• Liberale visie: Mensen zijn rationele individuen die eigenbelang nastreven
• Communitaristische visie: Mensen zijn fundamenteel sociaal en normgericht
• Dit roept vragen op over:
- Normen
- Sociale identiteit
- Individuele en collectieve agency
FILOSOFIE IN DE SOCIALE WETENSCHAPPEN
• Sociale wetenschappers nemen altijd filosofische posities in
• Vaak impliciet
• Bijvoorbeeld over:
- Rationaliteit
- Objectiviteit
- Causaliteit
- Gemeenschap
• Filosofie helpt deze aannames expliciet en kritisch te maken
• Tegelijk leveren sociale wetenschappen empirische input voor filosofie
• Er is een wederzijdse beïnvloeding
WAT TELT ALS SOCIALE WETENSCHAP?
• Risjord hanteert een brede definitie: Alle systematische empirische studies van
menselijk gedrag inclusief kwalitatieve methoden (Interviews en participerende
observatie)
• Theorie is niet beperkt tot wetten en oorzaken
• Theorie omvat alle manieren waarop kennis wordt geformuleerd
EEN RONDLEIDING DOOR DE FILOSOFISCHE OMGEVING
• Wetenschapsfilosofie raakt drie klassieke domeinen:
1. Waardentheorie
2. Epistemologie
3. Metafysica
• Grenzen tussen domeinen zijn niet strikt
• Filosofische vragen lopen in elkaar over
• Toch keren drie thema’s steeds terug:
1. Normativiteit
2. Naturalisme
3. Reductionisme
EPISTEMOLOGISCH EN METAFYSISCH ONDERSCHEID
• Epistemologisch: Gaat over kennis, methode en verklaring
• Metafysisch: Gaat over wat er bestaat en hoe de werkelijkheid is opgebouwd
• Dit onderscheid geldt voor: Naturalisme en Reductionisme
Godfrey-Smith: Theory and Reality
INLEIDING: LOGICA EN EMPIRISME
• Centrale focus ligt op logisch positivisme en logisch empirisme
• Deze stromingen combineren twee ideeën