Operations management voor bedrijfskunde
Hoorcollege 1
Goederen vs diensten
Eigenschappen van goederen:
- Tastbaar
- Productie gaat vooraf aan consumptie
- Kan opgeslagen worden
Eigenschappen van diensten:
- Ontastbaar
- Productie tegelijkertijd met consumptie: de klant moet aanwezig zijn
- Kan niet opgeslagen worden
Er zijn een heleboel (vaak complexe) beslissingen nodig om al deze activiteiten
te managen!
= Operations Management
- Alles wat je om je heen ziet, is geproduceerd door een operation.
- Elke dienst die je vandaag hebt gebruikt (mobiele apps, busdienst,
hoorcollege, enz.)
is ook tot stand gekomen door een operation.
- Operations managers zorgen voor de creatie van alles wat je koopt, op zit,
draagt, eet,
gebruikt, weggooit
OM is een belangrijke bedrijfsfunctie, zit helemaal in het midden van een bedrijf.
Hoe informatie verzamelen over het bedrijf?
- Gebruik de opdracht als richtlijn
- Bestudeer het boek/ concepten
- Online- informatie
- Bedrijfswebsites zijn niet altijd even betrouwbaar, ze vinden zichzelf het
beste
- Betrouwbare websites: overheid, CBS
De meeste operaties produceren een mix van goederen en diensten
(bijvoorbeeld een restaurant).
Input -> transformatie -> output model: voorbeeld pannenkoeken bakken
(ingrediënten + benodigdheden -> proces -> pannenkoek).
Input: getransformeerde middelen (verdwijnen in het proces) of transformerende
middelen (heb je nodig om de transformatie te doen)
,Definitie: OM gebruikt middelen om op gepaste wijze uitvoer (producten of
diensten) te creëren die voldoet aan gedefinieerde marktvereisten.
Allerlei aspecten bepalen of het op gepaste wijze is gemaakt.
Hoe verschillen operaties (en processen) van elkaar?
4 v model
Volume: het niveau of de snelheid van de uitvoer van het proces (hoeveel maak
je per tijdseenheid). Bijvoorbeeld Mac Donalds: veel/ weinig herhaling,
specialisatie, kapitaalintensief, lage/ hoge eenheidskosten.
Variëteit: het scala aan verschillende producten en diensten geproduceerd door
een proces. Hoeveel verschillende dingen levert die operation op? (Bus:
bestaande buslijnen, goedkoper, regulier, lage eenheidskosten vs taxi: flexibel,
complex, afstemmen op de klantbehoeften, hoge eenheidskosten)
Variatie in vraag: de mate waarin het niveau van de vraag van klanten in de
,loop van tijd varieert. (Ski-hotel: hoge eenheidskosten, geen zekerheid in de
zomer, anticipatie, in contact met de vraag vs hotel in de stad: lage
eenheidskosten, routine, stabiel, voorspelbaar, hoge benutting van middelen)
Zichtbaarheid: in hoeverre de klant de operatie/ proces kan obeserveren. (Lage
zichtbaarheid bij naaifabrieken: tijdsverschil tussen productie en consumptie,
hoge bezettingsgraad, centralisatie, lage eenheidskosten vs kleermaker: korte
wachttolerantie, tevredenheid door perceptie klant, vaardigheden vereist, meer
variatie mogelijk, hoge eenheidskosten)
Hoorcollege 2
Eigenschappen van een strategie
Brede doelstellingen die een onderneming naar haar uiteindelijke doel
leidt
De route plannen om deze doelstellingen te bereiken
De nadruk leggen op lange termijn doelen
Focus op het totaalplaatje in plaats van individuele activiteiten
Los en boven staan van de verwarring en afleiding van dagelijkse
activiteiten
Operations strategie is het patroon van besluiten en acties die invloed hebben
op de lange termijnvisie, doelen en competenties van de operations en hun
bijdrage aan de algehele strategie van een onderneming.
Matchen van vraag en aanbod
Strategisch: wat je wil gaan doen, impact op minimaal een jaar
Tactisch: hoe je het gaat organiseren? Weken, maanden, maximaal een jaar
Operationeel: organisatie in uren, dagen tot een week, scope is specifiek
Operations draagt bij aan een onderneming:
1. Problemen oplossen
2. Vergelijken met de operations van concurrenten of andere bedrijven=
benchmarking
3. Eruit springen,
4. Wanneer operations een competitief voordeel geeft
, -> model uit de slides
4 perspectieven op operations strategie
Top-down perspectief:
Nadruk op het volgen van de ‘hiërarchie van strategieën’ binnen het bedrijf
• Correspondentie: Operations strategie is in lijn met de doelstellingen en
richting van de
business unit en uiteindelijk bedrijf als geheel
• Coherentie: Operations strategie hangt samen met die van andere functies
(bijv. Marketing)
Corporate strategie -> Business unit strategie -> Functionele strategie ->
beslissingen & acties
-> plaatje invoegen
Bottum-up perspectief: nadruk op het ontwikkelen van competenties op basis
van dagelijkse ervaringen en observaties.
Bottum-up en top-down zijn complementair:
- Top-down geeft richting aan dagelijkse beslissingen
- Bottom-up: brengt ideeën over kansen die geëxploiteerd kunnen worden
Outside-in perspectief: kijken naar wat de markt wil, legt nadruk op de
competenties, zowel tastbare en ontastbare middelen
- Beoogde klantsegmenten en hun behoeftes (kwaliteit, snelheid,
betrouwbaarheid, kosten differentiatie
- Levenscyclus fase van de producten/ diensten (introductie, groei,
volwassen, afname)
Hoorcollege 1
Goederen vs diensten
Eigenschappen van goederen:
- Tastbaar
- Productie gaat vooraf aan consumptie
- Kan opgeslagen worden
Eigenschappen van diensten:
- Ontastbaar
- Productie tegelijkertijd met consumptie: de klant moet aanwezig zijn
- Kan niet opgeslagen worden
Er zijn een heleboel (vaak complexe) beslissingen nodig om al deze activiteiten
te managen!
= Operations Management
- Alles wat je om je heen ziet, is geproduceerd door een operation.
- Elke dienst die je vandaag hebt gebruikt (mobiele apps, busdienst,
hoorcollege, enz.)
is ook tot stand gekomen door een operation.
- Operations managers zorgen voor de creatie van alles wat je koopt, op zit,
draagt, eet,
gebruikt, weggooit
OM is een belangrijke bedrijfsfunctie, zit helemaal in het midden van een bedrijf.
Hoe informatie verzamelen over het bedrijf?
- Gebruik de opdracht als richtlijn
- Bestudeer het boek/ concepten
- Online- informatie
- Bedrijfswebsites zijn niet altijd even betrouwbaar, ze vinden zichzelf het
beste
- Betrouwbare websites: overheid, CBS
De meeste operaties produceren een mix van goederen en diensten
(bijvoorbeeld een restaurant).
Input -> transformatie -> output model: voorbeeld pannenkoeken bakken
(ingrediënten + benodigdheden -> proces -> pannenkoek).
Input: getransformeerde middelen (verdwijnen in het proces) of transformerende
middelen (heb je nodig om de transformatie te doen)
,Definitie: OM gebruikt middelen om op gepaste wijze uitvoer (producten of
diensten) te creëren die voldoet aan gedefinieerde marktvereisten.
Allerlei aspecten bepalen of het op gepaste wijze is gemaakt.
Hoe verschillen operaties (en processen) van elkaar?
4 v model
Volume: het niveau of de snelheid van de uitvoer van het proces (hoeveel maak
je per tijdseenheid). Bijvoorbeeld Mac Donalds: veel/ weinig herhaling,
specialisatie, kapitaalintensief, lage/ hoge eenheidskosten.
Variëteit: het scala aan verschillende producten en diensten geproduceerd door
een proces. Hoeveel verschillende dingen levert die operation op? (Bus:
bestaande buslijnen, goedkoper, regulier, lage eenheidskosten vs taxi: flexibel,
complex, afstemmen op de klantbehoeften, hoge eenheidskosten)
Variatie in vraag: de mate waarin het niveau van de vraag van klanten in de
,loop van tijd varieert. (Ski-hotel: hoge eenheidskosten, geen zekerheid in de
zomer, anticipatie, in contact met de vraag vs hotel in de stad: lage
eenheidskosten, routine, stabiel, voorspelbaar, hoge benutting van middelen)
Zichtbaarheid: in hoeverre de klant de operatie/ proces kan obeserveren. (Lage
zichtbaarheid bij naaifabrieken: tijdsverschil tussen productie en consumptie,
hoge bezettingsgraad, centralisatie, lage eenheidskosten vs kleermaker: korte
wachttolerantie, tevredenheid door perceptie klant, vaardigheden vereist, meer
variatie mogelijk, hoge eenheidskosten)
Hoorcollege 2
Eigenschappen van een strategie
Brede doelstellingen die een onderneming naar haar uiteindelijke doel
leidt
De route plannen om deze doelstellingen te bereiken
De nadruk leggen op lange termijn doelen
Focus op het totaalplaatje in plaats van individuele activiteiten
Los en boven staan van de verwarring en afleiding van dagelijkse
activiteiten
Operations strategie is het patroon van besluiten en acties die invloed hebben
op de lange termijnvisie, doelen en competenties van de operations en hun
bijdrage aan de algehele strategie van een onderneming.
Matchen van vraag en aanbod
Strategisch: wat je wil gaan doen, impact op minimaal een jaar
Tactisch: hoe je het gaat organiseren? Weken, maanden, maximaal een jaar
Operationeel: organisatie in uren, dagen tot een week, scope is specifiek
Operations draagt bij aan een onderneming:
1. Problemen oplossen
2. Vergelijken met de operations van concurrenten of andere bedrijven=
benchmarking
3. Eruit springen,
4. Wanneer operations een competitief voordeel geeft
, -> model uit de slides
4 perspectieven op operations strategie
Top-down perspectief:
Nadruk op het volgen van de ‘hiërarchie van strategieën’ binnen het bedrijf
• Correspondentie: Operations strategie is in lijn met de doelstellingen en
richting van de
business unit en uiteindelijk bedrijf als geheel
• Coherentie: Operations strategie hangt samen met die van andere functies
(bijv. Marketing)
Corporate strategie -> Business unit strategie -> Functionele strategie ->
beslissingen & acties
-> plaatje invoegen
Bottum-up perspectief: nadruk op het ontwikkelen van competenties op basis
van dagelijkse ervaringen en observaties.
Bottum-up en top-down zijn complementair:
- Top-down geeft richting aan dagelijkse beslissingen
- Bottom-up: brengt ideeën over kansen die geëxploiteerd kunnen worden
Outside-in perspectief: kijken naar wat de markt wil, legt nadruk op de
competenties, zowel tastbare en ontastbare middelen
- Beoogde klantsegmenten en hun behoeftes (kwaliteit, snelheid,
betrouwbaarheid, kosten differentiatie
- Levenscyclus fase van de producten/ diensten (introductie, groei,
volwassen, afname)