Hoofdstuk 8 Aandoeningen van het
ademhalingsstelsel
8.1 Anatomie en fysiologie in het kort
Cellen in ons lichaam hebben zuurstof nodig om energie (ATP) te maken. Energie
is nodig voor celgroei, celdeling, cel functies en reparaties. Koolstofdioxide is
afvalproduct.
Lucht komt via neus en mondholte binnen en stroomt via farynx en larynx naar
trachea. Die vertakt in twee hoofdbronchiën die naar een long lopen. Daar
vertakken ze in kleinere bronchiën. Trachea en bronchiën worden opengehouden
door kraakbeenringen. Bronchiën vertakken in dunnere bronchioli, die geen
kraakbeen bevat. Bronchioli eindigt in alveoli.
Alveoli zijn dunwandige zakjes omgeven door longcapillairen. Wand bestaat uit
één laag plaveiselepitheel en basaalmembraan. Via wand via diffusie vindt
gaswisseling plaats.
Bovenste luchtwegen: neus- en mondholte, farynx en larynx en stembanden.
Onderste luchtwegen: trachea tot alveoli.
Binnenkant luchtwegen bekleed met slijmvliesepitheel. Slijmvlies bevat slijm en
trilharen. Stof en deeltjes worden naar buiten gewerkt. Slimvlies beschermt
longen door ingeademde lucht te bevochtigen en te verwarmen. Begint in
neusholte.
Longen zijn omgeven door pleura, een vlies. Pleurabladen liggen tegen elkaar en
daartussen zit pleuraholte met pleuravocht. Dit werkt als smeermiddel en is een
vacuüm holte. Door deze intrapleurale druk tegen thorax gezogen.
Gebied van thorax tussen longen is borstbeen en wervelkolom heet mediastinum.
In mediastinum liggen hart, grote bloedvaten, thymus, trachea, oesofagus en
lymfeklieren.
Stoornissen van ademhaling kunnen op 3 niveaus optreden:
- Ventilatie is proces waarbij lucht de longen in en uitstroomt. Lucht in
longen wordt ververst doordat borstholte door spieren wordt vergroot of
verkleind. Als borstholte wordt verkleind, adem je uit. Als borstholte
vergroot, adem je in.
- Diffusie is verplaatsing van gassen tussen alveoli en bloed in
longcapillairen. Zuurstof uit ingeademde lucht gaat naar alveoli en bindt
aan hemoglobinemoleculen in erytrocyten. Koolstofdioxide gaat van
capillairen naar de alveoli en wordt uitgeademd.
- Perfusie is doorbloeding van arteria pulmonaris naar capillairen rondom
alveoli
, 8.2 Veelvoorkomende symptomen
Luchtwegaandoeningen hebben vaak zelfde aantal symptomen.
Snurken Trillende farynxwand
door gedeeltelijke
obstructie van bovenste
luchtwegen
Inspiratoire stridor Hoog piepende Door vernauwing of
inademing obstructie van bovenste
luchtweg, trachea of
hoofdbronchus
Sputum Opgehoest slijm Overmatige productie
van mucus door
ontsteking
Dyspneu Kortademigheid of Gevoel van ademnood
benauwdheid
Trachypneu Snelle ademhaling Door extra ademprikkel
vanuit
ademhalingscentrum,
meestal reactie op hoog
CO2 gehalte in bloed
Hyperventilatie Snelle, diepe ademhaling Verhoogde aansturing
vanuit
ademhalingscentrum
door acidose en angst en
spanning
Hypoventilatie Trage, oppervlakkige Verminderde aansturing
ademhaling vanuit
ademhalingscentrum
door sedatie en opioïde
Apneu Ademstilstand Periodes van
ademstilstand. Geen
lucht in of uit de longen,
ontstaat zuurstof tekort
in bloed
Hypopneu Belemmering van Door gedeeltelijke
ademhaling obstructie van bovenste
luchtweg
Droge hoest Explosieve uitademing Verdedigingsmechanism
zonder slijm e van lichaam, vaak
reflexmatig op irritatie
van slijmvlies
Productieve hoest Explosieve uitademing Verdedigingsmechanism
met opgeven van e van lichaam, vaak
sputum reflexmatig op irritatie
van slijmvlies bij
toegenomen
slijmproductie
Hemoptoë Bloed ophoesten Door schade aan
onderste luchtwegen
Gebruik van Aanspannen van spieren
hulpademhalingsspieren in nek en schouders bij
ademnood, waardoor