HC Tax Accounting I
Week 1 Introductie, Financiële gebeurtenissen, Boekhouden en
Vermogensvergelijking
Balans – algemeen
• Een balans is een opstelling, meestal in een T-vorm, met links ‘debet’ en rechts ‘credit’.
• Aan de linkerkant staan je bezittingen (wat heb ik, wat bezit ik): een activa.
• Aan de rechterkant staan de eigen vermogen en het vreemd vermogen, oftewel hoe zijn we
eraan gekomen: een passiva.
Balans – linkerkant
1. Vaste activa (die je voor lange termijn in je onderneming hebt)
a. Grond
b. Gebouwen
c. Machines
2. Vlottende activa (activa die er maar kort zijn)
a. Voorraden
b. Debiteuren (je vorderingen)
, c. Liquide middelen (Kas/Bank)
• Kosten voorraden en debiteuren staan er wel meestal op, maar dat zijn weer elke keer
andere voorraden/debiteuren. Elk jaar staat er een post voorraad, maar dat is niet elke jaar
dezelfde voorraad. Bij vaste activa is dat juist wel het geval. Die gebouwen zijn veelal
gebouwen die ene jaar op staan, en ook op de andere jaar staan.
Hoe kan een onderneming aan zijn vermogen komen / hoe kan die de activa gekocht hebben? Op
2 manieren kan die geld bij elkaar verkregen hebben:
1. Eigen vermogen (aandeelhouders hebben dat geld ingebracht)
a. Kapitaal
b. Reserves
c. Onverdeelde winst (op het moment dat je onderneming hebt en winst maakt, stijgt je
eigen vermogen)
2. Lang vreemd vermogen (als je geld leent)
a. Lening (meeste)
b. Voorzieningen
3. Kort vreemd vermogen
a. Crediteuren (als je goederen inkoopt en ze niet direct betaalt, dan leen je als het
ware geld van de leverancier)
b. Rekening courant (als je geld leent bij de bank)
c. Bank (als je leent bij bank)
Balans – formule
Bezit = Eigen vermogen + Vreemd vermogen
• Al je bezittingen moeten gefinancierd zijn.
• Oftewel door eigen vermogen, oftewel door vreemd vermogen.
Eigen vermogen = Bezit -/- Vreemd vermogen
• Als je een onderneming hebt, en al je bezittingen verkoopt, en alle schulden/vreemd
vermogen afbetaalt/aflost, dan blijft het eigen vermogen over.
Balans – algemeen
• Balans is een momentopname.
• Het kan op elke gewenste datum worden opgemaakt, meestal opgemaakt aan het eind van
elke jaar, dus 31 december van elke jaar.
• Sommige bedrijven hanteren ‘gebroken boekjaar’.
o VB: Bijenkorf, die maakt altijd de jaarrekening op per 31 januari. Ze kunnen dan nog
de uitverkoop van wintercollectie meenemen, uitverkoop in januari houdt verband
met de collectie van daarvoor. Dat hoort dan bij elkaar vinden ze, dus krijg je een
andere moment.
• Eigen vermogen is ‘sluitpost’.
o Saldo van bezittingen en vreemd vermogen.
o Je weet je schulden en vreemd vermogen, je weet wat je hebt. En alles wat overblijft
is je eigen vermogen.
Toe- of afname in het eigen vermogen is het gevolg van? Zie hieronder.
Balans - mutaties eigen vermogen
• Eigen vermogen kan door een aantal zaken stijgen en dalen.
,1. Winst: je wordt rijker als je winst maakt en stijgt je eigen vermogen.
2. Inbreng/storting: als de aandeelhouders een nieuw vermogen inbrengen, dus als ze geld op
aandelen storten, ook dan stijgt je eigen vermogen.
3. Onttrekking/dividend: als je het eruit haalt, meestal dividend bij een rechtspersoon, dan
daalt het eigen vermogen weer.
4. Overige rechtstreekse mutaties (soms):
a. Herwaardering.
Civiele vermogensvergelijking
• Je hebt begin eigen vermogen.
• Vervolgens winst/resultaat die erbij of eraf gaat afhankelijk of het winst of verlies is.
• Stortingen gaan erbij.
• Onttrekkingen gaan eraf.
• Dan kom je op het eind eigen vermogen uit.
Fiscale vermogensvergelijking
• Je hebt eind eigen vermogen.
• Daar haal je begin eigen vermogen af.
• Dat wordt vermogensverschil genoemd.
• Dan corrigeer je dat door stortingen en onttrekkingen.
• Dat leidt uiteindelijk tot dezelfde resultaat (winst of verlies).
Nadelen vermogensvergelijking
• Vermogensvergelijking is dus een manier om de winst te bepalen. Dat wordt het meest
duidelijk in de fiscale opstelling. Daar zie dat de eindpost die eruit komt rollen, de winst is.
Alleen deze manier van winstbepaling wordt in de praktijk minder gebruikt, maar is wel
belangrijk, omdat in elke aangifte Vpb en IB, een vermogensvergelijking staat.
Belastingdienst gebruikt het als een controletechniek.
• Nadelen:
o Je weet niet hoe die winst is ontstaan. Eén getal komt eruit rollen en met welke
goederen je dat hebt bereikt, dat weet je niet.
o Tussentijds inzicht is bewerkelijk. Als je tussentijds wilt weten hoe hoog de winst is,
kan dat wel, dan zal je wel elke keer tussentijds die winst moeten gaan uitrekenen op
deze manier, dat is best bewerkelijk.
, ▪ De stortingen en onttrekkingen houd je apart bij, dat is niet zo bewerkelijk.
▪ Het begin eigen vermogen weet je nog van de vorige keer, waar je laatst mee
bent geëindigd.
▪ Het eind eigen vermogen weet je echter niet. Hoe kom je aan je eind eigen
vermogen?
• Je moet elke keer als je een winst wilt uitrekenen, een eindbalans
opstellen.
• Hoe maak je een eindbalans? Eindbalans heeft een actief en passief
kant. Actief kant zijn al je bezittingen. Dus: inventariseer al je activa
(linkerkant). Hele onderneming loop je langs en ga je al je activa
opschrijven. Heel veel werk.
• Hetzelfde doe je aan passief kan voor je schulden. Je brengt al je
vreemd vermogen in kaart. Die zal je wel ergens bijhouden, dus dat is
ook wel minder werk.
• Maar met name het inventariseren van je bezittingen is best veel
werk.
• Al je bezittingen -/- vreemd vermogen = eind eigen vermogen.
• Veel werk dus!
Winst- en verliesrekening – scontro - vorm
• Winst- en verliesrekening in de scontro-vorm, T-vorm.
• Aan de ene kant de kosten, aan de andere kant de opbrengsten.
• Je maakt een en ander kloppend door de post winst of de post verlies (tussen haakjes).
Winst- en verliesrekening – formule
• STAFFEL-vorm:
• = resultatenrekening
• Geeft aan wat er gedurende een periode (tussen twee opeenvolgende balansdata) nu
eigenlijk verdiend is, hoeveel je rijker of armer bent geworden.
• Geeft aan wat het resultaat was gedurende de periode, waar een balans een
momentopname is. Resultatenrekening is altijd een periodeoverzicht.
• Waardoor de onderneming ‘rijker’ of ‘armer’ is geworden.
• Is een specificatie van de mutatie in het eigen vermogen – een soort ‘hulprekening’.
o Als we naar de balans kijken, heb je aan de ene kant ‘wat heb ik’, aan de andere kant
‘hoe ben ik eraan gekomen’, het eigen en vreemd vermogen.
Week 1 Introductie, Financiële gebeurtenissen, Boekhouden en
Vermogensvergelijking
Balans – algemeen
• Een balans is een opstelling, meestal in een T-vorm, met links ‘debet’ en rechts ‘credit’.
• Aan de linkerkant staan je bezittingen (wat heb ik, wat bezit ik): een activa.
• Aan de rechterkant staan de eigen vermogen en het vreemd vermogen, oftewel hoe zijn we
eraan gekomen: een passiva.
Balans – linkerkant
1. Vaste activa (die je voor lange termijn in je onderneming hebt)
a. Grond
b. Gebouwen
c. Machines
2. Vlottende activa (activa die er maar kort zijn)
a. Voorraden
b. Debiteuren (je vorderingen)
, c. Liquide middelen (Kas/Bank)
• Kosten voorraden en debiteuren staan er wel meestal op, maar dat zijn weer elke keer
andere voorraden/debiteuren. Elk jaar staat er een post voorraad, maar dat is niet elke jaar
dezelfde voorraad. Bij vaste activa is dat juist wel het geval. Die gebouwen zijn veelal
gebouwen die ene jaar op staan, en ook op de andere jaar staan.
Hoe kan een onderneming aan zijn vermogen komen / hoe kan die de activa gekocht hebben? Op
2 manieren kan die geld bij elkaar verkregen hebben:
1. Eigen vermogen (aandeelhouders hebben dat geld ingebracht)
a. Kapitaal
b. Reserves
c. Onverdeelde winst (op het moment dat je onderneming hebt en winst maakt, stijgt je
eigen vermogen)
2. Lang vreemd vermogen (als je geld leent)
a. Lening (meeste)
b. Voorzieningen
3. Kort vreemd vermogen
a. Crediteuren (als je goederen inkoopt en ze niet direct betaalt, dan leen je als het
ware geld van de leverancier)
b. Rekening courant (als je geld leent bij de bank)
c. Bank (als je leent bij bank)
Balans – formule
Bezit = Eigen vermogen + Vreemd vermogen
• Al je bezittingen moeten gefinancierd zijn.
• Oftewel door eigen vermogen, oftewel door vreemd vermogen.
Eigen vermogen = Bezit -/- Vreemd vermogen
• Als je een onderneming hebt, en al je bezittingen verkoopt, en alle schulden/vreemd
vermogen afbetaalt/aflost, dan blijft het eigen vermogen over.
Balans – algemeen
• Balans is een momentopname.
• Het kan op elke gewenste datum worden opgemaakt, meestal opgemaakt aan het eind van
elke jaar, dus 31 december van elke jaar.
• Sommige bedrijven hanteren ‘gebroken boekjaar’.
o VB: Bijenkorf, die maakt altijd de jaarrekening op per 31 januari. Ze kunnen dan nog
de uitverkoop van wintercollectie meenemen, uitverkoop in januari houdt verband
met de collectie van daarvoor. Dat hoort dan bij elkaar vinden ze, dus krijg je een
andere moment.
• Eigen vermogen is ‘sluitpost’.
o Saldo van bezittingen en vreemd vermogen.
o Je weet je schulden en vreemd vermogen, je weet wat je hebt. En alles wat overblijft
is je eigen vermogen.
Toe- of afname in het eigen vermogen is het gevolg van? Zie hieronder.
Balans - mutaties eigen vermogen
• Eigen vermogen kan door een aantal zaken stijgen en dalen.
,1. Winst: je wordt rijker als je winst maakt en stijgt je eigen vermogen.
2. Inbreng/storting: als de aandeelhouders een nieuw vermogen inbrengen, dus als ze geld op
aandelen storten, ook dan stijgt je eigen vermogen.
3. Onttrekking/dividend: als je het eruit haalt, meestal dividend bij een rechtspersoon, dan
daalt het eigen vermogen weer.
4. Overige rechtstreekse mutaties (soms):
a. Herwaardering.
Civiele vermogensvergelijking
• Je hebt begin eigen vermogen.
• Vervolgens winst/resultaat die erbij of eraf gaat afhankelijk of het winst of verlies is.
• Stortingen gaan erbij.
• Onttrekkingen gaan eraf.
• Dan kom je op het eind eigen vermogen uit.
Fiscale vermogensvergelijking
• Je hebt eind eigen vermogen.
• Daar haal je begin eigen vermogen af.
• Dat wordt vermogensverschil genoemd.
• Dan corrigeer je dat door stortingen en onttrekkingen.
• Dat leidt uiteindelijk tot dezelfde resultaat (winst of verlies).
Nadelen vermogensvergelijking
• Vermogensvergelijking is dus een manier om de winst te bepalen. Dat wordt het meest
duidelijk in de fiscale opstelling. Daar zie dat de eindpost die eruit komt rollen, de winst is.
Alleen deze manier van winstbepaling wordt in de praktijk minder gebruikt, maar is wel
belangrijk, omdat in elke aangifte Vpb en IB, een vermogensvergelijking staat.
Belastingdienst gebruikt het als een controletechniek.
• Nadelen:
o Je weet niet hoe die winst is ontstaan. Eén getal komt eruit rollen en met welke
goederen je dat hebt bereikt, dat weet je niet.
o Tussentijds inzicht is bewerkelijk. Als je tussentijds wilt weten hoe hoog de winst is,
kan dat wel, dan zal je wel elke keer tussentijds die winst moeten gaan uitrekenen op
deze manier, dat is best bewerkelijk.
, ▪ De stortingen en onttrekkingen houd je apart bij, dat is niet zo bewerkelijk.
▪ Het begin eigen vermogen weet je nog van de vorige keer, waar je laatst mee
bent geëindigd.
▪ Het eind eigen vermogen weet je echter niet. Hoe kom je aan je eind eigen
vermogen?
• Je moet elke keer als je een winst wilt uitrekenen, een eindbalans
opstellen.
• Hoe maak je een eindbalans? Eindbalans heeft een actief en passief
kant. Actief kant zijn al je bezittingen. Dus: inventariseer al je activa
(linkerkant). Hele onderneming loop je langs en ga je al je activa
opschrijven. Heel veel werk.
• Hetzelfde doe je aan passief kan voor je schulden. Je brengt al je
vreemd vermogen in kaart. Die zal je wel ergens bijhouden, dus dat is
ook wel minder werk.
• Maar met name het inventariseren van je bezittingen is best veel
werk.
• Al je bezittingen -/- vreemd vermogen = eind eigen vermogen.
• Veel werk dus!
Winst- en verliesrekening – scontro - vorm
• Winst- en verliesrekening in de scontro-vorm, T-vorm.
• Aan de ene kant de kosten, aan de andere kant de opbrengsten.
• Je maakt een en ander kloppend door de post winst of de post verlies (tussen haakjes).
Winst- en verliesrekening – formule
• STAFFEL-vorm:
• = resultatenrekening
• Geeft aan wat er gedurende een periode (tussen twee opeenvolgende balansdata) nu
eigenlijk verdiend is, hoeveel je rijker of armer bent geworden.
• Geeft aan wat het resultaat was gedurende de periode, waar een balans een
momentopname is. Resultatenrekening is altijd een periodeoverzicht.
• Waardoor de onderneming ‘rijker’ of ‘armer’ is geworden.
• Is een specificatie van de mutatie in het eigen vermogen – een soort ‘hulprekening’.
o Als we naar de balans kijken, heb je aan de ene kant ‘wat heb ik’, aan de andere kant
‘hoe ben ik eraan gekomen’, het eigen en vreemd vermogen.