Sensoriek
Sensoriek is het zintuigelijk functioneren en kan op twee manieren bedreigd worden :
Sensorische overprikkeling : Doordat iemand meer zintuigelijke prikkels krijgt dan hij aankan.
Hierdoor kan hij deze niet meer correct waarnemen en / of ordenen en / of interpreteren en / of
verwerken. Verschijnselen die kunnen ontstaan :
- Moeheid en hoofdpijnklachten.
- Nervositeit.
- Prikkelbaarheid.
- Druk tot agressief gedrag.
- Automutilatie = Zelfbeschadiging.
- Slaapproblemen.
Als deze verschijnselen niet tijdig worden herkend kan dit leiden tot :
- Desoriëntatie.
- Verwardheid.
- Hallucinaties.
Sensorische deprivatie : Iemand krijgt onvoldoende zinvolle zintuigelijke prikkels. Verschijnselen die
kunnen ontstaan :
- Vertoont lusteloosheid.
- Trekt zich vaak terug of vaker dan voorheen.
- Vertoont stereotiep gedrag.
- Snel angstig.
- Snel geprikkeld en / of agressief.
- Vertoont automutilatie = Zelfbeschadiging.
- Incontinent terwijl dat eerder niet was.
- Gedesoriënteerd.
Communiceren
De manier waarop mensen met een verstandelijke beperking communiceren zal naast spraak
bestaan uit andere communicatievormen, zoals lichaamstaal, gebaren en het gebruik van
hulpmiddelen. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende uiting / communicatievormen :
Non vocaal linguïstisch : Uitingsvormen zonder taal die onderworpen zijn aan taalregels. Denk aan
gebarentaal en schriftvormen.
Vocaal linguïstisch : Uitingen door middel van geluid die onderworpen zijn aan taalregels. Denk aan
praten, zingen en van een woord zinnen tot complete zinnen.
Non vocaal pré linguïstisch : Alle uitingsvormen zonder geluid die half onderworpen zijn aan
taalregels. Denk aan aanwijzen of pakken.
Vocaal pré linguïstisch : Alle uitingsvormen met geluid die half gebonden zijn aal taalregels en een
duidelijke betekenis hebben. Denk aan imiterende verklanken en aandacht trekken met geluid.
Non vocaal - non linguïstisch : Alle uitingsvormen zonder taal die niet aan regels zijn gebonden, ook
wel lichaamstaal genoemd. Denk aan :
- Lichamelijk : Blozen, bibberen en bleek worden.
- Ruimtelijk : In een hoekje gaan zitten.
Sensoriek is het zintuigelijk functioneren en kan op twee manieren bedreigd worden :
Sensorische overprikkeling : Doordat iemand meer zintuigelijke prikkels krijgt dan hij aankan.
Hierdoor kan hij deze niet meer correct waarnemen en / of ordenen en / of interpreteren en / of
verwerken. Verschijnselen die kunnen ontstaan :
- Moeheid en hoofdpijnklachten.
- Nervositeit.
- Prikkelbaarheid.
- Druk tot agressief gedrag.
- Automutilatie = Zelfbeschadiging.
- Slaapproblemen.
Als deze verschijnselen niet tijdig worden herkend kan dit leiden tot :
- Desoriëntatie.
- Verwardheid.
- Hallucinaties.
Sensorische deprivatie : Iemand krijgt onvoldoende zinvolle zintuigelijke prikkels. Verschijnselen die
kunnen ontstaan :
- Vertoont lusteloosheid.
- Trekt zich vaak terug of vaker dan voorheen.
- Vertoont stereotiep gedrag.
- Snel angstig.
- Snel geprikkeld en / of agressief.
- Vertoont automutilatie = Zelfbeschadiging.
- Incontinent terwijl dat eerder niet was.
- Gedesoriënteerd.
Communiceren
De manier waarop mensen met een verstandelijke beperking communiceren zal naast spraak
bestaan uit andere communicatievormen, zoals lichaamstaal, gebaren en het gebruik van
hulpmiddelen. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende uiting / communicatievormen :
Non vocaal linguïstisch : Uitingsvormen zonder taal die onderworpen zijn aan taalregels. Denk aan
gebarentaal en schriftvormen.
Vocaal linguïstisch : Uitingen door middel van geluid die onderworpen zijn aan taalregels. Denk aan
praten, zingen en van een woord zinnen tot complete zinnen.
Non vocaal pré linguïstisch : Alle uitingsvormen zonder geluid die half onderworpen zijn aan
taalregels. Denk aan aanwijzen of pakken.
Vocaal pré linguïstisch : Alle uitingsvormen met geluid die half gebonden zijn aal taalregels en een
duidelijke betekenis hebben. Denk aan imiterende verklanken en aandacht trekken met geluid.
Non vocaal - non linguïstisch : Alle uitingsvormen zonder taal die niet aan regels zijn gebonden, ook
wel lichaamstaal genoemd. Denk aan :
- Lichamelijk : Blozen, bibberen en bleek worden.
- Ruimtelijk : In een hoekje gaan zitten.