Samenvatting Nederlands SE Taalverzorging
Spelling: deel 3
Bijvoeglijk en zelfstandig gebruik van woorden als alle(n), beide(n)
- Wanneer het woord zelfstandig is gebruikt en betrekking heeft op personen, komt er
een n achter. Vb. de vrouwen keken naar elkaar. Beiden lachten.
- Als je het eerder genoemde zelfstandig naamwoord erachter kunt zetten, zet je er
géén n achter.
- Je schrijft geen n als het woord bijvoeglijk is gebruikt, dat wil zeggen als het voor een
zelfstandig naamwoord staat. Vb. Alle medewerkers waren aanwezig.
Getallen en cijfers
- Kleine en ronde getallen (tot twintig), tientallen, honderdtallen en duizendtallen schrijf
je meestal voluit.
- Hetzelfde geld voor miljoen en miljard. Andere getallen schrijf je bij voorkeur in cijfers.
Afkortingen
1 Veel afkortingen schrijf je met kleine letters en enz. , mevr. , a.s. , m.b.t.
punten.
2 Afkortingen van veelgebruikte zaken en begrippen wc, aids, havo, airco, info
uit het dagelijks leven schrijf je met een kleine letter
zonder punten.
3 Afgekorte bedrijfsnamen en namen van instellingen KLM, C&A, VVD, EU
schrijf je met hoofdletters en zonder punten.
4 Afgekorte wetenschappelijke titels krijgen een kleine mr.P.de Bok;
letter. prof.dr.J.P.Petersen
5 Er zijn allerlei uitzonderingen, waarvoor geen regels Akzo, PvdA, AOW, PS, VVD
te geven zijn.
Klemtoonteken en uitspraaktekens
- Het klemtoonteken geeft aan op welk woord of welke lettergreep de nadruk valt.
- Klanken die met twee letters worden geschreven, krijgen twee accenten.
- Bij drie letters in dezelfde lettergreep krijgen alleen de eerste twee letters een
klemtoonteken.
- Op hoofdletters komen geen accenten.
Formuleren: deel 2
Storende woordherhaling
Je gebruikt steeds hetzelfde woord. Deze herhaling leidt tot irritatie.
Foutieve tautologie
Je gebruikt twee woorden of woordgroepen die hetzelfde betekenen (en dus synoniemen
zijn).
Spelling: deel 3
Bijvoeglijk en zelfstandig gebruik van woorden als alle(n), beide(n)
- Wanneer het woord zelfstandig is gebruikt en betrekking heeft op personen, komt er
een n achter. Vb. de vrouwen keken naar elkaar. Beiden lachten.
- Als je het eerder genoemde zelfstandig naamwoord erachter kunt zetten, zet je er
géén n achter.
- Je schrijft geen n als het woord bijvoeglijk is gebruikt, dat wil zeggen als het voor een
zelfstandig naamwoord staat. Vb. Alle medewerkers waren aanwezig.
Getallen en cijfers
- Kleine en ronde getallen (tot twintig), tientallen, honderdtallen en duizendtallen schrijf
je meestal voluit.
- Hetzelfde geld voor miljoen en miljard. Andere getallen schrijf je bij voorkeur in cijfers.
Afkortingen
1 Veel afkortingen schrijf je met kleine letters en enz. , mevr. , a.s. , m.b.t.
punten.
2 Afkortingen van veelgebruikte zaken en begrippen wc, aids, havo, airco, info
uit het dagelijks leven schrijf je met een kleine letter
zonder punten.
3 Afgekorte bedrijfsnamen en namen van instellingen KLM, C&A, VVD, EU
schrijf je met hoofdletters en zonder punten.
4 Afgekorte wetenschappelijke titels krijgen een kleine mr.P.de Bok;
letter. prof.dr.J.P.Petersen
5 Er zijn allerlei uitzonderingen, waarvoor geen regels Akzo, PvdA, AOW, PS, VVD
te geven zijn.
Klemtoonteken en uitspraaktekens
- Het klemtoonteken geeft aan op welk woord of welke lettergreep de nadruk valt.
- Klanken die met twee letters worden geschreven, krijgen twee accenten.
- Bij drie letters in dezelfde lettergreep krijgen alleen de eerste twee letters een
klemtoonteken.
- Op hoofdletters komen geen accenten.
Formuleren: deel 2
Storende woordherhaling
Je gebruikt steeds hetzelfde woord. Deze herhaling leidt tot irritatie.
Foutieve tautologie
Je gebruikt twee woorden of woordgroepen die hetzelfde betekenen (en dus synoniemen
zijn).