Even> ik was zelf best geintimideerd door de vragen omdat ik dacht dat ik ze allemaal perfect moest
beantwoorden. Het is bedoeld om je vertrouwd te laten zijn met de stof en je te laten nadenken. Als je
iets niet weet. Lekker overslaan en later terugkomen. Met herhaling gaat het steeds beter 😉
, 20 open vragen
Hoofdstuk 1 – Gespreksvoering met kinderen en opvoeders
1. Leg uit hoe het principe van actief luisteren wordt toegepast in een gesprek met een kind van
8 jaar dat weinig vertelt over problemen thuis. Beschrijf welke gesprekstechnieken je gebruikt
en waarom deze passend zijn voor de leeftijd.
2. Analyseer het verschil tussen een sturend gesprek en een ondersteunend gesprek met ouders
die opvoedproblemen ervaren. Bespreek de risico’s van een te sturende houding.
3. Beschrijf hoe non-verbale communicatie van een kind belangrijke informatie kan geven
tijdens een hulpverleningsgesprek. Geef drie concrete voorbeelden en leg uit hoe een
professional hierop kan reageren.
4. Een ouder reageert defensief wanneer je zorgen uit over het gedrag van zijn kind. Leg uit hoe
je de-escalerende gesprekstechnieken kunt inzetten om het gesprek constructief te houden.
5. Leg uit hoe je een vertrouwensrelatie opbouwt met een adolescent die eerder negatieve
ervaringen heeft gehad met hulpverlening. Benoem minimaal vier stappen in dit proces.
6. Analyseer hoe culturele verschillen invloed kunnen hebben op gesprekken met ouders over
opvoeding. Geef twee concrete voorbeelden van mogelijke misverstanden en hoe je deze kunt
voorkomen.
7. Beschrijf hoe je een oplossingsgericht gesprek voert met een ouder die zich machteloos voelt
in de opvoeding. Welke vragen stel je en waarom?
Hoofdstuk 2 – Inleiding in de pedagogiek
8. Leg uit wat het verschil is tussen opvoeding, socialisatie en educatie. Beschrijf hoe deze drie
processen elkaar beïnvloeden in de ontwikkeling van een kind.
9. Analyseer hoe pedagogische normen en waarden kunnen verschillen tussen samenlevingen.
Geef twee voorbeelden van opvoedpraktijken die cultureel bepaald zijn.
10. Leg uit wat bedoeld wordt met het begrip pedagogisch klimaat en beschrijf hoe dit klimaat het
gedrag en welzijn van kinderen kan beïnvloeden.
11. Beschrijf de rol van instituties zoals school, gezin en jeugdzorg binnen het pedagogisch
systeem. Analyseer hoe samenwerking tussen deze instellingen de ontwikkeling van een kind
kan ondersteunen.
12. Leg uit wat wordt bedoeld met pedagogische verantwoordelijkheid en bespreek hoe deze
verantwoordelijkheid verdeeld is tussen ouders, professionals en de samenleving.
13. Analyseer de invloed van maatschappelijke veranderingen, zoals digitalisering en
veranderende gezinsstructuren, op hedendaagse opvoeding.
14. Beschrijf hoe pedagogische theorie kan bijdragen aan het verbeteren van opvoedpraktijken in
de dagelijkse beroepspraktijk van een pedagoog.