Beroepsopdracht 6: Pedagogisch handelingsplannen
Afbeelding: Documentaire “NIKKI” geeft gezicht aan problematiek in KOPP/KOV-gezinnen -
Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. (2023, 27 maart). Kenniscentrum Kinder- en
Jeugdpsychiatrie. https://kenniscentrum-kjp.nl/nieuws/documentaire-nikki-kopp-kov/
Naam: Rabia Danaci
Datum: 10 januari 2026
Studentennummer: 500829965
Klas: 2DB
Studie onderdeel: Integrale lijn – Pedagogische handelingsplannen
Naam docent: Ingrid Schonewille
Studie: HvA, FOO, (Leraar) Pedagogiek Deeltijd
Leerjaar: 2025 – 2026
1
,Inhoudsopgave
Inleiding.......................................................................................................3
Handelingsplan............................................................................................4
Hoofdstuk 1: Probleemherkenning...............................................................4
Paragraaf 1.1 Beschrijving van het kind en aanmeldvraag.......................4
Paragaaf 1.2: Gezinssituatie.....................................................................4
Paragraaf 1.3: Inventarisatie problematiek...............................................5
Hoofdstuk 2: Probleemstelling..................................................................6
Paragraaf 2.1: Werkhypothesen................................................................6
Paragraaf 2.2: Literatuuronderzoek..........................................................6
Paragraaf 2.3: Theoretische referentiekaders...........................................7
Hoofdstuk 3: Doelen, interventie en planning..............................................8
Paragraaf 3.1: Probleemstelling en doelen hulpverlening.........................8
Paragraaf 3.2: Interventie(s).....................................................................8
Paragraaf 3: Planning en evaluatie...........................................................8
Hoofdstuk 4: Reflectie................................................................................10
Literatuurlijst..............................................................................................11
Bijlagen......................................................................................................12
Bijlage 1: Sociogram...............................................................................12
Bijlage 2: Driekolommen formulier ........................................................13
Bijlage 3: Bronfenbrenner.......................................................................15
Bijlage 4: Zes MDO verslagen ................................................................18
Bijlage 5: Samenwerkingscontract MDO-groep.......................................31
Bijlage 6: SMART-methode......................................................................35
2
,Inleiding
Voor Beroepsopdracht 6 van de opleiding Pedagogiek aan de Hogeschool van Amsterdam
werk ik aan het uitwerken van een hulpverleningsplan voor een complexe casus. Ik heb
gekozen voor de casus “Nikki”, waarin een meisje en haar moeder Karin vijf jaar lang worden
gevolgd. Karin heeft een geschiedenis van verslaving en worstelt met
borderlineproblematiek.
In deze opdracht doorloop ik de regulatieve cyclus tot en met de planningsfase. De
interventie wordt niet uitgevoerd, maar ik voer elke week een deelonderzoek uit dat aansluit
bij de stappen van de cyclus. De resultaten bespreek ik in een Multi Disciplinair Overleg
(MDO) met mijn medestudenten. De inzichten uit deze overleggen gebruik ik om mijn keuzes
te onderbouwen en richting te geven aan het vervolg.
De eindopdracht van BO6 bestaat uit twee onderdelen:
1. Het opstellen van een volledig hulpverleningsplan.
2. Het uitvoeren en vastleggen van twee MDO’s.
3
, Handelingsplan
Hoofdstuk 1: Probleemherkenning
Paragraaf 1.1 Beschrijving van het kind en aanmeldvraag
Nikki is een meisje van 12 jaar dat opgroeit bij haar alleenstaande moeder, Karin, die
borderline problematiek heeft. Haar ouders zijn gescheiden en haar vader is beperkt in
beeld. Nikki bevindt zich in de overgang van de basisschool naar de middelbare school, een
fase waarin jongeren hun eigen identiteit, stijl en persoonlijke eigenschappen beginnen te
ontwikkelen. In deze periode kan extra zelfvertrouwen jongeren helpen om beter om te gaan
met deze veranderingen (SuperHeld voor Kids, 2021–2024).
De aanmeldvraag richt zich op het destructieve gedrag van Nikki, dat zich uit in
boosheidsuitbarstingen waarbij zij de neiging heeft spullen kapot te maken. Dit gedrag wordt
in stand gehouden doordat Nikki thuis veel verantwoordelijkheden op zich neemt vanwege
de psychische problematiek van haar moeder. Hierdoor ervaart zij weinig ruimte om kind te
zijn en haar emoties op een passende manier te uiten. De emotionele belasting en
parentificatie zorgen ervoor dat Nikki moeite heeft met het reguleren van haar boosheid.
Tijdens het eerste MDO werd vanuit school gesignaleerd dat Nikki wisselende concentratie
laat zien, zich terugtrekt in de klas en leerachterstanden ontwikkelt. Hoewel de mentor deze
zorgen meerdere keren heeft benoemd, is er nog geen intensieve begeleiding ingezet. Nikki
heeft eerder een KOPP-cursus gevolgd, maar gaf aan dat deze onvoldoende aansloot bij
haar ondersteuningsbehoefte.
Paragaaf 1.2: Gezinssituatie
Nikki woont samen met haar moeder. Haar vader is nauwelijks aanwezig en zij heeft een
halfbroertje dat zij niet ontmoet, en een oudere broer waar weinig over bekend is. Om een
duidelijk beeld te krijgen van Nikki’s netwerk is gekozen voor een sociogram (bijlage 1).
Hierin is zichtbaar dat haar moeder dicht bij Nikki staat vanwege hun hechte band, terwijl de
vader en het halfbroertje verder weg staan door hun beperkte contact. Haar vrienden staan
dichtbij, de basisschoolleraar staat daarna en de docent van de middelbare school staat iets
verder weg, omdat de communicatie hier minder goed verloopt.
Ik heb gekozen voor een sociogram (bijlage 1), omdat de kern van Nikki’s problematiek te
maken heeft met haar sociale omgeving, steunfiguren en de beperkte betrokkenheid van
netwerkleden. Een sociogram maakt zichtbaar wie dichtbij haar staat en waar juist gaten in
het netwerk zitten. Dit helpt om gerichte ondersteuning te bepalen. In het sociogram staat
Nikki centraal. Haar moeder en vriendinnen staan dicht bij haar vanwege de hechte band en
steun die zij geven. De basisschoolleraar staat ook dicht bij haar, omdat hij veel
betrokkenheid heeft getoond in het verleden. De mentor van de middelbare school staat iets
verder weg door de beperkte communicatie. Haar vader en halfbroertje staan op grotere
afstand omdat er weinig tot geen contact is.
Tijdens het MDO werd besproken waarom voor het sociogram is gekozen. Het laat zien met
wie Nikki contact heeft, welke steunfiguren aanwezig zijn en hoe het gezin omringd is door
instellingen en familie. Groepsgenoten stelden vragen als wie de belangrijkste personen in
4
Afbeelding: Documentaire “NIKKI” geeft gezicht aan problematiek in KOPP/KOV-gezinnen -
Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. (2023, 27 maart). Kenniscentrum Kinder- en
Jeugdpsychiatrie. https://kenniscentrum-kjp.nl/nieuws/documentaire-nikki-kopp-kov/
Naam: Rabia Danaci
Datum: 10 januari 2026
Studentennummer: 500829965
Klas: 2DB
Studie onderdeel: Integrale lijn – Pedagogische handelingsplannen
Naam docent: Ingrid Schonewille
Studie: HvA, FOO, (Leraar) Pedagogiek Deeltijd
Leerjaar: 2025 – 2026
1
,Inhoudsopgave
Inleiding.......................................................................................................3
Handelingsplan............................................................................................4
Hoofdstuk 1: Probleemherkenning...............................................................4
Paragraaf 1.1 Beschrijving van het kind en aanmeldvraag.......................4
Paragaaf 1.2: Gezinssituatie.....................................................................4
Paragraaf 1.3: Inventarisatie problematiek...............................................5
Hoofdstuk 2: Probleemstelling..................................................................6
Paragraaf 2.1: Werkhypothesen................................................................6
Paragraaf 2.2: Literatuuronderzoek..........................................................6
Paragraaf 2.3: Theoretische referentiekaders...........................................7
Hoofdstuk 3: Doelen, interventie en planning..............................................8
Paragraaf 3.1: Probleemstelling en doelen hulpverlening.........................8
Paragraaf 3.2: Interventie(s).....................................................................8
Paragraaf 3: Planning en evaluatie...........................................................8
Hoofdstuk 4: Reflectie................................................................................10
Literatuurlijst..............................................................................................11
Bijlagen......................................................................................................12
Bijlage 1: Sociogram...............................................................................12
Bijlage 2: Driekolommen formulier ........................................................13
Bijlage 3: Bronfenbrenner.......................................................................15
Bijlage 4: Zes MDO verslagen ................................................................18
Bijlage 5: Samenwerkingscontract MDO-groep.......................................31
Bijlage 6: SMART-methode......................................................................35
2
,Inleiding
Voor Beroepsopdracht 6 van de opleiding Pedagogiek aan de Hogeschool van Amsterdam
werk ik aan het uitwerken van een hulpverleningsplan voor een complexe casus. Ik heb
gekozen voor de casus “Nikki”, waarin een meisje en haar moeder Karin vijf jaar lang worden
gevolgd. Karin heeft een geschiedenis van verslaving en worstelt met
borderlineproblematiek.
In deze opdracht doorloop ik de regulatieve cyclus tot en met de planningsfase. De
interventie wordt niet uitgevoerd, maar ik voer elke week een deelonderzoek uit dat aansluit
bij de stappen van de cyclus. De resultaten bespreek ik in een Multi Disciplinair Overleg
(MDO) met mijn medestudenten. De inzichten uit deze overleggen gebruik ik om mijn keuzes
te onderbouwen en richting te geven aan het vervolg.
De eindopdracht van BO6 bestaat uit twee onderdelen:
1. Het opstellen van een volledig hulpverleningsplan.
2. Het uitvoeren en vastleggen van twee MDO’s.
3
, Handelingsplan
Hoofdstuk 1: Probleemherkenning
Paragraaf 1.1 Beschrijving van het kind en aanmeldvraag
Nikki is een meisje van 12 jaar dat opgroeit bij haar alleenstaande moeder, Karin, die
borderline problematiek heeft. Haar ouders zijn gescheiden en haar vader is beperkt in
beeld. Nikki bevindt zich in de overgang van de basisschool naar de middelbare school, een
fase waarin jongeren hun eigen identiteit, stijl en persoonlijke eigenschappen beginnen te
ontwikkelen. In deze periode kan extra zelfvertrouwen jongeren helpen om beter om te gaan
met deze veranderingen (SuperHeld voor Kids, 2021–2024).
De aanmeldvraag richt zich op het destructieve gedrag van Nikki, dat zich uit in
boosheidsuitbarstingen waarbij zij de neiging heeft spullen kapot te maken. Dit gedrag wordt
in stand gehouden doordat Nikki thuis veel verantwoordelijkheden op zich neemt vanwege
de psychische problematiek van haar moeder. Hierdoor ervaart zij weinig ruimte om kind te
zijn en haar emoties op een passende manier te uiten. De emotionele belasting en
parentificatie zorgen ervoor dat Nikki moeite heeft met het reguleren van haar boosheid.
Tijdens het eerste MDO werd vanuit school gesignaleerd dat Nikki wisselende concentratie
laat zien, zich terugtrekt in de klas en leerachterstanden ontwikkelt. Hoewel de mentor deze
zorgen meerdere keren heeft benoemd, is er nog geen intensieve begeleiding ingezet. Nikki
heeft eerder een KOPP-cursus gevolgd, maar gaf aan dat deze onvoldoende aansloot bij
haar ondersteuningsbehoefte.
Paragaaf 1.2: Gezinssituatie
Nikki woont samen met haar moeder. Haar vader is nauwelijks aanwezig en zij heeft een
halfbroertje dat zij niet ontmoet, en een oudere broer waar weinig over bekend is. Om een
duidelijk beeld te krijgen van Nikki’s netwerk is gekozen voor een sociogram (bijlage 1).
Hierin is zichtbaar dat haar moeder dicht bij Nikki staat vanwege hun hechte band, terwijl de
vader en het halfbroertje verder weg staan door hun beperkte contact. Haar vrienden staan
dichtbij, de basisschoolleraar staat daarna en de docent van de middelbare school staat iets
verder weg, omdat de communicatie hier minder goed verloopt.
Ik heb gekozen voor een sociogram (bijlage 1), omdat de kern van Nikki’s problematiek te
maken heeft met haar sociale omgeving, steunfiguren en de beperkte betrokkenheid van
netwerkleden. Een sociogram maakt zichtbaar wie dichtbij haar staat en waar juist gaten in
het netwerk zitten. Dit helpt om gerichte ondersteuning te bepalen. In het sociogram staat
Nikki centraal. Haar moeder en vriendinnen staan dicht bij haar vanwege de hechte band en
steun die zij geven. De basisschoolleraar staat ook dicht bij haar, omdat hij veel
betrokkenheid heeft getoond in het verleden. De mentor van de middelbare school staat iets
verder weg door de beperkte communicatie. Haar vader en halfbroertje staan op grotere
afstand omdat er weinig tot geen contact is.
Tijdens het MDO werd besproken waarom voor het sociogram is gekozen. Het laat zien met
wie Nikki contact heeft, welke steunfiguren aanwezig zijn en hoe het gezin omringd is door
instellingen en familie. Groepsgenoten stelden vragen als wie de belangrijkste personen in
4