, Oefentoets 16e editie
20 open vragen
Hoofdstuk 1 Belastingrecht en systeem
1. Leg uit hoe het belastingrecht een balans vormt tussen overheidsfinanciering en
rechtsbescherming van burgers. Illustreer je antwoord met twee concrete spanningspunten.
2. Analyseer in hoeverre belastingen naast financiering ook een instrument zijn voor
gedragssturing. Geef minimaal drie voorbeelden en bespreek de effectiviteit.
3. Vergelijk directe en indirecte belastingen en beoordeel welke categorie het meest bijdraagt
aan inkomensherverdeling.
4. Leg uit waarom het onderscheid tussen rijksbelastingen en decentrale belastingen relevant is
voor belastingplichtigen en beleidsvorming.
5. Bespreek de rol van Europese en internationale regelgeving binnen het Nederlandse
belastingrecht en geef twee situaties waarin deze doorslaggevend zijn.
Hoofdstuk 2 Formeel belastingrecht
6. Analyseer waarom een inhoudelijk juiste belastingaanslag toch onrechtmatig kan zijn. Betrek
in je antwoord de rol van formele regels.
7. Leg uit onder welke omstandigheden de Belastingdienst een ambtshalve aanslag mag
opleggen en bespreek de risico’s voor de belastingplichtige.
8. Beoordeel de rechtsbescherming van belastingplichtigen binnen de bezwaarprocedure. Is
deze voldoende gewaarborgd? Motiveer je antwoord.
9. Leg uit hoe de woonplaats van een belastingplichtige wordt bepaald en waarom dit in
internationale situaties tot conflicten kan leiden.
10. Analyseer het verschil tussen verzuimboetes en vergrijpboetes en bespreek wanneer welke
sanctie passend is
Hoofdstuk 3 Inkomstenbelasting en boxensysteem
11. Leg uit hoe het boxensysteem bijdraagt aan de structuur van de inkomstenbelasting en
bespreek tegelijkertijd de belangrijkste kritiekpunten.
12. Analyseer waarom heffingskortingen een ander effect hebben dan aftrekposten en geef een
voorbeeld waarin dit verschil duidelijk wordt.
13. Bespreek het belang van het jaarbeginsel binnen de inkomstenbelasting en leg uit welke
problemen dit kan opleveren bij wisselende inkomens.
14. Leg uit wat persoonsgebonden aftrek is en beoordeel waarom de wetgever bepaalde
uitgaven wel en andere niet aftrekbaar maakt.
15. Analyseer de fiscale voordelen en risico’s van fiscaal partnerschap bij de verdeling van
inkomensbestanddelen.