- Je hoeft de dieetbehandelingsrichtlijnen niet uit je hoofd te leren die krijg je erbij
- Zakboek dietetiek mag je meenemen en rekenmachine
Toets:
Voeding in kaart brengen, diagnose formuleren, behandelplan maken. Sommige gegevens gegeven.
Ontbrekende zelf invullen en keuzes onderbouwen.
Dietistisch onderzoek voorbeeld vraag:
- Leg in cliententaal uit wat de relatie is tussen voeding en ziektebeeld/hulpvraag.
Tips: kort en bondig, 10-15 zinnen voor dietistische diagnose. Beperk je tot hoofdzaken. Benoem
relevante kwalitatieve gegevens en vermeld deze op
logische plekken. Zorg voor verbinding tussen de onderdelen
en gebruik verbindingswoorden, zoals: ten gevolge van,
hierdoor, door
DiatistischeDiagnose Voorbeeld vraag:
- Gebruik alle gegevens tot nu toe en stel dd op
met behulp van ICF-schema
Vermeld in de diagnose met of zonder inflammatie; blz 42. Blz
36 zakboek.
Zie hiernaast in de fotos wat er allemaal in de diagnose moet
worden vermeld.
Dieetbehandelplan
- Formuleer 2 smart hoofddoelen, 3 smart subdoelen en 5 concrete
uitvoeringsafspraken.
- Hoofddoel mag smart de rest moet.
Tips opstellen behandeldoel
- Subdoel SMART. Tijdgebonden
- Bv; vanaf volgende week min 30 min bewegen per dag
- Kom met elk subdoel met min 1 smart uivoeringsafspraak ook smart
- Bv hoofddoel: verbeteren van de voedingstoestand aankomende 6 maanden door
wekelijks 500 gram gewichtstoename tot het doelgewicht is bereikt bv 62 kg (noem
gewicht)
- Bv hoofddoel: Normaliseren van tekorten aan nutrienten binnen 6 weken
- Hoofddoelen hoeven niet smart
Zie prezi week 13.
,
,Casustoets | Duur: 120 minuten | Beoordeling: cijfer
Cesuur: 55%
Overige opmerkingen:
Leeruitkomsten Weging Bloom niveau
1. Diëtistisch onderzoek:
Je brengt op basis van diëtistische kennis
en nutritional assessment de voedingstoestand van de
cliënt in kaart en je past basisgespreksvaardigheden toe
om de hulpvraag, verwachtingen en motivatie van de
cliënt te bepalen, je bouwt een vertrouwensrelatie op
en legt de gegevens vast.
33,3 % Toepassen
Voedingsinname, energiegebruik en verlies.
Lichaamssamenstelling en reserves. Functionele parameters
- Indirecte calorimetrie; meten
rustmetabolisme/energieverbruik
- Bomcaloriemetrie; malabsorptie en fecale energetische
verliezen
2. Diëtistische diagnose:
Je redeneert klinisch/kritisch en formuleert op basis van een
analyse en interpretatie van de gegevens verbanden en trekt
een conclusie uit het diëtistisch onderzoek. Je formuleert 33,3 % Toepassen
een diëtistische diagnose, gebruikmakend van terminologie
ontleend aan de ICF en je koppelt de diagnose/bevindingen op
een voor de client begrijpelijke wijze.
3. Dieetbehandelplan opstellen:
In samenspraak met de cliënt stel je op basis van
de diëtistische diagnose een evidence based dieetbehandelplan
33,3 % Toepassen
op, met daarin de SMART behandeldoelen, subdoelen en
uitvoeringsafspraken, inclusief zelfmanagementondersteuning
en je rapporteert aan de verwijzer.
Nutritional assessment: het op gestructureerde wijze bepalen van de voedingstoestand en
energiebehoefte met behulp van het aantal objectieve metingen zoals:
- Vetvrijemassa
- Intake en verliezen
- Lichaamssamenstelling
- Energieverbruik
- Biochemische parameters (bv bloedwaarde)
- Functionele parameters (BIA, handknijpkracht)
, CRP: C-reactive protein, aangemaakt in de lever. Bij een verhoogde hoeveelheid is er sprake van een
ontsteking, maar geeft niet aan waar in het lichaam het zit. Neemt binnen 6-8 uur flink toe. CPR
heeft als taak om bacterien op te ruimen. Belangrijk bepaling ervan om ontstekingen vast te stellen
en te behandelen.
Normaalwaarde: 10 mg/L. hoe hoger hoe slechter ontsteking
Albumine waarde normaal: 35-55 g/L – lage albumine is bij ontstekingen, shock en ondervoeding.
Stijgend albumine is beter
Vaak deze twee in combi met elkaar
De meest voorkomen oorzaken van verhoogde waardes zijn:
- -Bacteriële infecties
- -Chronische ontstekingsziektes (Lupus of Reumatoïde Artritis)
- -Longontsteking
- -Blindedarm ontsteking
- -Alvleesklier ontsteking
- -Operaties
- -Ernstige wonden
- -Brandwonden
- -Bepaalde soorten kanker
- -Hartaanval
- -Hart- en vaatziektes
Onder P10 is er sprake van verlaagde spiermassa. Onder P5 is er sprake van ernstige
verminderde spiermassa.
ONDERDEEL 1 - ONDERVOEDING
Soorten ondervoeding
STAPPENPLAN ONDERVEDING
Energiebehoefte:
- Formule (H&B, WHO?) HB alleen bij bmi >30
- Toeslag (hoeveel procent?)
- Toeslag 30-50% (30 voldoende bij minder beweging bij ziekte)
Eiwitbehoefte bij ondervoeding:
• 1,2 - 1,5g eiwit per kg lichaamsgewicht (bron zakboek dietetiek)
• Bij BMI < 20kg per/m2 gebruik je voor het berekenen van de eiwitbehoefte het gewicht dat hoort bij
een BMI van 20 kg/m2 --> laag startgewicht en je wilt iemand niet nog verder laten afvallen,
onderschatting van eiwitbehoefte
• Bij een BMI >30 gebruik je een gewicht dat hoort bij een BMI van 27,5 kg/m ²
Als je de VVM weet kan je dit ook gebruiken hierbij reken je met 1,5 - 1,9 g/kg VVM Voor meer info zie
www.zakboekdietetiek.nl 105 en 106