ideale samenleving, 1650-1789?
Bijbehorende paragrafen boek: 6.2, 6.3, 7.1, 7.2
Kenmerkende aspecten:
23. Het streven van vorsten naar absolute macht.
26. Wetenschappelijke revolutie.
27. Rationeel optimisme en een ‘’verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van
de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
28. Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen om het vorstelijk bestuur een
eigentijdse verlichte vorm te geven (verlicht absolutisme).
CSE voorbeelden:
- Kant over de definitie van Verlichting en de gevaren van het rationalisme.
- Locke en Rousseau over het sociaal contract.
- Spinoza over de invloed van God op het dagelijks leven.
- Voltaire over de vrijheid van denken en de rol van de staat.
Ontstaan van de Verlichting:
- Vanaf de Renaissance (14e eeuw): Hernieuwde kennismaking met de het Klassieke
gedachtegoed, geleerden bestuderen de Klassieke werken en komen zo ook in
aanraking met niet religieuze onderwerpen.
- Beïnvloed door Humanisme (15de en 16de eeuw): Gedachte dat je een goed leven
kunt leiden zonder een beroep te doen op God, ervan uitgaande dat ieder mens vrij,
waardevol en gelijkwaardig is en dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn leven.
- Wetenschappelijke Revolutie (17e eeuw): Periode waarin veel nieuwe ontdekkingen
en uitvindingen werden gedaan door te observeren en te experimenteren.
→ Grote verandering in het leven van de mens.
e Verlichting:
D
Halverwege de 17e eeuw ontstaat in delen van Europa het verlichte denken. Traditie en
bijgeloof maken plaats voor verstand en rede.
De Verlichting stelt bestaande inzichten op het gebied van sociale verhoudingen, politiek,
economie en religie ter discussie. Hierin staan twee denkvormen centraal:
- Empirisme: de mens bouwt kennis op door waarneming en ervaring,
experimenteren.
- Rationalisme: De rede is de enige of meest voorname bron van kennis. De
werkelijkheid bevat volgens rationalisten een logische structuur die door het verstand
“gelezen” kan worden.
Verlichters vonden dat de samenleving net zoals de natuur op een redelijke manier moest
worden onderzocht.
→ Doel: Het streven naar kennis brengt de mens een groter oplossingsvermogen voor
problemen in de samenleving.
= Optimisme en vooruitgangsgedachte.
Verlichte denkers gaan met elkaar de discussie aan → radicalen en gematigden.
- Gematigden: zoeken balans tussen rede en traditie.
1
, - Radicale denkers die uitgaan van universele waarden als democratie, gelijkheid,
vrijheid (compromisloos, geweld en verwerpen de invloed van religie of zelfs religie in
zijn geheel).
De verlichtingsidealen tasten de macht van de kerk en de staat aan.
→ Reactie van vorsten:
1. Europese vorsten die regeren volgens het principe van Droit Divin (absoluut)
proberen publicaties tegen te gaan en vervolgen verlichtingsfilosofen.
2. Europese vorsten omarmen de verlichtingsidealen en maken ze onderdeel van hun
absoluut bestuur. ‘Alles voor het volk, maar niets door het volk’.
e Verlichting in de Republiek
D
De nieuwe maatschappelijke denkbeelden en opvattingen (over geloof) leidden tot grote
meningsverschillen!
In hoeverre mag het geloof invloed hebben op de maatschappij?
➔ Coornhert: moet niet van invloed op elkaar zijn, staat los van elkaar.
➔ Simon Stevin: plaats voor God en geloof → geloof brengt discipline onder het volk
om daarmee de maatschappelijke orde te garanderen.
René Descartes (1596 – 1650)
- Vertrouw alleen op je eigen verstand i.p.v. overlevering, boeken of traditie.
- Cogito ergo sum (ik denk, dus ik ben).
➔ Is een waarneming wel juist? Het enige waar je niet aan kan twijfelen is de
twijfel, je denkt, dus je bent.
- Gelooft in een God die niet alleen het lichaam (de materie) maar ook de ziel (het
inzicht) heeft gemaakt → horen bij elkaar.
- Probeert het hele universum wiskundig mechanisch te beschrijven (minimaliseert
invloed van God tot getallen).
Calvinisten in de Republiek zien hem als atheïst en volksleider.
➔ Schrijft in het Frans, de volkstaal, waardoor zijn ideeën snel worden verspreid.
➔ Brengt de orde in gevaar.
➔ Republiek niet tolerant genoeg, vertrekt naar Zweden.
Baruch de Spinoza (1632 – 1650)
- Jood die naar de Republiek is gevlucht vanuit Spanje.
- Wenste totale vrijheid van het denken en spreken. Hij vindt dat de kerk en de Bijbel
het vrije denken beperken.
- Een ideale staat is een staat die de mensen volledige vrijheid van denken geeft en
die in dienst staat van het volk (Republikein en voorstander van een democratie).
- De staat zorgt voor het welzijn van het volk, niet de kerk.
- Volgens Spinoza is God de natuur en meer niet, hij geloofde niet in een hiernamaals,
het nut van kerken en een door God opgelegd moraal. ‘De hele werkelijkheid is God’.
Zelfs in de tolerante Republiek werden de ideeën van Spinoza en Descartes als gevaarlijk
en godslasterlijk gezien (radicaal).
➔ Spinoza wordt verbannen en Descartes vlucht naar Zweden.
2