9.1 Van eeuwwisseling naar wereldoorlog (1900-1914)
Europa in de 19de eeuw: gedomineerd door 5 grote staten, waar gestreefd werd naar
machtsevenwicht.
➔ GB, FR, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Pruisen (vanaf 1871 Duitsland).
➔ VS wordt wel belangrijker, maar isolationisme = zich niet bemoeien met de rest van
de wereld, vooral eigen continent en land.
VS groot door:
- Vele migranten van Europa naar Amerika: werk in zware en lichte industrie. Vanaf
1913 vaak aan lopende band (nieuwe uitvinding) → massaproductie mogelijk.
- Bemoeien zich niet met onderlinge ruzies in Europa, gericht op eigen land.
West-Europa: nog steeds het economische en politieke centrum van de wereld.
1871: Duitsland keizerrijk onder keizer Wilhelm I.
→ Late industrialisatie → gevolg:
- Moderne industrie: hoeven niet eerst oude fabrieken af te bouwen om de moderne te
bouwen. Ze hebben meteen de beste modellen.
DU: internationaal machtig:
- Ambitie om veel kolonies te bezitten.
- Grote oorlogsvloot onder keizer Wilhelm II (1889) om Groot-Brittannië te
concurreren.
➔ Wapenwedloop tussen GB en DU (proberen elkaar te overtreffen).
Onder keizer Wilhelm II gaat de Duitse politiek veranderen:
- Deutschland, PLatz an der Sonne → weltpolitik = Wilhelm vind dat DU belangrijkste
land moet worden.
- Het machtsevenwicht wordt verstoord.
A.g.v. de wapenwedloop met DU gaat GB op zoek naar partner aan het vaste land: FR
➔ FR en GB vriendschapsverdrag: Entente Cordiale (1904).
➔ FR koestert wraakgevoelens over DU: verloren gebied Elzas-Lotharingen en
eenwording Duitse keizerrijk in Versailles.
1892: FR sluit bondgenootschap met Rusland → DU ingesloten tussen twee vijanden.
→ FR ook vriendschapsverdrag met Rusland.
1907: verschillende verdragen groeien uit tot een bondgenootschap: Triple Entente
- Basis: angst voor de grootmacht DU.
Rusland: zwakke bondgenoot met onvoldoende militair materieel.
- Agrarische samenleving, niet hoog ontwikkelde mensen.
- Geen industriële grootmacht.
- Autocratische keizer: tsaar.
- Politiek: nationalistische onlusten en opstanden van intellectuelen tegen de tsaar.
Rond 1910: DU veel aanzien, door…
- Poging tot invloed in Turkije → veel olie voor industrie.
- Bondgenoot met Oostenrijk-Hongarije en Balkan-gebied.
→ Argwaan van FR, GB, Rusland en Servië.
, 9.2 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)
1914: twee bondgenootschappen staan tegenover elkaar:
- Geallieerden → Triple Entente: FR, GB en Rusland.
- Centralen → Triple Alliantie: Italië, DU en Oostenrijk-Hongarije.
Doel: garantie voor vrede → bij oorlog zouden ze elkaar bijstaan.
Beide zwakke partners:
- Triple Entente: Rusland → late industrialisatie, kunnen wapenwedloop niet bijhouden.
- Triple Alliantie: Oostenrijk-Hongarije: groot gebied, oud staatshoofd en veel interne
problemen.
→ Oorlogsvoorbereidingen:
- DU: bereidt zich voor op tweefrontenoorlog door bondgenootschap FR en Rusland.
➔ Oplossing 1906: Von Schlieffenplan = voordat Rusland was gemobiliseerd,
zou DU eerst in een korte oorlog FR uitschakelen om daarna tegen Rusland
te vechten.
- FR: bouwt al sinds de Frans-Duitse Oorlog forten langs oostgrens →
Elzas-Lotharingen terugwinnen (industrieel winstgevend gebied).
➔ Drijfveer: wraak na vernedering Frans-Duitse Oorlog.
Andere landen waren er minder mee bezig.
Aanleiding oorlog: niet een aanleiding, is een druppel die de emmer deed overlopen.
→ Eerdere aanleidingen: nationalisme, chauvinisme (overdreven vaderlandsliefde),
imperialisme en een wapenwedloop.
Moord op troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije in Sarajevo (Bosnië) in 1914.
➔ Servische dader Gravilo Princip wordt gearresteerd.
➔ OH geeft Servië de schuld
Servië al problemen met OH om Bosnië-Herzegovina.
➔ OH eist het afzien van alle anti-Oostenrijkse propaganda in het onderwijs van Servië.
➔ Servië verwerpt eis: landen horen zich niet te bemoeien met elkaars binnelandse
politiek.
29 juli 1914: Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan Servië.
➔ Door moderne communicatiemiddelen proberen ze de mogelijke oorlog te
voorkomen.
➔ Bondgenootschappen worden erbij betrokken.
Maand na de moordaanslag: oorlogsmachinerie komt op gang → mobilisatie legers.
→ Mensen in de steden juichen de soldaten toe.
Von Schlieffenplan in werking:
➔ 4 Augustus: DU trekt via België Frankrijk binnen → schieten normale burgers dood =
overtreding van de afspraken over oorlogsvoering.
➔ Begin September: DU in Frankrijk.
◆ 5-12 september: slag bij Marne I.
➔ Duitse opmars stil door loopgravenoorlog.
◆ Soldaten graven zich aan beide zijde in gangenstelsels in.
◆ Gevecht vindt plaats op tussenliggend slagveld.
Europa in de 19de eeuw: gedomineerd door 5 grote staten, waar gestreefd werd naar
machtsevenwicht.
➔ GB, FR, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Pruisen (vanaf 1871 Duitsland).
➔ VS wordt wel belangrijker, maar isolationisme = zich niet bemoeien met de rest van
de wereld, vooral eigen continent en land.
VS groot door:
- Vele migranten van Europa naar Amerika: werk in zware en lichte industrie. Vanaf
1913 vaak aan lopende band (nieuwe uitvinding) → massaproductie mogelijk.
- Bemoeien zich niet met onderlinge ruzies in Europa, gericht op eigen land.
West-Europa: nog steeds het economische en politieke centrum van de wereld.
1871: Duitsland keizerrijk onder keizer Wilhelm I.
→ Late industrialisatie → gevolg:
- Moderne industrie: hoeven niet eerst oude fabrieken af te bouwen om de moderne te
bouwen. Ze hebben meteen de beste modellen.
DU: internationaal machtig:
- Ambitie om veel kolonies te bezitten.
- Grote oorlogsvloot onder keizer Wilhelm II (1889) om Groot-Brittannië te
concurreren.
➔ Wapenwedloop tussen GB en DU (proberen elkaar te overtreffen).
Onder keizer Wilhelm II gaat de Duitse politiek veranderen:
- Deutschland, PLatz an der Sonne → weltpolitik = Wilhelm vind dat DU belangrijkste
land moet worden.
- Het machtsevenwicht wordt verstoord.
A.g.v. de wapenwedloop met DU gaat GB op zoek naar partner aan het vaste land: FR
➔ FR en GB vriendschapsverdrag: Entente Cordiale (1904).
➔ FR koestert wraakgevoelens over DU: verloren gebied Elzas-Lotharingen en
eenwording Duitse keizerrijk in Versailles.
1892: FR sluit bondgenootschap met Rusland → DU ingesloten tussen twee vijanden.
→ FR ook vriendschapsverdrag met Rusland.
1907: verschillende verdragen groeien uit tot een bondgenootschap: Triple Entente
- Basis: angst voor de grootmacht DU.
Rusland: zwakke bondgenoot met onvoldoende militair materieel.
- Agrarische samenleving, niet hoog ontwikkelde mensen.
- Geen industriële grootmacht.
- Autocratische keizer: tsaar.
- Politiek: nationalistische onlusten en opstanden van intellectuelen tegen de tsaar.
Rond 1910: DU veel aanzien, door…
- Poging tot invloed in Turkije → veel olie voor industrie.
- Bondgenoot met Oostenrijk-Hongarije en Balkan-gebied.
→ Argwaan van FR, GB, Rusland en Servië.
, 9.2 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)
1914: twee bondgenootschappen staan tegenover elkaar:
- Geallieerden → Triple Entente: FR, GB en Rusland.
- Centralen → Triple Alliantie: Italië, DU en Oostenrijk-Hongarije.
Doel: garantie voor vrede → bij oorlog zouden ze elkaar bijstaan.
Beide zwakke partners:
- Triple Entente: Rusland → late industrialisatie, kunnen wapenwedloop niet bijhouden.
- Triple Alliantie: Oostenrijk-Hongarije: groot gebied, oud staatshoofd en veel interne
problemen.
→ Oorlogsvoorbereidingen:
- DU: bereidt zich voor op tweefrontenoorlog door bondgenootschap FR en Rusland.
➔ Oplossing 1906: Von Schlieffenplan = voordat Rusland was gemobiliseerd,
zou DU eerst in een korte oorlog FR uitschakelen om daarna tegen Rusland
te vechten.
- FR: bouwt al sinds de Frans-Duitse Oorlog forten langs oostgrens →
Elzas-Lotharingen terugwinnen (industrieel winstgevend gebied).
➔ Drijfveer: wraak na vernedering Frans-Duitse Oorlog.
Andere landen waren er minder mee bezig.
Aanleiding oorlog: niet een aanleiding, is een druppel die de emmer deed overlopen.
→ Eerdere aanleidingen: nationalisme, chauvinisme (overdreven vaderlandsliefde),
imperialisme en een wapenwedloop.
Moord op troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije in Sarajevo (Bosnië) in 1914.
➔ Servische dader Gravilo Princip wordt gearresteerd.
➔ OH geeft Servië de schuld
Servië al problemen met OH om Bosnië-Herzegovina.
➔ OH eist het afzien van alle anti-Oostenrijkse propaganda in het onderwijs van Servië.
➔ Servië verwerpt eis: landen horen zich niet te bemoeien met elkaars binnelandse
politiek.
29 juli 1914: Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan Servië.
➔ Door moderne communicatiemiddelen proberen ze de mogelijke oorlog te
voorkomen.
➔ Bondgenootschappen worden erbij betrokken.
Maand na de moordaanslag: oorlogsmachinerie komt op gang → mobilisatie legers.
→ Mensen in de steden juichen de soldaten toe.
Von Schlieffenplan in werking:
➔ 4 Augustus: DU trekt via België Frankrijk binnen → schieten normale burgers dood =
overtreding van de afspraken over oorlogsvoering.
➔ Begin September: DU in Frankrijk.
◆ 5-12 september: slag bij Marne I.
➔ Duitse opmars stil door loopgravenoorlog.
◆ Soldaten graven zich aan beide zijde in gangenstelsels in.
◆ Gevecht vindt plaats op tussenliggend slagveld.