Gedragswetenschap = studie van gedrag en mentaal functioneren
- denken-> cognitie
- voelen-> affect
- handelen-> gedrag
Gedrag wordt bepaald door
- Individu en samenleving (agency-structure)
- Biologie en omgeving (nature-nurture)
Mensbeelden worden gevormd door en vormen observaties
het is een samenspel van percepties en ideeën
Cognitieve schema’s/raamwerk zorgen voor organisatie van kennis
Expertise opbouwen= het ontwikkelen van schema’s
,Mensbeeld vanuit de verschillende psychologische benaderingen
Veel mensbeelden leggen de nadruk op één bepaald proces en zijn daarmee eenzijdig
Er zijn daarom ‘extra’ mensbeelden
Biologische adaptieve perspectief
richt zich vooral op hoe gedrag en mentale processen zijn geëvolueerd om ons aan te passen
aan de omgeving en overleving/voortplanting te bevorderen. Dit perspectief richt zich op de
‘waarom’ van het gedrag (biologisch perspectief richt zich op ‘hoe’ van gedrag dmv.
neurotransmitters etc.)
Richt zich op korte termijn, 1 levensloop
Dus biologisch adaptief perspectief is:
- Evolutionair
- Adaptief
- Natuur-cultuur samenspel (vb: agressie. Kan biologisch adaptief zijn als
overlevingsmechanisme maar de uitingsvorm wordt bepaald door culturele normen
Evolutionair perspectief
, Kenmerken en eigenschappen hangen samen met genen die overerven. Er is altijd genetische
variatie en hierdoor ontstaan mutaties. Een variant wordt behouden als deze een grotere
kans op overleving heeft in een specifieke omgeving. Er ontstaat zo een geleidelijk proces van
verandering als aanpassing op de omgeving.
Richt zich op lange termijn en evolutie
Seksuele partnerselectie
Wie kiezen mensen als seksuele partner?
- vrouwen kiezen vaak voor mannen met middelen of stabiliteit omdat ze investeren in de
zwangerschap/opvoeding
- mannen kiezen vaak voor tekenen van vruchtbaarheid
Erfelijkheid= overdracht van informatie tussen generaties via chromosomen
is predispositie en niet onvermijdelijk. Als iets erfelijk is ben je er gevoelig voor maar dit
betekent niet dat het zeker gaat gebeuren.
De genetische aanleg komt tot uiting door je omgeving
(bv. Muziektalent komt niet naar voren zonder muzieklessen)
Omgevingsinvloed hangt af van de genetische aanleg
(hoe je op je omgeving reageert hangt af van de genetische aanleg)
Omgeving/mileu
postnataal= opvoeding, omstandigeheden
prenataal= hormonen, chemische stoffer
HC2
Evolutie= biologische aanpassing van de soort
Leren= aanpassing van individuen aan stimuli
- intentioneel leren (huiswerk bv)
- spontaan leren
Je hebt verschillende leerprocessen
- herhaalde blootstelling
kan leiden tot 2 tegenovergestelde leerprocessen