Oefenstaatsexamen VMBO
Staatsexamen VMBO KBKB
2026
2026
tijdvak 1
donderdag 8 mei
13.30 - 15.00 uur
Maatschappijleer
Maatschappijleer
College-examen schriftelijk
Voor dit examen zijn maximaal 44 punten te behalen;
het examen bestaat uit 44 meerkeuzevragen.
Beantwoord alle vragen op het antwoordblad.
Beantwoord alle vragen.
1. Welke omschrijving past het best bij een waarde?
A een officieel besluit van de regering
B iets wat mensen belangrijk vinden
C een straf die de rechter geeft
2. Welke uitspraak over normen is juist?
A Normen zeggen hoe je je hoort te gedragen.
B Normen zijn altijd voor iedereen gelijk.
C Normen bestaan alleen in wetten.
3. Welk voorbeeld hoort bij een formele sociale controle?
A een vriend die je waarschuwt
B een agent die een boete uitschrijft
C een buurvrouw die verbaasd kijkt
4. Wat is een voorbeeld van een socialiserende institutie?
A het gezin
B de rechtbank
C de Tweede Kamer
D de Belastingdienst
5. Wat wordt bedoeld met een referentiegroep?
A een groep waarmee iemand zich vergelijkt
B een groep die alleen uit familie bestaat
C een groep die wetten maakt
6. Welk voorbeeld laat sociale ongelijkheid zien?
A iedereen betaalt in de winkel hetzelfde voor brood
pagina 1
, B niet iedereen heeft dezelfde kans op een diploma
C iedereen mag naar de huisarts
7. Van discriminatie is sprake als iemand
A iemand beoordeelt op gedrag
B iemand achterstelt vanwege afkomst of geloof
C een regel op school handhaaft
D een boete krijgt na vandalisme
8. Wat is een kenmerk van een democratie?
A de media mogen alleen positief berichten
B burgers kunnen invloed uitoefenen op het bestuur
C er is geen vrijheid van meningsuiting
9. Welke instelling controleert in Nederland de regering?
A de gemeenteraad
B de politie
C het parlement
D de koning alleen
10. Wat is het belangrijkste verschil tussen een politieke partij en een actiegroep?
A een politieke partij doet mee aan verkiezingen
B een actiegroep mag geen mening hebben
C een politieke partij komt alleen lokaal voor
11. Wat wordt bedoeld met pluriforme samenleving?
A een samenleving met maar één dominante cultuur
B een samenleving met verschillende groepen en opvattingen
C een samenleving zonder media
D een samenleving zonder regels
12. Welk machtsmiddel gebruikt een vakbond vooral bij een staking?
A kennis
B status
C aantal
D formeel gezag
Tekst 1 Jongerenraad in de gemeente
I In een middelgrote gemeente mogen jongeren vanaf 14 jaar meedenken in een jongerenraad. De
jongerenraad bespreekt onderwerpen zoals sportplekken, verkeersveiligheid en activiteiten voor
jongeren.
pagina 2
Staatsexamen VMBO KBKB
2026
2026
tijdvak 1
donderdag 8 mei
13.30 - 15.00 uur
Maatschappijleer
Maatschappijleer
College-examen schriftelijk
Voor dit examen zijn maximaal 44 punten te behalen;
het examen bestaat uit 44 meerkeuzevragen.
Beantwoord alle vragen op het antwoordblad.
Beantwoord alle vragen.
1. Welke omschrijving past het best bij een waarde?
A een officieel besluit van de regering
B iets wat mensen belangrijk vinden
C een straf die de rechter geeft
2. Welke uitspraak over normen is juist?
A Normen zeggen hoe je je hoort te gedragen.
B Normen zijn altijd voor iedereen gelijk.
C Normen bestaan alleen in wetten.
3. Welk voorbeeld hoort bij een formele sociale controle?
A een vriend die je waarschuwt
B een agent die een boete uitschrijft
C een buurvrouw die verbaasd kijkt
4. Wat is een voorbeeld van een socialiserende institutie?
A het gezin
B de rechtbank
C de Tweede Kamer
D de Belastingdienst
5. Wat wordt bedoeld met een referentiegroep?
A een groep waarmee iemand zich vergelijkt
B een groep die alleen uit familie bestaat
C een groep die wetten maakt
6. Welk voorbeeld laat sociale ongelijkheid zien?
A iedereen betaalt in de winkel hetzelfde voor brood
pagina 1
, B niet iedereen heeft dezelfde kans op een diploma
C iedereen mag naar de huisarts
7. Van discriminatie is sprake als iemand
A iemand beoordeelt op gedrag
B iemand achterstelt vanwege afkomst of geloof
C een regel op school handhaaft
D een boete krijgt na vandalisme
8. Wat is een kenmerk van een democratie?
A de media mogen alleen positief berichten
B burgers kunnen invloed uitoefenen op het bestuur
C er is geen vrijheid van meningsuiting
9. Welke instelling controleert in Nederland de regering?
A de gemeenteraad
B de politie
C het parlement
D de koning alleen
10. Wat is het belangrijkste verschil tussen een politieke partij en een actiegroep?
A een politieke partij doet mee aan verkiezingen
B een actiegroep mag geen mening hebben
C een politieke partij komt alleen lokaal voor
11. Wat wordt bedoeld met pluriforme samenleving?
A een samenleving met maar één dominante cultuur
B een samenleving met verschillende groepen en opvattingen
C een samenleving zonder media
D een samenleving zonder regels
12. Welk machtsmiddel gebruikt een vakbond vooral bij een staking?
A kennis
B status
C aantal
D formeel gezag
Tekst 1 Jongerenraad in de gemeente
I In een middelgrote gemeente mogen jongeren vanaf 14 jaar meedenken in een jongerenraad. De
jongerenraad bespreekt onderwerpen zoals sportplekken, verkeersveiligheid en activiteiten voor
jongeren.
pagina 2