INLEIDING
groepsindeling
presentatie
• 10min
• korte inleiding (wat is het)
o mag je ook afbakening aanbrengen
• methodologie (hoe wordt dat in de praktijk uitgevoerd)
• toepassing welke hedendaagse mogelijkheden heeft de techniek
o wet kan wel en wat kan NIET met deze techniek achterhaald worden
• wijze van rapporteren
• Zaak bespreken à mag ook buitenlandse zaak
• vragen door 3 personen (Roel, Jos en nog iemand)
o afspraken voor de vragen
• bonuscriteria
o presentatievaardigheden
o Op elkaar afgestemd
o visuele ondersteuning (pwp)
o vragen beantwoorden
o inhoudelijk juist
o relevantie uitspraak
o originaliteit en eigen visie
1
, WEEK 1: PLAATS DELICT
TUTORIAL
VRAGEN
1. Wat zijn forensische sporen en welke bewijsvragen kunnen deze sporen
beantwoorden?
2. Wat zijn humane biologische sporen en non-humane spore?
2
, 3. Wat is het onderscheid tussen macro- en microsporen en hoe verhoudt dit
onderscheid zich tot hun bewijswaarde?
4. Hoe kan de aard van celmateriaal worden vastgesteld?
• Je hebt indicatieve en specifieke testen
o Indicatieve test: Geeft een aanwijzing voor de aanwezigheid van een bepaalde
stof, maar kan vals-positief zijn. Vaak goedkoper en sneller.
o Specifieke test: Bevestigt met zekerheid de aard van het celmateriaal, maar is
doorgaans complexer en tijdrovender.
a. bloed
• tetrabasetest
o maakt bloed aantoonbaar door een chemische reactie: tatrabase reageert in de
aanwezigheid van hemoglobine met peroxide, wat een blauwe kleur veroorzaakt.
o test wordt uitgevoerd op een monster van het vloeistof niet op het spoor zelf.
o een positieve tetrabasetest leidt meestal tot een bruikbaar DNA-profiel.
• luminol: reactie met hemoglobine maakt bloedsporen zichtbaar
o Tast DNA-profiel aan waardoor vervolgonderzoek moeilijk is
o wnr er geen bloed waar te nemen is of het lijkt erop dat bloed verwijdert is kan
luminol gebruikt worden om minimale, latente bloedsporen zichtbaar te maken.
b. Sperma
• indicatieve testen
o Forensische lichtbron: Specifieke golflengten maken spermasporen zichtbaar.
3
, § indien je vlekken hebt op kleding die sperma aanduiden kan je een zure
fosfatasetest uitvoeren
o Zure fosfatasetest: Detecteert een enzym uit spermavloeistof
• Semenologinetest en PSA-testen (prostaat specifieke antigene test)
o PSA: stofje dat door prostaat wordt afgescheiden
§ specifieker dan de vorige testen, maar blijft indicatief, omdat je niet met
zekerheid kunt zeggen dat er sperma was, want het kunnen ook andere
lichaamsvloeistoffen zijn
• microscopisch onderzoek: cellen onder microscoop bekijken
• differntiele lysis test: methode die je kan toepassen om spermacellen te scheiden van
andere cellen
o vaak probleem bij vaginale bemonstering: meer celmateriaal waardoor de
spermacellen gescheiden dienen te worden van ander celmateriaal
§ methode: spermakop waar DNA zich bevindt breken minder snel af dan
ander DNA waardoor eerst het andere DNA wordt afgebroken zodat enkel
de spermacellen overblijven
§ sperma is sterker dan vrouwelijk DNA, ook bloed
c. speeksel
• Forensische lichtbron: Kan speekselsporen zichtbaar maken bij specifieke golflengten.
• Alfa-amylase afdrukmethode: Indicatief; verkleuring kan wijzen op speeksel.
• Alfa-amylasetest: Toont enzym aan dat in speeksel voorkomt. Indicatief, maar
specifieker dan voorgaande testen, omdat alfa-amylase in bepaalde hoeveelheden
karakteristiek is voor speeksel.
d. haar
• Primair autosomaal DNA-onderzoek: Voorkeursmethode bij aanwezigheid van de
haarwortel; specifieker dan mitochondriaal onderzoek
• Mitochondriaal DNA-onderzoek: Toegepast bij haren zonder wortel (eerste 5 cm). DNA
breekt verderop af, dus de haarpunt is niet bruikbaar.
• Morfologisch onderzoek: Vergelijkend onderzoek naar uiterlijke kenmerken van haren.
• Er zijn ook nog wat technieken die experimenteel van aard zijn, maar die zijn nog niet
bekend gemaakt
5. Wat wordt bedoeld met contaminatie?
Contaminatie in het sporenonderzoek is de ongewenste overdracht of toevoeging van biologisch
materiaal of andere sporen op een plaats delict. Hierdoor kan het spoor niet langer de
oorspronkelijke situatie weerspiegelen, wat kan leiden tot onjuiste conclusies of zelfs tot
uitsluiting van het bewijs.
Om contaminatie te voorkomen, moet het bemonsteren van sporen plaatsvinden onder strikt
gecontroleerde omstandigheden. Het aantal personen op de plaats delict moet tot een
minimum worden beperkt. Personen die ziek zijn of verkouden klachten hebben, mogen geen
4