Klinische psychologie 2: diagnostiek en therapie
1. De DSM-5 biedt een gestandaardiseerde, beschrijvende classificatie
van psychische stoornissen op basis van criteria. Psychodiagnostiek
is een breder en verklarend proces, waarbij via gesprekken,
observaties en tests het functioneren van de patiënt wordt
onderzocht. Het richt zich niet alleen op wat er speelt (classificatie),
maar vooral op waarom klachten ontstaan en hoe deze
samenhangen, met als doel indicatiestelling en behandeling. (Hullu
et al., 2018).
, 2. Het belangrijkste verschil qua toepassing tussen metacognitieve
therapie en andere vormen van CGT bij behandeling van GAS is dat
metacognitieve therapie is focust op de gedachten over het piekeren
(bijvoorbeeld dat piekeren helpt problemen te voorkomen). Andere
vormen van CGT richten zich daarentegen op het veranderen van de
cognities (het piekeren) en gedrag zelf. Binnen CGT worden de
pieker danwel angstgedachtes uitgedaagd, terwijl MCT zich richt op
de overtuigingen die piekeren in stand houden, wat veelal
effectiever blijkt (van der Heiden & Ten Broeke, 2018)
3. Deze handelingswijze is in strijd met het stepped-care model omdat
volgens dit model er eerst gestart moeten worden met de lichtste
stap van de behandeling, indien er geen indicatoren zijn voor
ernstige maten van de stoornis. Wanneer deze stap niet lijkt aan te
slaan, wordt erovergegaan naar de volgende stap.
Aangezien er in deze casus sprake is van een eerste depressie van
4-5 weken en er tevens geen indicatoren zijn dat er sprake is van
een ernstige (geen indicaties suicidaliteit) of herhalende depressie,
is het niet in lijn met stepped-care model om met IPT te starten,
psychoeducatie wel (Koenders & van der Does, 2018).
4. Goed contact tussen hulpverlener en cliënt is zo belangrijk (bij een
vermoeden van) suicidaal gedrag omdat het de patiënt helpt
gehoord en veilig te voelen, waardoor zij openlijker kan praten over
suicidale gedachten en het de betrouwbaarheid en validiteit van de
informatie vergroot. Angst om het onderwerpt aan te kaarten is
onterecht, het bespreekbaar maken bevordert juist het contact en
verminderd risico’s, waarmee het tevens een preventieve effect
heeft op de behandeling (Huisman et al., 2016).
5.
(a)