Hoorcollege 1: 05-02-24
Wat is opvoeden?= Iedere invloed die mensen, onbedoeld of bedoeld, uitoefenen op
de ontwikkeling en het functioneren van het kind.
Ontwikkelen= Een stap-voor-stap proces waarin steeds meer mogelijkheden van een
kind zich ontplooien.
Opvoeden gaat eigenlijk vanzelf
● En is dus zelfregulatie
● Proto Conversatie
● Normen en waarden
Het opvoedproces kenmerkt zich door:
● Coregulatie (samen beheersen) & Adaptatie= samenwerken, aanpassen (Wat
is wel okay?)
Opvoeden is een proces…
Dat kost energie, tijd en soms pijn en moeite van ouders. Ouders die over het
algemeen in staat zijn sensitief en responsief te reageren.
Sensitiviteit= Het onderkennen van de gevoelens en behoeften van anderen hiermee
rekening te houden. Onderkennen van de invloed van het eigen gedrag op anderen.
Kinderen hebben recht op opvoeding
Verdrag van de rechten van het kind= Op 8 maart 1995 tekende Nederland dit
verdrag.
-> Artikel 5: Rol van ouders bij ontwikkeling kind.
Feiten over opvoeden:
● Nederland staat op nummer 5 bij de gelukkigste landen ter wereld.
● Onderzoek kinderombudsman: De meeste Nederlandse kinderen zijn
gelukkig. Gemiddeld geven zij hun leven een 7,7. 13,3% ongeveer geeft hun
leven een onvoldoende.
● Met 85% van de kinderen gaat het goed, met 15% gaat het minder of niet
goed.
Ouders hebben opvoedidealen
Ontstaan door:
● De eigen opvoeding
● Hun persoonlijkheidsontwikkeling
● Het sociale netwerk
● De maatschappelijke en culturele omgeving
Opvoeddoelen:
Universele opvoeddoelen:
, ● Waarborgen van het fysieke, sociale en emotionele welzijn van het
kind.
● Economische competenties.
● Culturele normen en waarden overdragen.
● Nederlandse opvoeddoel.
● Autonomie.
Ouders hebben vragen en zorgen over:
● Schoolprestaties kunnen grote zorgen meebrengen.
● Regels en grenzen.
● Luisteren en gehoorzamen.
● Straffen en belonen.
● Voeding.
● Zindelijkheid.
● Slapen.
● Driftbuien, woede, agressie.
● Functioneren als ouder
● Spanningen en stress buiten de opvoeding
Aan wie vragen ouders om steun en wat zijn hun behoeften?
● Familie en vrienden
Cijfers over opvoeden:
● Het grootste deel van de ouders zijn tevreden over het verloop van de
opvoeding van hun kinderen en vindt men zichzelf goed in staat om voor
kinderen te zorgen.
● Bijna alle ouders hebben wel eens zorgen over hun kinderen.
● Ruim acht van de tien jongeren van 12 tot en met 17 jaar zijn tevreden over
de wijze waarop hun ouders hen opvoeden.
Opvoedingsondersteuning:
“Op intentionele(= als je een intentie of bedoeling hebt) wijze steun bieden aan
ouders bij hun opdracht en taak als opvoeders”. “Opvoeders helpen opvoeden”.
Definitieve opvoedingsondersteuning:
Brede definitie:
Het ondersteunen van alle opvoeders (van voetbalcoach en leerkracht tot
professionals van Bureau Jeugdzorg).
Doel van opvoedingsondersteuning:
Opvoedingsondersteuning is gericht op het verbeteren van de opvoedsituatie van
kinderen (NJI).
, ● Het voorkomen van problemen in de opvoeding
● Het helpen oplossen van bestaande zorgen en problemen
● Het versterken van pedagogische competenties en vaardigheden van ouders.
● Het laten opgroeien van kinderen tot burgers die meedoen aan de
samenleving.
Preventie:
● Algemene preventie (Gemeente regelt zwemlessen)
● Selectieve preventie (Ouders waarbij het uit de hand loopt)
● Geïndiceerde preventie (Zorg vanuit een instelling)
Vormen van opvoedingsondersteuning:
● Informatie en voorlichting over ontwikkeling van kinderen.
● Bevorderen van sociale steun en zelfhulp over omgang met kinderen.
● Vroegtijdige signalering en verwijzing
● Pedagogische advisering en begeleiding
● Opvoedingsondersteuning is activerend i.p.v. compenserend.
Opvoedingsondersteuning in de buurt of rondom huis:
Film “Boyhood”:
Hoorcollege 2: 06-02-24
Familiestructuren:
Afgelopen 150 jaar is driekwart van de kinderen op 15-jarige leeftijd opgegroeid in
een gezin met een vader en moeder. (Traditioneel kerngezin).
Zowel na de 1e democratische transitie 1870-1920: Vermindering (kinder) sterfte en
scheiden ongebruikelijk-> 90% kinderen (1900-1940), groeiden op in kerngezin. Ten
tweede, 77% kinderen groeien in tweeoudergezin in 2022.
De 2e demografische transitie 1960-1980: secularisatie (los komen van regels en
gebruiken kerk), individualisering (los komen van verzuiling). Modernisering=
loslaten van bepaalde ouderwetse normen en waarden. Er ontstonden nieuwe
normen en waarden, zoals (vrouw die werkt ipv thuis voor de kinderen zorgt).
Gezinsstructuren:
● Gehuwd en kinderen- 2 miljoen
● Ongehuwd samenwonen met kinderen- half miljoen
● Vanaf 1980 groei rozeouders in regenboog gezinnen
● 40.000 kinderen in homo gezin
● 1998 geregistreerd partnerschap (20.000)
● 2001: adoptie nu ook mogelijk voor homo-paren
Wat is opvoeden?= Iedere invloed die mensen, onbedoeld of bedoeld, uitoefenen op
de ontwikkeling en het functioneren van het kind.
Ontwikkelen= Een stap-voor-stap proces waarin steeds meer mogelijkheden van een
kind zich ontplooien.
Opvoeden gaat eigenlijk vanzelf
● En is dus zelfregulatie
● Proto Conversatie
● Normen en waarden
Het opvoedproces kenmerkt zich door:
● Coregulatie (samen beheersen) & Adaptatie= samenwerken, aanpassen (Wat
is wel okay?)
Opvoeden is een proces…
Dat kost energie, tijd en soms pijn en moeite van ouders. Ouders die over het
algemeen in staat zijn sensitief en responsief te reageren.
Sensitiviteit= Het onderkennen van de gevoelens en behoeften van anderen hiermee
rekening te houden. Onderkennen van de invloed van het eigen gedrag op anderen.
Kinderen hebben recht op opvoeding
Verdrag van de rechten van het kind= Op 8 maart 1995 tekende Nederland dit
verdrag.
-> Artikel 5: Rol van ouders bij ontwikkeling kind.
Feiten over opvoeden:
● Nederland staat op nummer 5 bij de gelukkigste landen ter wereld.
● Onderzoek kinderombudsman: De meeste Nederlandse kinderen zijn
gelukkig. Gemiddeld geven zij hun leven een 7,7. 13,3% ongeveer geeft hun
leven een onvoldoende.
● Met 85% van de kinderen gaat het goed, met 15% gaat het minder of niet
goed.
Ouders hebben opvoedidealen
Ontstaan door:
● De eigen opvoeding
● Hun persoonlijkheidsontwikkeling
● Het sociale netwerk
● De maatschappelijke en culturele omgeving
Opvoeddoelen:
Universele opvoeddoelen:
, ● Waarborgen van het fysieke, sociale en emotionele welzijn van het
kind.
● Economische competenties.
● Culturele normen en waarden overdragen.
● Nederlandse opvoeddoel.
● Autonomie.
Ouders hebben vragen en zorgen over:
● Schoolprestaties kunnen grote zorgen meebrengen.
● Regels en grenzen.
● Luisteren en gehoorzamen.
● Straffen en belonen.
● Voeding.
● Zindelijkheid.
● Slapen.
● Driftbuien, woede, agressie.
● Functioneren als ouder
● Spanningen en stress buiten de opvoeding
Aan wie vragen ouders om steun en wat zijn hun behoeften?
● Familie en vrienden
Cijfers over opvoeden:
● Het grootste deel van de ouders zijn tevreden over het verloop van de
opvoeding van hun kinderen en vindt men zichzelf goed in staat om voor
kinderen te zorgen.
● Bijna alle ouders hebben wel eens zorgen over hun kinderen.
● Ruim acht van de tien jongeren van 12 tot en met 17 jaar zijn tevreden over
de wijze waarop hun ouders hen opvoeden.
Opvoedingsondersteuning:
“Op intentionele(= als je een intentie of bedoeling hebt) wijze steun bieden aan
ouders bij hun opdracht en taak als opvoeders”. “Opvoeders helpen opvoeden”.
Definitieve opvoedingsondersteuning:
Brede definitie:
Het ondersteunen van alle opvoeders (van voetbalcoach en leerkracht tot
professionals van Bureau Jeugdzorg).
Doel van opvoedingsondersteuning:
Opvoedingsondersteuning is gericht op het verbeteren van de opvoedsituatie van
kinderen (NJI).
, ● Het voorkomen van problemen in de opvoeding
● Het helpen oplossen van bestaande zorgen en problemen
● Het versterken van pedagogische competenties en vaardigheden van ouders.
● Het laten opgroeien van kinderen tot burgers die meedoen aan de
samenleving.
Preventie:
● Algemene preventie (Gemeente regelt zwemlessen)
● Selectieve preventie (Ouders waarbij het uit de hand loopt)
● Geïndiceerde preventie (Zorg vanuit een instelling)
Vormen van opvoedingsondersteuning:
● Informatie en voorlichting over ontwikkeling van kinderen.
● Bevorderen van sociale steun en zelfhulp over omgang met kinderen.
● Vroegtijdige signalering en verwijzing
● Pedagogische advisering en begeleiding
● Opvoedingsondersteuning is activerend i.p.v. compenserend.
Opvoedingsondersteuning in de buurt of rondom huis:
Film “Boyhood”:
Hoorcollege 2: 06-02-24
Familiestructuren:
Afgelopen 150 jaar is driekwart van de kinderen op 15-jarige leeftijd opgegroeid in
een gezin met een vader en moeder. (Traditioneel kerngezin).
Zowel na de 1e democratische transitie 1870-1920: Vermindering (kinder) sterfte en
scheiden ongebruikelijk-> 90% kinderen (1900-1940), groeiden op in kerngezin. Ten
tweede, 77% kinderen groeien in tweeoudergezin in 2022.
De 2e demografische transitie 1960-1980: secularisatie (los komen van regels en
gebruiken kerk), individualisering (los komen van verzuiling). Modernisering=
loslaten van bepaalde ouderwetse normen en waarden. Er ontstonden nieuwe
normen en waarden, zoals (vrouw die werkt ipv thuis voor de kinderen zorgt).
Gezinsstructuren:
● Gehuwd en kinderen- 2 miljoen
● Ongehuwd samenwonen met kinderen- half miljoen
● Vanaf 1980 groei rozeouders in regenboog gezinnen
● 40.000 kinderen in homo gezin
● 1998 geregistreerd partnerschap (20.000)
● 2001: adoptie nu ook mogelijk voor homo-paren