60 meerkeuze vragen met 3 antwoord opties
, 1. Wat is het meest correcte onderscheid tussen
persoonlijkheidsstoornissen en klinische stoornissen?
A. Persoonlijkheidsstoornissen zijn ego-syntonisch en beginnen
meestal in de adolescentie of vroege volwassenheid, terwijl klinische
stoornissen ego-dystonisch zijn en vaak episodisch verlopen
B. Persoonlijkheidsstoornissen zijn altijd stabiel en onveranderlijk,
terwijl klinische stoornissen altijd tijdelijk zijn
C. Klinische stoornissen zijn ego-syntonisch omdat patiënten hun
symptomen herkennen als passend bij zichzelf
2. Volgens DSM-5 moet een persoonlijkheidsstoornis zich
manifesteren in:
A. Cognitie, affectiviteit, interpersoonlijk functioneren en
impulscontrole, waarbij alle vier domeinen altijd aanwezig moeten
zijn
B. Minstens twee van vier domeinen: cognitie, affectiviteit,
interpersoonlijk functioneren en impulscontrole
C. Cognitie en affectiviteit, omdat deze de kern vormen van
persoonlijkheid
3. Wat is de meest accurate kritiek op het DSM-5 categorische
model?
A. Het model heeft een lage betrouwbaarheid door onduidelijke
criteria
B. Het model leidt tot hoge comorbiditeit en heterogeniteit binnen
diagnoses
C. Het model is te complex voor klinisch gebruik
4. Waarom heeft het AMPD een hogere constructvaliditeit?
A. Omdat het alleen gebruik maakt van persoonlijkheidstrekken
B. Omdat het ernst van functioneren en trekken scheidt en zo
overlap beter verklaart
C. Omdat het minder complex is dan het DSM-5 model
5. Wat valt onder het A-criterium van het AMPD?
A. Negatieve affectiviteit en antagonisme
B. Identiteit en zelfsturing als onderdeel van
persoonlijkheidsfunctioneren
C. Impulsiviteit en risicogedrag
6. Wat betekent het dat DSM-5 gebruikmaakt van polythetische
criteria?
A. Dat er één kernsymptoom verplicht aanwezig moet zijn
B. Dat alle symptomen even zwaar wegen en aanwezig moeten zijn
C. Dat een minimumaantal symptomen vereist is, maar niet dezelfde
combinatie
7. Welke combinatie van stoornis en cluster is correct?
A. Schizotypische PS – Cluster B
B. Narcistische PS – Cluster B
C. Vermijdende PS – Cluster A
8. Wat is het belangrijkste verschil tussen schizoïde en
vermijdende PS?
A. Schizoïde PS wordt gekenmerkt door sociale angst, vermijdende
PS door gebrek aan interesse
B. Vermijdende PS wordt gekenmerkt door angst voor afwijzing,