Sociale en cross-culturele psychologie - Colleges en boek
Hoorcollege 1 - Introductie
1. Organisatie cursus
- Tentamen 9 maart
● Inhoud boek
● Inhoud colleges
- MC + korte antwoord open vragen
- Doel: overzicht van sociale en cross-culturele psychologie
2. Wat is sociale psychologie?
- Sociale cognities, verwachtingen
- Een persoon moet iets doen: beïnvloed door perceptie of anderen ingrijpen
- Individu in sociale context - de rol van sociale invloed
- Bystanders effect: ‘The lack of response may lie more in the bystander’s response to
other observers than in indifference to the victim’
Definitie en onderscheid van andere disciplines
De wetenschappelijke studie van de manieren waarop de gedachten. gevoelens en
gedragingen van mensen beïnvloed worden door de echte of ingebeelde aanwezigheid van
andere mensen.
- Sociaal cognitieve processen
- Sociale relaties tussen mensen
- Je kan ook beïnvloed worden door anderen zonder dat die mensen aanwezig zijn →
normen, sociale wenselijkheid etc.
Sociaal psychologische vragen:
- Gaan over alles dat beïnvloedt wordt door sociale interacties
- Wordt vooral gekeken naar gemiddelde volwassen personen, niet perse kinderen
- Stereotypes
Sociale psychologische en gerelateerde gebieden binnen Psychologie:
- Omgevingspsychologie
- Arbeids en organisatie Psychologie
- Consumenten en economische Psychologie
- Cognitieve Psychologie
- Ontwikkelingspsychologie
- Klinische psychologie
Sociale psychologische en gerelateerde gebieden buiten Psychologie:
- Sociologie
- Politicologie
- Economie
- Antropologie
1
, - Communicatiewetenschappen
- Pedagogiek
- Sociale geografie
- Filosofie
Invloedrijke theoretische perspectieven
- Behaviorism: kosten en opbrengsten
- Cognitieve perspectief: sociale cognitie
- Neuroscience/biochemie: neuro- en biochemische basis
- Evolutionaire psychologie: aanpassen/overleven
- Persoonlijkheid en individuele verschillen
- Groepsprocessen/het collectief
Noot: sociaal psychologische theorieën kunnen meerdere perspectieven bevatten
Typische methodologische benaderingen
Sociale psychologie als een wetenschap:
- Empirisch verkregen bewijs/ data
- Transparante, betrouwbare en valide methoden
- Ethische regels voor onderzoek
Onderzoeksmethoden in sociale psychologie
Meestal:
- Experimenten
● Laboratoriumexperimenten
● Veldexperimenten
● Online experimenten
- Survey studies
Maar ook:
- Kwalitatief onderzoek
- Veldstudies (systematische organisaties)
Voorbeelden van onderzoek
- De invloed van sociaal economische status (SES) op maatschappelijk ongenoegen:
survey en experiment
- Op welke manieren protesteren Groningers online en offline tegen (de gevolgen van)
gaswinning
Korte geschiedenis Sociale Psychologie
- Voorloper: Völkerpsychologie: collectieve mind
- Later: Group mind (LeBon, 1896; McDougall, 1920)
- Nog later: Asch (1951) individu in context van groepsrelaties → Meer zoals we het nu
kennen
- 1924 Floyd Allport: Experimentele sociale psychologie
Kurt Lewin (jaren 40): fundamentele grondbeginselen van de sociale psychologie:
1. Gedrag wordt bepaald door hoe we de wereld om ons heen waarnemen en
interpreteren
2. Gedrag is afhankelijk van de persoon en de omgeving
2
, 3. Sociaal Psychologische theorieën kunnen worden toegepast voor de oplossing van
maatschappelijke problemen
Europese Sociale Psychologie
- Start Sociale Psychologie eind 19e eeuw: Europa
- Vanaf begin 20e eeuw: VS
● Gevlucht uit Europa vanwege facisme (eg. Kurt Lewin)
- Na WO II wederopbouw Europese Sociale Psychologie
● Onderzoeken wat er is gebeurd tijdens WOII
- 1960: Europese Sociale Psychologie onafhankelijk
● Focus op intergroepsrelaties en groepen
● 1966: European Association of (Experimental) Social psychology
- Nu: meer globaal, diverser
● Eg. veel onderzoek in China
3. Wat is cultuur en wat is cross-culturele psychologie
Wat is cultuur?
Verschillende aspecten van leefomgeving en gedrag:
- Patronen in ons sociaal gedrag
- Onze gewoontes en tradities
- Sociale normen en regels
- De manier waarop onze samenleving is georganiseerd
“Culture as a group of individuals who acquire shared ideas, beliefs, technology, habits, or
practices through learning from others
Waar komt cultuur ‘vandaan’?
- Ecologische context
● Klimaat, landschap
● Eg. in landen met een heel afwisselend klimaat zijn mensen
creatiever/innovatiever omdat ze zich daar meer op moeten aanpassen →
Bepaalt de cultuur
- Instellingen
● Landbouw, jacht, mijnbouw
- Maatschappelijke praktijken
● Familiestructuren, intergroepsrelaties
- Socialisatieprocessen
● Opvoeding, scholing, socialisatie op werk
- Psychologische uitkomsten
● Waarden, overtuigingen, gedrag
Wat is (cross-)culturele psychologie?
- Sociale psychologie: sociaal gedrag van ‘mensen’
● Japan = Europa → welk gedrag blijft er over als je de culturele aspecten
weghaalt
- Culturele psychologie: invloed van cultuur op sociaal-psychologische processen
● Invloed van de Japanse cultuur op het zelfbeeld
● Wat doet cultuur?
- Cross-culturele psychologie: verschillen tussen culturen
3
, ● Europa is niet Japan
● Er zijn daadwerkelijke verschillen tussen culturen
(Vak gaat vooral over sociale psychologie)
4. Aanvullende aantekeningen boek H1
- Wetenschap: een methode voor het bestuderen van de natuur waarbij gegevens
worden verzameld om hypotheses en theorieën te testen aan de hand van data
- Hypothese: een empirisch toetsbare voorspelling over samen kunnen voorkomen
met iets, of wat iets veroorzaakt
- Confirmation bias: onderzoekers zoeken alleen bevestigende resultaten
- Confounding: treedt op wanneer er twee of meer onafhankelijke variabelen zijn en
het niet mogelijk is om te weten welke van de twee het effect heeft veroorzaakt
- Interne validiteit: wordt ook wel experimenteel realisme genoemd
- Externe validiteit: wordt ook wel mundane realisme genoemd
- Subject-effect: veel voorkomende bias waarbij deelnemers hun gedrag aanpassen
als reactie op het experiment zelf, in plaats van op de daadwerkelijke manipulatie
- Demand characteristics: deelnemers gaan proberen het doel van het onderzoek te
achterhalen en hun gedrag hierop afstemmen
- Experimenter-effect: onderzoekers beïnvloeden onbewust de resultaten
- Double-blind design: noch de deelnemers noch de onderzoekers weten welke
conditie er wordt toegepast
- Archiefonderzoek: wordt gebruik gemaakt van de data die al verzameld is door
anderen
- Meta theorie: een verzameling van gerelateerde concepten en principes over of een
theorie geschikt is
- Reductionisme: de verklaring van een fenomeen op een lager niveau van analyse
→ Probleem: de originele wetenschappelijke vraag kan gemakkelijk onbeantwoord
blijven
- Positivisme: het niet-kritisch accepteren van een wetenschappelijke methode, met
het idee dat de wetenschappelijke methode de enige goede manier is om kennis te
vergaren
- Volkerenpsychologie: ontstond in 1860, bestudeerden het collectieve verstand
→ Werd dominant tijdens het bestuderen van sociaal gedrag
Hoorcollege 2 - Sociale cognitie, sociaal denken, attributie en
sociale verklaringen
Sociale cognitie: alle cognitieve processen en structuren die invloed hebben op en
beïnvloed worden door sociaal gedrag.
- Hoe we sociale informatie verwerken
- Sociale informatie: relaties tussen personen, emoties, gedrag etc.
4
Hoorcollege 1 - Introductie
1. Organisatie cursus
- Tentamen 9 maart
● Inhoud boek
● Inhoud colleges
- MC + korte antwoord open vragen
- Doel: overzicht van sociale en cross-culturele psychologie
2. Wat is sociale psychologie?
- Sociale cognities, verwachtingen
- Een persoon moet iets doen: beïnvloed door perceptie of anderen ingrijpen
- Individu in sociale context - de rol van sociale invloed
- Bystanders effect: ‘The lack of response may lie more in the bystander’s response to
other observers than in indifference to the victim’
Definitie en onderscheid van andere disciplines
De wetenschappelijke studie van de manieren waarop de gedachten. gevoelens en
gedragingen van mensen beïnvloed worden door de echte of ingebeelde aanwezigheid van
andere mensen.
- Sociaal cognitieve processen
- Sociale relaties tussen mensen
- Je kan ook beïnvloed worden door anderen zonder dat die mensen aanwezig zijn →
normen, sociale wenselijkheid etc.
Sociaal psychologische vragen:
- Gaan over alles dat beïnvloedt wordt door sociale interacties
- Wordt vooral gekeken naar gemiddelde volwassen personen, niet perse kinderen
- Stereotypes
Sociale psychologische en gerelateerde gebieden binnen Psychologie:
- Omgevingspsychologie
- Arbeids en organisatie Psychologie
- Consumenten en economische Psychologie
- Cognitieve Psychologie
- Ontwikkelingspsychologie
- Klinische psychologie
Sociale psychologische en gerelateerde gebieden buiten Psychologie:
- Sociologie
- Politicologie
- Economie
- Antropologie
1
, - Communicatiewetenschappen
- Pedagogiek
- Sociale geografie
- Filosofie
Invloedrijke theoretische perspectieven
- Behaviorism: kosten en opbrengsten
- Cognitieve perspectief: sociale cognitie
- Neuroscience/biochemie: neuro- en biochemische basis
- Evolutionaire psychologie: aanpassen/overleven
- Persoonlijkheid en individuele verschillen
- Groepsprocessen/het collectief
Noot: sociaal psychologische theorieën kunnen meerdere perspectieven bevatten
Typische methodologische benaderingen
Sociale psychologie als een wetenschap:
- Empirisch verkregen bewijs/ data
- Transparante, betrouwbare en valide methoden
- Ethische regels voor onderzoek
Onderzoeksmethoden in sociale psychologie
Meestal:
- Experimenten
● Laboratoriumexperimenten
● Veldexperimenten
● Online experimenten
- Survey studies
Maar ook:
- Kwalitatief onderzoek
- Veldstudies (systematische organisaties)
Voorbeelden van onderzoek
- De invloed van sociaal economische status (SES) op maatschappelijk ongenoegen:
survey en experiment
- Op welke manieren protesteren Groningers online en offline tegen (de gevolgen van)
gaswinning
Korte geschiedenis Sociale Psychologie
- Voorloper: Völkerpsychologie: collectieve mind
- Later: Group mind (LeBon, 1896; McDougall, 1920)
- Nog later: Asch (1951) individu in context van groepsrelaties → Meer zoals we het nu
kennen
- 1924 Floyd Allport: Experimentele sociale psychologie
Kurt Lewin (jaren 40): fundamentele grondbeginselen van de sociale psychologie:
1. Gedrag wordt bepaald door hoe we de wereld om ons heen waarnemen en
interpreteren
2. Gedrag is afhankelijk van de persoon en de omgeving
2
, 3. Sociaal Psychologische theorieën kunnen worden toegepast voor de oplossing van
maatschappelijke problemen
Europese Sociale Psychologie
- Start Sociale Psychologie eind 19e eeuw: Europa
- Vanaf begin 20e eeuw: VS
● Gevlucht uit Europa vanwege facisme (eg. Kurt Lewin)
- Na WO II wederopbouw Europese Sociale Psychologie
● Onderzoeken wat er is gebeurd tijdens WOII
- 1960: Europese Sociale Psychologie onafhankelijk
● Focus op intergroepsrelaties en groepen
● 1966: European Association of (Experimental) Social psychology
- Nu: meer globaal, diverser
● Eg. veel onderzoek in China
3. Wat is cultuur en wat is cross-culturele psychologie
Wat is cultuur?
Verschillende aspecten van leefomgeving en gedrag:
- Patronen in ons sociaal gedrag
- Onze gewoontes en tradities
- Sociale normen en regels
- De manier waarop onze samenleving is georganiseerd
“Culture as a group of individuals who acquire shared ideas, beliefs, technology, habits, or
practices through learning from others
Waar komt cultuur ‘vandaan’?
- Ecologische context
● Klimaat, landschap
● Eg. in landen met een heel afwisselend klimaat zijn mensen
creatiever/innovatiever omdat ze zich daar meer op moeten aanpassen →
Bepaalt de cultuur
- Instellingen
● Landbouw, jacht, mijnbouw
- Maatschappelijke praktijken
● Familiestructuren, intergroepsrelaties
- Socialisatieprocessen
● Opvoeding, scholing, socialisatie op werk
- Psychologische uitkomsten
● Waarden, overtuigingen, gedrag
Wat is (cross-)culturele psychologie?
- Sociale psychologie: sociaal gedrag van ‘mensen’
● Japan = Europa → welk gedrag blijft er over als je de culturele aspecten
weghaalt
- Culturele psychologie: invloed van cultuur op sociaal-psychologische processen
● Invloed van de Japanse cultuur op het zelfbeeld
● Wat doet cultuur?
- Cross-culturele psychologie: verschillen tussen culturen
3
, ● Europa is niet Japan
● Er zijn daadwerkelijke verschillen tussen culturen
(Vak gaat vooral over sociale psychologie)
4. Aanvullende aantekeningen boek H1
- Wetenschap: een methode voor het bestuderen van de natuur waarbij gegevens
worden verzameld om hypotheses en theorieën te testen aan de hand van data
- Hypothese: een empirisch toetsbare voorspelling over samen kunnen voorkomen
met iets, of wat iets veroorzaakt
- Confirmation bias: onderzoekers zoeken alleen bevestigende resultaten
- Confounding: treedt op wanneer er twee of meer onafhankelijke variabelen zijn en
het niet mogelijk is om te weten welke van de twee het effect heeft veroorzaakt
- Interne validiteit: wordt ook wel experimenteel realisme genoemd
- Externe validiteit: wordt ook wel mundane realisme genoemd
- Subject-effect: veel voorkomende bias waarbij deelnemers hun gedrag aanpassen
als reactie op het experiment zelf, in plaats van op de daadwerkelijke manipulatie
- Demand characteristics: deelnemers gaan proberen het doel van het onderzoek te
achterhalen en hun gedrag hierop afstemmen
- Experimenter-effect: onderzoekers beïnvloeden onbewust de resultaten
- Double-blind design: noch de deelnemers noch de onderzoekers weten welke
conditie er wordt toegepast
- Archiefonderzoek: wordt gebruik gemaakt van de data die al verzameld is door
anderen
- Meta theorie: een verzameling van gerelateerde concepten en principes over of een
theorie geschikt is
- Reductionisme: de verklaring van een fenomeen op een lager niveau van analyse
→ Probleem: de originele wetenschappelijke vraag kan gemakkelijk onbeantwoord
blijven
- Positivisme: het niet-kritisch accepteren van een wetenschappelijke methode, met
het idee dat de wetenschappelijke methode de enige goede manier is om kennis te
vergaren
- Volkerenpsychologie: ontstond in 1860, bestudeerden het collectieve verstand
→ Werd dominant tijdens het bestuderen van sociaal gedrag
Hoorcollege 2 - Sociale cognitie, sociaal denken, attributie en
sociale verklaringen
Sociale cognitie: alle cognitieve processen en structuren die invloed hebben op en
beïnvloed worden door sociaal gedrag.
- Hoe we sociale informatie verwerken
- Sociale informatie: relaties tussen personen, emoties, gedrag etc.
4