klinische praktijk
PM 0812
,Thema 1
Hoofdstuk 15: Generalistisch handelen
15.1 Optelsom van professionalisering
In het optelsom model van professionalisering beschikt een generalist over basale kennis die toegepast kan worden
op veel terreinen, het is vooral een specialist in opleiding. Vaak spelen ze een rol aan het begin van de zorgcyclus en
werken ze met welomschreven, eenduidige problemen. In dit optelmodel zit een zeker waarde oordeel.
15.2 Complementair model van professionalisering
Echter de grootste expert blijkt uit onderzoek niet altijd de beste probleemoplosser, onderzoek laat zelfs zien dat met
meer ervaring de e ectiviteit iets achteruit gaat. Volgens Boshuizen zorgt de optelsom niet tot meer en beter maar tot
‘anders’.
Het complementair model ziet de generalist als breedtespecialist en de specialist als dieptespecialist. Ook hier zit
een organisatorische plaatsbepaling met de generalist aan de voorkant. Het verschil in de twee modellen zit hem met
name in het waardeoordeel.
15.3 Taken en rollen van de psycholoog-generalist
De algemene gezondheidszorg in Nederland is gebaseerd op het complementaire model, met de huisarts als breedte
expert. Ook geld dit in het beroepengebouw van de gz psycholoog, met de gz-psycholoog als generalist en de
klinisch psycholoog als specialist.
De psycholoog-generalist is als ware een regisseur die de client helpt zijn rol weer op te pakken. Een vaak gebruikt
werkmodel is het KOP-model (klachten, omstandigheden en persoonlijke stijl), hiermee worden de problemen van de
client in context geplaats. Het KLOP model voegt ‘lijf’ toe als aparte factor.
Bij de eerste stap, de diagnostiek, is het kenmerkend voor de generalist om deze in de context te plaatsen.
Bijvoorbeeld het huiselijke of werkleven van de cliënt. Het gaat bij het zoeken naar een verklaring van de problemen
niet om objectiviteit of volledigheid maar een passende verklaring -> acceptabel voor de client en aanzettend tot
actie. De client is probleemeigenaar.
De tweede stap, de indicatiestelling, sluit hierop aan, samen kijken naar de best passende oplossing, niet langer naar
achter kijken maar naar voren. Doelen worden opgesteld en gekeken word naar welke interventie nodig is. Een kernel
is een beperkte verzameling e ectief bewezen minimale interventies. De client is de oplossingseigenaar, hij weet wat
hij moet doen om het probleem op te lossen en is gemotiveerd om dit te doen.
De derde stap is het uitvoeren van de interventies. Hierin verschilt de generalist niet erg van de specialist. Het gaat
niet perse om genezen, maar de client helpen het handelingsrepertoire uit te breiden. De client is de
uitvoeringseigenaar.
Bij de vierde stap, processturing en voortgangsbewaking, wordt vaak gebruik gemaakt van routine outcome
monitoring (ROM), bijvoorbeeld met de OQ-45, ORS of de SRS. De client is de evaluatie en proceseigenaar.
Kenmerkend voor het generalistische breedteperspectief is dat de client probleemeigenaar wordt en zelf de sleutel
tot verandering in handen heeft. De specialist komt in beeld als het de client niet lukt zelf de problemen aan te
pakken.
Een verschil tussen de generalist en de specialist zit hem in de complexiteit van het probleem, dit is subjectief. Een
simpele de nitie is hoe veel tijd iemand nodig heeft om iets te begrijpen en te veranderen.
Hoofdstuk 1: De gezondheidszorgpsycholoog: een beroep in ontwikkeling
1.1 Psychologen en pedagogen in de gezondheidszorg tot 1998
1896 wordt beschouw als het geboortejaar van de klinische psychologie, de Amerikaanse psycholoog Lightner
Witmer opende de eerste ‘psychological clinic’ in Philadelphia.
In Nederland wordt psychologie pas in 1941 een zelfstandige studie. In het begin bestaat het werk met name uit
diagnostisch onderzoek in opdracht van de psychiater. Er kwam een beweging voor de geestelijke gezondheidszorg,
vergelijkbaar met de Amerikaanse 'mental health movement', waarna er verschillende nieuwe
hulpverleningsinstellingen ontstonden. In de jaren 60 en 70 kwam er in de maatschappij meer nadruk op
individualiteit, welzijn en zelfontplooiing. Vanaf de jaren 70 is men in de klinische psychologie bezig met
beroepsvorming en professionalisering.
1.2 Beroepsvorming en professionalisering
fi ff ff
, 1.2.1 De psycholoog
In 1938 wordt de voorloper van de NIP, de Nederlandsch instituut voor Praktiserend Psychologen (NIPP) opgericht.
Het doel is een wettelijke erkenning te krijgen zoals bij artsen het geval is. In 1977 wordt de term psycholoog wettelijk
beschermt, echter wordt dit in 1988 weer afgeschaft, iedereen mag zich dus psycholoog noemen.
1.2.2 De psychotherapeut
Psychotherapie bestaat veel langer dan de toegepaste psychologie en is in eerste instantie een medische
aangelegenheid. Zo mogen ook alleen medici lid worden van de Neerlandse Vereniging Psychotherapie, dit
veranderd in 1967. Vooruitlopend op de BIG wordt een kwali catieregeling ontwikkeld en een nieuwe postdoctorale
opleiding bij zogenaamde Regionale Instituten voor Nascholing en opleiding in de ggz (RINO’s).
1.2.3 De klinisch psycholoog
Vanuit de psychologen die werkzaam zijn in de psychiatrie komt het initiatief om een nieuwe specialistische opleiding
te creëren voor de klinischpsycholoog, om te voorkomen dat de psycholoog een hulpkracht van de psychiater wordt.
1.3 De wet BIG en de introductie van de gz-psycholoog
De wet uitoefening geneeskunst uit 1865 was tot ver in de 20ste eeuw leidend. In 1993 werd deze vervangen door de
wet BIG (Beroepen in Individuele Gezondheidszorg). Gz-psycholoog is hierin een artikel 3 beroep en uitgebreid
gereguleerd, hiervoor geld:
1. Wettelijke registratie in het BIG register.
2. Titelbescherming
3. Wettelijk voorgeschreven opleidingseisen
4. Periodieke registratie (herregistratie)
5. Wettelijk tuchtrecht
6. Voorbehouden handelingen. Handelingen die alleen door geregistreerde beroepsbeoefenaars mogen worden
uitgevoerd. Dit geld niet voor de gz-psycholoog.
Aanvankelijk staat klinisch psycholoog in het register, maar men vindt de opleiding te lang en daarom wordt hij
vervangen door de gz-psycholoog. De klinisch psycholoog wordt een specialisme van de gz psycholoog.
Het verschil tussen de psychotherapeut en de gz-psycholoog zit hem in een breder deskundigheidsgebied, waar ook
diagnostiek, indicatiestelling en overige taken onder vallen.
1.4 Van papieren beroep tot bloeiende professie: de gz-psycholoog van 1998 tot 2020
Inmiddels is van de 20000 big geregistreerde professionals, 3/4 gz-psycholoog. Dit zijn voornamelijk vrouwen, en
vaak relatief jong. De GGZ blijft het belangrijkste werkveld.
In eerste instantie moest een GZ psycholoog in de specialistische GGZ onder supervisie van een psychiater, klinisch
psycholoog of psychotherapeut handelen. Dit veranderde in 2017 met de introductie van de regiebehandelaar. Een
GZ psycholoog kan dit zijn, mits er een specialist bij betrokken is.
In de jeugdzorg is de gz-psycholoog niet vaak werkzaam.
1.5 Tot slot
De wettelijke regeling van het beroep heeft de positie van psychologen en pedagogen op drie manieren versterkt:
1. Verhoging van de opleidingsstandaard
2. Emancipatie ten opzichte van artsen en psychiaters
3. Een duidelijk gezicht van gz-psycholoog in de gezondheidszorg.
Het onderscheidt tussen de gz-psycholoog, psychotherapeut en klinisch psycholoog blijft echter lastig. Ook de
verhouding van BIG registratie met allerlei andere verenigingsregistraties (gedragstherapeut etc.) is lastig. Ook zijn er
veel minder opleidingsplaatsen dan afgestudeerde master studenten.
De FGzPt is het overkoepelende orgaan voor drie psychologische beroepen die onder de wet BIG vallen. Er vallen
twee basis beroepen onder de BIG (gz-psycholoog, circa 15000 en Psychotherapeut, circa 7000
beroepsbeoefenaars). En twee specialismen (klinisch psycholoog, circa 2000 en
klinisch neuropsycholoog, circa 150).
De vier hoofdtaken van de FGzPt zijn: Opleiding, erkenning, registratie en toezicht. Het College specialismen
gezondheidszorgpsychologen en psychotherapeuten houdt zich bezig met de eerste twee taken en de Commissie
registratie en toezicht met de derde en vierde taak. De opleidingsraad adviseert het College specialismen
gezondheidszorgpsychologen en psychotherapeuten en de Commissie registratie en toezicht. Het NIP, de
Nederlandse vereniging voor pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) en de Nederlandse Vereniging voor
Psychotherapie (NVP) zijn lid van de FGzPT.
fi