Leerdoelen:
Nadat je de cursus hebt bestudeerd, kun je
de doelstellingen en onderwerpen van de discipline
gezondheidspsychologie beschrijven, evenals de relatie tussen
gezondheidspsychologie en andere disciplines
de fysiologie van het menselijk lichaam beschrijven
aangeven op welke manier de interventiecyclus toepasbaar is in
relevante terreinen voor de gezondheidspsychologie
de diverse aspecten van de verschijnselen stress en coping
beschrijven
de omvang van en risicofactoren voor de belangrijkste chronische
aandoeningen beschrijven
de diverse aspecten van leefstijl, gezondheidsbelemmerende en -
bevorderende gedragingen en verslavingen omschrijven
de psychologische aspecten van (omgaan met) ziekte, het gebruik
van medische voorzieningen en de problematiek van
patiëntcommunicatie beschrijven
de diverse aspecten van het fenomeen pijn omschrijven
de diverse aspecten van chronische en levensbedreigende ziekten
omschrijven
de inhoud van het veld van de gezondheidspsychologie omschrijven.
,Hoofdstuk 1
Illness/wellness continuüm:
Gezondheid = een positieve fysieke, mentale en sociale staat, niet
simpelweg de afwezigheid van ziekte, die varieert over te tijd van een
continuüm.
Gezondheidspsychologie bestaat sinds 1978.
Chronische ziekte = Ziekte die zich vaak over lange periode uitstrekt.
Ziekte is vaak al lange tijd aanwezig voordat deze zich klinisch openbaart.
Humoren theorie van hippocrates = theorie van hippocrates die beweert
dat als de 4 lichaamssappen, door hem genoemd humoren, in balans zijn,
dat het lichaam dan gezond is.
Theorie van Plato = theorie die zegt dat het lichaam en geest aparte
entiteiten zijn.
Lichaam-geestprobleem = De kwestie hoe lichaam en geest samenhangen
Biomedisch model = Dat ziekte en gezondheid (uitsluitend) een gevolg zijn
van fysiologische processen, veroorzaakt door verwonding, biochemische
disbalans en/of bacteriële/virale-infecties.
Onderszoekers hebben bewijs gevonden van de link tussen
persoonlijkheidseigenschappen en de gezondheid:
- Mensen met een laag niveau gewetensvolheid hebben meer kans
om vroegtijdig te ovelijden aan hart- en vaatziekten dan mensen
met een hoog niveau gewetensvolheid.
- Mensen met veel positieve emoties leven langer dan mensen met
weinig positieve emoties.
- Mensen met veel angst, depressie, pessimisme en vijandigheid leven
korter dan mensen die dat weinig ervaren, ook hebben mensen met
veel van deze gevoelens meer kans op het ontwikkelen van ziekten
waaronder voornamelijk hartziekten.
,Sigmund Freud stelde dat de reden dat sommige patienten fysieke
klachten hadden zonder verklaarbare organische orzaak, omdat deze
voorkwamen uit onbewuste emotionele conflicten. Hij noemde dit
Conversion Hysteria.
Glove anesthesia verwijst volgens Freud naar een psychisch fenomeen
waarbij iemand geen gevoel heeft in de hand alsof hij een handschoen
draagt, maar de arm erboven normaal aanvoelt. Het is een voorbeeld van
een hysterische of conversiestoornis, waarbij lichamelijke klachten
voortkomen uit psychische spanning, niet uit een neurologische
beschadiging.
Psychosomatische geneeskunde = vakgebied wat gevormd is in de 1930e
jaren en bestudeert hoe psychische factoren (stress, emoties, gedachten)
lichamelijke klachten of ziekten kunnen veroorzaken of beïnvloeden.
Gedragsgeneeskunde = vakgebied wat gevormd is in de 1970e jaren en
bestudeerd de rol van psychologie in ziekte. Dit vakgebied heeft 2
kenmerken:
- Interdisciplinair, het is ontstaan uit meerdere vakgebieden
waaronder psychologie, sociologie en andere geneeskundige
vakgebieden.
- Het is voortgekomen uit een perspectief binnen de psychologie dat
behaviorisme wordt genoemd, dat stelde dat mensen op 2 manieren
leren:
o Klassieke conditionering: leren door associatie tussen twee
prikkels. Bijvoorbeeld: een bel (neutrale prikkel) wordt
gekoppeld aan voedsel (onvoorwaardelijke prikkel), waardoor
de hond gaat kwijlen bij de bel alleen. → Stimulus → Respons.
Onvoorwaardelijke stimulus (OS/US): prikkel die
automatisch een reactie oproept zonder leren (bijv.
voedsel).
Onvoorwaardelijke respons (OR/UR): automatische
reactie op de onvoorwaardelijke stimulus (bijv. kwijlen bij
voedsel).
Neutrale stimulus (NS): prikkel die eerst geen reactie
oproept (bijv. bel).
Geconditioneerde stimulus (CS): neutrale stimulus die,
na koppeling met de OS, een reactie oproept (bijv. bel).
Geconditioneerde respons (CR): reactie op de
geconditioneerde stimulus (bijv. kwijlen bij bel).
o Operante conditionering: leren door gevolgen van gedrag
(beloning of straf). Bijvoorbeeld: een rat drukt op een hendel
en krijgt voedsel → gedrag wordt versterkt. → Gedrag →
Gevolg.
Bekrachtiger (reinforcer): iets dat gedrag versterkt.
o Positieve bekrachtiger: iets aangenaams
toevoegen (bijv. snoep na goed gedrag).
, o Negatieve bekrachtiger: iets onaangenaams
weghalen (bijv. alarm uitzetten door op knop te
drukken).
Straffen (punisher): iets dat gedrag vermindert.
o Positieve straf: iets onaangenaams toevoegen
(bijv. extra taak bij verkeerd gedrag).
o Negatieve straf: iets aangenaams weghalen
(bijv. geen schermtijd bij slecht gedrag).
Biofeedback = methode waarbij iemands physiologische processen, zoals
bijv. bloeddruk, worden gemonitord bij diegene zodat hij of zij de bewuste
controle erover krijgt. Dit proces bevat operante conditionering.
4 doelstellingen van de gezondheidspsychologie:
- Gezondheidsbevordering en handhaving van de gezondheid
- Preventie van ziekte, behandeling van ziekte en ‘goed’ omgaan met
ziekte
- Identificatie van oorzaken en diagnostische factoren van
gezondheid, ziekte en gerelateerde disfunctioneren
- Het analyseren en verbeteren van gezondheidszorg en het
gezondheidsbeleid.
Wat zijn de verschillen tussen psychosomatische geneeskunde,
gedragsgeneeskunde en gezondheidspsychologie?
- Psychosomatische geneeskunde focust vooral op medische
disciplines.
- Gedragsgeneeskunde focust op interventies die een gezonde
levensstijl promoten zonder het gebruik van medicijnen en medische
ingrepen.
- Gezondheidspsychologie is gebaseerd op psychologie en richt zich
op klinische, sociale, ontwikkelings- en fysiologische aspecten om de
levensstijl en emotionele processen de leiden tot ziekte te
identificeren en aan te passen en om het herstel te verbeteren van
mensen die ziek zijn.
Biomedisch model + de persoon = biopsychosociaal model
Biopsychosociaal model = (bio + psycho + sociaal) Er is zowel een rol voor
biologische factoren, psychologische factoren als sociale factoren in de
vatbaarheid voor, het ontstaan van de behandeling van, en het omgaan
met ziekte.