Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Arresten

Samenvatting alle arresten incl r.o. voor het tentamen beginselen intellectueel eigendomsrecht

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
16
Geüpload op
03-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Hierin zijn alle arresten besproken namelijk: Overzicht Rechtspraak Beginselen Intellectuele Eigendom Auteursrecht I: Het Werkbegrip (Week 2) Stokke/Fikszo (HR): Behandelt de geldigheidsvraag van een werk (EOK&PS) en de inbreukvraag op basis van de totaalindruk. +2 Endstra Tapes (HR): Definieert het Nederlands werkbegrip; een werk moet een 'Eigen Oorspronkelijk Karakter' hebben en het 'Persoonlijk Stempel' van de maker dragen. +2 Heksn’kaas (HvJ EU): Introduceert de afbakeningstoets; een werk moet voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar zijn (smaak voldoet hier niet aan). +1 Cofemel/G-Star (HvJ EU): Verduidelijkt dat voor een 'werk' geen esthetische eisen mogen worden gesteld, enkel de eis van een intellectuele schepping (EIS). Brompton Bicycle (HvJ EU): Behandelt de grens tussen auteursrecht en techniek; een technisch noodzakelijke vorm is uitgesloten als er geen ruimte was voor creatieve keuzes. +1 Auteursrecht II: Rechten & Beperkingen (Week 3) Jelles/Zwolle (HR): Behandelt persoonlijkheidsrechten; de totale vernietiging van een bouwwerk wordt niet gezien als een aantasting/verminking in de zin van art. 25 Aw. Deckmyn (HvJ EU): Geeft de criteria voor een parodie: nabootsing met duidelijke verschillen en het moet aan humor doen of de spot drijven. +1 GS Media (HvJ EU): Bepaalt dat het hyperlinken naar illegale content een 'mededeling aan het publiek' vormt, waarbij de rol van winstoogmerk en kennis relevant is. +4 Renckhoff (HvJ EU): Het opnieuw uploaden van een foto op een andere website (zelfs met bronvermelding) is een mededeling aan een 'nieuw publiek' en vereist toestemming. +2 Merkenrecht I: Geldigheid & Absolute Gronden (Week 4) Doublemint (HvJ EG): Een merk wordt geweigerd als het uitsluitend beschrijvend is voor kenmerken van de waar; één potentiële beschrijvende betekenis is genoeg voor weigering. Postkantoor (HvJ EG): Bevestigt dat een combinatie van beschrijvende woorden zelf ook beschrijvend is, tenzij er een merkbaar verschil is in de totaalindruk. Lego (HvJ EU): Vormen die uitsluitend een technische uitkomst bieden, zijn uitgesloten van merkbescherming om monopolies op techniek te voorkomen. Windsurfing Chiemsee (HvJ EG): Behandelt geografische aanduidingen en de 'inburgeringsleer'; een beschrijvend merk kan door intensief gebruik alsnog onderscheidend vermogen krijgen. +2 Merkenrecht II: Inbreuk (Week 5) Puma/Sabel (HvJ EG): De basis voor de sub b-inbreuk; verwarringsgevaar moet globaal worden beoordeeld op basis van de totaalindruk. Enkel associatie is onvoldoende. +2 L’Oréal/Bellure (HvJ EU): Definieert de sub c-inbreuk; bescherming tegen 'meeliften' (parasiteren) op de reputatie van een bekend merk, ook zonder verwarringsgevaar. +3 Ferrero (HvJ EU): Verduidelijkt dat voor zowel sub b als sub c de tekens eerst overeenstemmend moeten zijn; de beoordeling van die overeenstemming is voor beide gelijk. +2 Equivalenza (HvJ EU): Legt uit dat verwarringsgevaar in twee stappen wordt beoordeeld en dat visuele/auditieve gelijkenis kan worden geneutraliseerd door begripsmatige verschillen. +2 Gillette (HvJ EG): Behandelt de beperking op het merkrecht; het gebruik van een andermans merk is toegestaan als dit noodzakelijk is om de bestemming (bijv. accessoire) aan te duiden, mits 'eerlijk gebruik'

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

ECLI:NL:HR:2008:BC2153 Endstra
4.5.1 Het hof heeft aldus terecht de beide elementen van de aan te leggen maatstaf onderscheiden: dat het voortbrengsel een
eigen, oorspronkelijk karakter moet bezitten, houdt, kort gezegd, in dat de vorm niet ontleend mag zijn aan die van een
ander werk (vgl. art. 13 Aw). De eis dat het voortbrengsel het persoonlijk stempel van de maker moet dragen betekent dat
sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die
aldus voortbrengsel is van de menselijke geest. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of
triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt te aan te wijzen.


ECLI:NL:HR:2013:BY1532 Stokke/Fiskma
4. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
4.1 Zowel het middel in het principale beroep als het middel in het incidentele beroep richten klachten tegen hetgeen het hof in
zijn tussenarrest heeft geoordeeld met betrekking tot de beschermingsomvang van de Tripp Trapp en de toetsing aan het
totaalindrukkencriterium.
4.2 Bij de beoordeling van deze klachten wordt het volgende vooropgesteld.
(a) Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, is vereist dat het desbetreffende werk een eigen,
oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt (vgl. HR 30 mei 2008, LJN BC2153, NJ
2008/556 ([[E]])). Het HvJEU heeft de maatstaf aldus geformuleerd dat het moet gaan om "een eigen intellectuele schepping van
de auteur van het werk" (HvJEU 16 juli 2009, nr. C-5/08, LJN BJ3749, NJ 2011/288 (Infopaq I)).
(b) Deze maatstaf geldt evenzeer indien het een gebruiksvoorwerp betreft (vgl. BenGH 22 mei 1987, nr. A 85/3, LJN AK1803,
NJ 1987/881 en HR 15 januari 1988, LJN AG5738, NJ 1988/376 (Screenoprints)). Aanleiding voor de veronderstelling dat zulks
naar Europees recht anders zou zijn, is er niet.
(c) Dit werkbegrip vindt haar begrenzing waar het eigen, oorspronkelijk karakter enkel datgene betreft wat noodzakelijk is voor
het verkrijgen van een technisch effect. Elementen van het werk die louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn
van een door technische uitgangspunten beperkte keuze, zijn van bescherming uitgesloten (vgl. HvJEU 22 december 2010, nr. C-
393/09, LJN BP0405, NJ 2011/289 (BSA) en HR 16 juni 2006, LJN AU8940, NJ 2006/585 (Kecofa/Lancôme)).
Daarbij verdient opmerking dat deze uitsluiting van auteursrechtelijke bescherming zich niet uitstrekt tot alle elementen die een
technische functie bezitten: daarmee zou de industriële vormgeving ten onrechte buiten het bereik van het auteursrecht geplaatst
worden.
(d) Het feit dat het werk voldoet aan technische en functionele eisen laat onverlet dat de ontwerpmarges of
keuzemogelijkheden zodanig kunnen zijn dat voldoende ruimte bestaat voor creatieve keuzes van de maker die
een werk in auteursrechtelijke zin kunnen opleveren (vgl. HR 8 september 2006, LJN AX3171, NJ 2006/493
(Slotermeervilla's)).
(e) Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk op een auteursrecht op een gebruiksvoorwerp dient beoordeeld
te worden in welke mate de totaalindrukken van het beweerdelijk inbreuk makende werk en het beweerdelijk bewerkte of
nagebootste werk overeenstemmen.
De auteursrechtelijk beschermde trekken of elementen van laatstbedoeld werk zijn daarbij bepalend, met dien verstande dat ook
een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen, een (oorspronkelijk) werk kan zijn in de zin van
de Auteurswet, mits die selectie het persoonlijk stempel van de maker draagt. Bij de vergelijking van de totaalindrukken dienen
dus ook onbeschermde elementen in aanmerking te worden genomen, voor zover de combinatie van al deze elementen in het
beweerdelijk nagebootste werk aan de "werktoets" beantwoordt. Voorts geldt dat de enkele omstandigheid dat het werk of
bepaalde elementen daarvan, passen binnen een bepaalde mode, stijl of trend niet betekent dat het werk of deze elementen zonder
meer onbeschermd zijn. Onderzocht moet worden of de vormgeving van de (combinatie van de) verschillende elementen zodanig
is dat aangenomen kan worden dat met het ontwerp door de maker op een voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de
vigerende stijl, trend of mode (HR 29 december 1995, LJN ZC1942, NJ 1996/546 (Decaux/Mediamax)).

,ARREST VAN HET HOF (Grote kamer) Heks’nkaas

40 Bijgevolg impliceert het begrip „werk” als bedoeld in richtlijn 2001/29
noodzakelijkerwijs een uitdrukkingsvorm van het voorwerp van de
auteursrechtelijke bescherming waardoor dit voorwerp voldoende nauwkeurig en
objectief kan worden geïdentificeerd, ook al hoeft deze uitdrukkingsvorm niet per
se permanent te zijn.

42 De smaak van een voedingsmiddel kan echter niet nauwkeurig en objectief
worden uitgedrukt. In tegenstelling tot wat bijvoorbeeld geldt voor een letterkundig
werk, een schilderij, een film of een muziekstuk, dat een nauwkeurige en objectieve
uitdrukkingsvorm is, berust de identificatie van de smaak van een voedingsmiddel
immers hoofdzakelijk op smaakbeleving en smaakervaring, die subjectief en
variabel zijn, aangezien zij met name afhankelijk zijn van factoren die eigen zijn aan
de persoon die het betrokken product proeft, zoals diens leeftijd,
voedselvoorkeuren en consumptiegewoonten, alsmede van de omgeving en de
context waarin het product wordt geproefd.

43 Bovendien is het bij de huidige stand van de ontwikkeling van de wetenschap
niet mogelijk om met technische middelen de smaak van een voedingsmiddel
nauwkeurig en objectief te identificeren, waardoor die smaak kan worden
onderscheiden van de smaak van andere producten van dezelfde aard.


ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) Cofomel

30 Wat dit eerste element betreft, volgt uit vaste rechtspraak van het Hof dat het,
om een voorwerp als oorspronkelijk te kunnen beschouwen, zowel noodzakelijk als
voldoende is dat dit voorwerp een intellectuele schepping van de auteur is die de
persoonlijkheid van deze laatste weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije
creatieve keuzen van die auteur bij de totstandkoming ervan (zie in die zin arresten
van 1 december 2011, Painer, C-145/10, EU:C:2011:798, punten 88, 89 en 94, en
7 augustus 2018, Renckhoff, C-161/17, EU:C:2018:634, punt 14).

53 Dienaangaande moet om te beginnen worden opgemerkt, enerzijds, dat,
zoals volgt uit de gebruikelijke betekenis van het begrip „esthetiek”, het esthetisch
effect dat door een model kan worden opgewekt het resultaat is van een intrinsiek
subjectieve sensatie van schoonheid die wordt ervaren door elke persoon die
ernaar kijkt. Bijgevolg maakt dit subjectieve effect het op zichzelf niet mogelijk om
te concluderen dat er sprake is van een met voldoende nauwkeurigheid en

, objectiviteit identificeerbaar voorwerp in de zin van de in de punten 32 tot en met
34 van dit arrest genoemde rechtspraak.

54 Anderzijds is het inderdaad zo dat esthetische overwegingen deel uitmaken
van de creatieve activiteit. Het feit dat een model een esthetisch effect opwekt,
maakt het echter op zich niet mogelijk om vast te stellen of het een intellectuele
schepping is die de keuzevrijheid en de persoonlijkheid van de auteur ervan
weerspiegelt en dus voldoet aan het in de punten 30 en 31 van dit arrest genoemde
vereiste van oorspronkelijkheid.

55 Hieruit volgt dat de omstandigheid dat modellen als de in het hoofdgeding
aan de orde zijnde kledingmodellen, afgezien van het utilitaire doel dat ze
nastreven, een eigen, vanuit esthetisch oogpunt opvallend visueel effect opwekken,
niet van dien aard is dat zij als „werken” in de zin van richtlijn 2001/29 kunnen
worden aangemerkt.

56 Gelet op het voorgaande moet op de eerste vraag worden geantwoord dat
artikel 2, onder a), van richtlijn 2001/29 aldus moet worden uitgelegd dat het in de
weg staat aan een nationale wettelijke regeling die aan modellen zoals de in het
hoofdgeding aan de orde zijnde kledingmodellen auteursrechtelijke bescherming
verleent op grond dat zij, afgezien van het utilitaire doel dat ze nastreven, een
eigen, vanuit esthetisch oogpunt opvallend visueel effect opwekken.

Documentinformatie

Geüpload op
3 april 2026
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2025/2026
Type
Arresten

Onderwerpen

  • arresten
  • week 2
€8,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
woutertoonen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
woutertoonen Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
2 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen