Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Inleiding strafrecht - samenvatting, 7.5 mee behaald!

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
57
Geüpload op
06-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting Inleiding staats- en bestuursrecht. Bevat alle stukken uit de hoorcolleges, kennisclips, werkgroepen, en literatuur! Volledige samenvatting met voorbeelden en uitgebreide uitleg in 57 pagina’s lang Met deze samenvatting heb ik het vak mooi afgerond met een 7.5!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding Strafrecht aantekeningen
Indira van Tilburg blok 2


Week 1:
Wanneer het OM besluit de verdachte te vervolgen, dan gaat de strafrechter op grond van de
tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting tot een oordeel te
komen. Nadat het onderzoek ter terechtzitting is afgesloten, trekken de rechters zich terug en
beraadslagen zij over het vonnis (wat er met de verdachte moet gebeuren).
→ dit doen zij door de formele vragen van art. 348 Sv en de materiele vragen van art. 350 Sv na te
gaan. zo zit er ook structuur in het vonnis zelf

Bij de Formele vragen van art 348 Sv gaat de rechter na of;
1. de dagvaarding geldig is
2. of de rechter zelf bevoegd is om kennis te nemen van de zaak
3. of de OvJ ontvankelijk is
4. of er geen redenen zijn tot schorsing van de vervolging
→ Als aan deze vragen is voldaan, zal de rechter de vier materiële vragen van art. 350 Sv nagaan.

Doelen van het publiekstrafrecht:
- het voorkomen van eigenrichting; men neemt het recht in eigen handen en probeert strafbare
gedragingen buiten de kanalen van het rechtssysteem op te lossen.

Burgers kunnen elkaar niet dagvaarden voor gepleegde strafbare feiten. De enige die een
verdachte voor de (straf)rechter kan brengen is de officier van justitie; hij vertegenwoordigt het
orgaan dat is belast met de vervolging van verdachten, namelijk het openbaar ministerie (zie
art. 124 Wet Ro)

Doelen van het opleggen van een straf:
1). Vergelding: Dit aspect kan zorgen voor een morele genoegdoening: de dader heeft kwaad
afgeroepen over de samenleving en daarom roept de samenleving kwaad af over hem. Een soort
wraak.
2). Preventie: dit kun je onderverdelen in;
-speciale preventie: gaat ervan uit dat mensen die al eens in aanraking zijn geweest met het
strafrecht twee keer nadenken voordat zij nog eens de mist in gaan. In aanraking komen met het
strafrecht is immers niet prettig, en dat onprettige gevoel wil men hoogstwaarschijnlijk niet nog
eens meemaken.
-generale preventie: Andere burgers zien de nadelige gevolgen die het strafrecht heeft voor
misdadigers, waardoor deze brave burgers zelf zullen proberen om geen strafrechtelijke
bepaling te overtreden.

De rechtsgebieden van het strafrecht:
1). het materiële strafrecht; bepaalt welk gedrag niet toegestaan is en welke personen
daarvoor kunnen worden gestraft. Het materiële strafrecht ziet op de ‘inhoud’ van het strafrecht.

,Het gaat hierbij om de diverse strafbepalingen (diefstal, moord etc.) maar ook de algemene
leerstukken zoals de strafuitsluitingsgronden of de verschillende vormen van deelneming.
→ vooral in het Wetboek van Strafrecht
2). het formele recht (strafprocesrecht); het geheel van voorschriften dat aangeeft hoe het
(materieel) strafrecht op de concrete feiten moet worden toegepast. Kortom, welke procedure
moet worden gevolgd zodra er een strafbaar feit is gepleegd.
→ vooral in het Wetboek van Strafvordering
3). het sanctierecht; het rechtsgebied dat de inhoud van de strafrechtelijke sancties en hun
wijze van tenuitvoerlegging regelt.

Bronnen van materieel strafrecht:
Art. 107 GW draagt de wetgever op om het strafrecht vast te leggen in wetboeken. In de
wetboeken is het algemene deel van het strafrecht en strafprocesrecht opgenomen.
→ Het strafrecht in wetboeken (zoals Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering)
wordt vaak het commune strafrecht genoemd.
→ Er staan nog vele strafbepalingen in andere wetten, zoals de Wegenverkeerswet en
Opiumwet. Deze wetten worden bijzondere wetten genoemd en vormen samen
het bijzondere strafrecht.
→ je kunt ze ook vinden in gedelegeerde en lagere wetgeving(zoals AMvB’s ministeriele regels en
APV’s), in internationale normen (zoals EU-recht en verdragen) en in de rechtspraak
(jurisprudentie)

Opbouw Sr:
boek I: de algemene leerstukken van materieel strafrecht. Dit worden algemene leerstukken
genoemd omdat ze van toepassing zijn op alle delicten die strafbaar zijn gesteld.
boek II: bevat alleen strafbepalingen, oftewel beschrijvingen van gedrag dat strafbaar is en de
daarbij behorende maximale straf. Hierin staan de misdrijven
boek III: bevat alleen strafbepalingen. Hierin staan de overtredingen
Opbouw Sv:
boek I: staan de belangrijkste bevoegdheden tijdens het opsporingsonderzoek
boek II: is de vervolgingsbeslissing van de officier van justitie geregeld alsmede de procedure
voor berechting door de rechtbank
boek III: rechtsmiddelen, zoals hoger beroep

Strafbaar feit: Een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een wettelijke
delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan zijn schuld te wijten.
→ het begrip bestaat uit vier componenten:
1). Een gedraging (een vorm van handelen of nalaten) onder bepaalde omstandigheden en
eventueel met een bepaald gevolg: Nederland gaat uit van een daadstrafrecht. Dit betekent
dat er sprake moet zijn geweest van een actief optreden of een nalaten om actief op te treden
tegen een strafbare gedraging. Iemand kan aldus niet strafbaar worden gesteld enkel op basis
van een intentie of kwaadaardige gedachte die hij of zij heeft gehad. De rechter moet bewijzen
of de verdachte de gedraging heeft begaan.
2). Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving: is de gedraging ook
daadwerkelijk strafbaar? dit vereiste impliceert het legaliteitsbeginsel. Iemand kan alleen
strafbaar worden gesteld voor het plegen van een strafbaar feit dat in de wet staat. Er is aan dit

,vereiste voldaan zodra alle bestanddelen van de wettelijke delictsomschrijving zijn vervuld. De
OvJ dient deze bestanddelen ook in de tenlastelegging op te nemen.
3). Die wederrechtelijk is: zodra is vastgesteld dat de verdachte een strafbaar feit heeft
gepleegd, hoeft dat nog niet te betekenen dat de verdachte strafbaar kan worden gesteld. De
gedraging moet ook wederrechtelijk zijn. Doorgaans betekent dit dat de gedraging in strijd met
het objectieve recht is. De wederrechtelijkheid wordt verondersteld aanwezig te zijn als alle
bestanddelen van de delictsomschrijving zijn vervuld. Men gaat er dus vanuit dat de
wederrechtelijkheid aanwezig is, tenzij er een indicatie bestaat voor het tegendeel. Er is sprake
van een dergelijke indicatie, indien wordt aangetoond dat sprake is van een
rechtvaardigingsgrond (iets dat de strafbare gedraging rechtvaardigt).
-Het vereiste van wederrechtelijkheid ziet alleen op de gedraging/daad en niet op de
persoon/dader
4). En verwijtbaar is aan de verdachte: Nederland gaat uit van een schuldstrafrecht. Dit houdt
in dat niemand gestraft mag worden zonder dat hij (een bepaalde mate van) schuld heeft. Deze
schuld wordt aangeduid met de term verwijtbaarheid. Verwijtbaarheid is aanwezig wanneer
iemand een reëel gedragsalternatief had. Vraag je bij dit vereiste dus af of de verdachte
redelijkerwijs een andere optie had dan het overtreden van de wet. Net zoals bij
wederrechtelijkheid wordt ook verwijtbaarheid verondersteld aanwezig te zijn. Alleen als iemand
het tegendeel bewijst, wordt dit in twijfel gebracht. Dit kan worden gedaan door aan te tonen dat
sprake is van een schulduitsluitingsgrond. Het vereiste van verwijtbaarheid ziet alleen op de
persoon/dader en niet op de gedraging/daad.

Bestanddelen zijn onderdelen van een delictsomschrijving. Een bestanddeel is dus letterlijk in
de wettekst van de delictsomschrijving te vinden.
→ Hiermee wordt gedoeld op het tweede component van het strafbare feit: de wettelijke
delictsomschrijving.
De delictsbestanddelen zijn op te delen in objectieve en subjectieve delictsbestanddelen;
- Objectieve delictsbestanddelen zien op de objectieve feiten in de delictsomschrijving en zien
dus niet op de geestesgesteldheid van de dader. Zoals; een gedraging, gevolg van een gedraging
(de dood), begeleidende omstandigheden (bijvoorbeeld een goed dat toebehoort aan de ander),
wederrechtelijkheid, bijkomende omstandigheid, Soms kan een bestanddeel ook
geobjectiveerd zijn. Dit is het geval wanneer het bestanddeel wel in de delictsomschrijving staat,
maar de opzet hier niet op gericht is. Bij bijvoorbeeld mishandeling de dood ten gevolg
hebbende is de dood een geobjectiveerd bestanddeel. De (ingeblikte) opzet ziet hier niet op;
- Subjectieve delictsbestanddelen zien juist op de geestesgesteldheid van de dader. Zoals een
schuldbestanddeel (opzet of culpa) of de kwaliteit of hoedanigheid van de dader (sommige
strafbare feiten kunnen alleen gepleegd worden door een bepaald persoon, zoals een
ambtenaar)

Elementen zijn ongeschreven voorwaarden voor strafbaarheid: Hiermee wordt in beginsel
gedoeld op de derde en vierde component van het strafbare feit: de wederrechtelijkheid en
verwijtbaarheid.

Pas nadat aan alle formele vragen van art. 348 Sv is voldaan, komt de rechter toe aan de
materiële vragen van art. 350 Sv. De rechter stelt dan weer vier vragen:
Vraag 1: Is het ten laste gelegde feit bewezen verklaard?

, De OvJ moet alle bestanddelen van de desbetreffende wettelijke delictsomschrijving in de
tenlastelegging verwerken (wordt dit niet gedaan, dan gaat het fout bij vraag 2a). Alle
bestanddelen moeten op grond van het wettelijk bewijsrecht, dus met wettige bewijsmiddelen
(art. 338 Sv en verder), én op grond van de overtuiging van de rechter bewezen worden verklaard.
Kan het feit niet bewezen worden verklaard, volgt er vrijspraak.
Vraag 2: Is het feit strafbaar? Onderverdeeld in twee vragen:
Vraag 2a: Kan het bewezenverklaarde worden gekwalificeerd? De OvJ zal de bestanddelen
van een bepaalde wettelijke delictsomschrijving, welke volgens hem zijn vervuld, normaal
gesproken in de tenlastelegging hebben verwerkt. Als dit netjes is gedaan, is het
bewezenverklaarde gekwalificeerd. Het kan ook voorkomen dat de OvJ niet alle bestanddelen
van de wettelijke delictsomschrijving in de tenlastelegging heeft opgenomen, er is dan sprake
van verzuim. In dat geval kan het bewezenverklaarde niet worden gekwalificeerd en volgt ontslag
van alle rechtsvervolging
Vraag 2b: Is het feit ook in casu strafbaar? (Objectieve kant van het strafbare feit)
Dit is een vraag naar de wederrechtelijkheid. Dit wordt verondersteld aanwezig te zijn, tenzij
wordt aangetoond dat er een rechtvaardigingsgrond aanwezig is. In dat geval zal ontslag van alle
rechtsvervolging volgen.
Vraag 3: Is de verdachte strafbaar? (Subjectieve kant van het strafbare feit)
Dit is een vraag naar de verwijtbaarheid. Dit wordt verondersteld aanwezig te zijn, tenzij wordt
aangetoond dat er een schulduitsluitingsgrond aanwezig is. In dat geval zal ontslag van alle
rechtsvervolging volgen
Vraag 4: Straf/maatregel
De rechter zal een straf en/of maatregel opleggen of de verdachte schuldig verklaren zonder
oplegging van een straf en/of maatregel (art. 9a Sr). Een voorwaarde is dat de rechter pas aan
vraag vier toekomt, als de eerste drie vragen van art. 350 Sv bevestigend zijn beantwoord. Er
bestaan echter wel uitzonderingen op deze regel. Zo kan de rechter bijvoorbeeld een tbs-
maatregel opleggen, wanneer de verdachte ontslagen is van alle rechtsvervolging vanwege
ontoerekenbaarheid.

Soorten delicten:
1). Misdrijven en overtredingen: of een strafbaar feit een misdrijf of een overtreding is, is
afhankelijk van het strafbare feit. Misdrijven zijn over het algemeen ernstiger dan overtredingen.
Voor het Wetboek van Strafrecht geldt dat de misdrijven in boek 2 staan en de overtredingen in
boek 3.
2). Doleuze en culpoze misdrijven:
- Doleuze misdrijven: misdrijven met opzet als bestanddeel. Voorbeeld: als ‘opzettelijk’ in de
wettelijke delictsomschrijving staat. Let op: opzet kan ook ingeblikt zijn in een bestanddeel. Bij
mishandeling is dit bijvoorbeeld het geval.
- Culpoze misdrijven: misdrijven met schuld (culpa) als bestanddeel. Voorbeeld: als ‘aan schuld
te wijten’ in de wettelijke delictsomschrijving staat.
3). Materieel omschreven delicten en formeel omschreven delicten:
- Materieel omschreven delict: het handelen is naar het gevolg omschreven. Voorbeeld: dood
door schuld.
- Formeel omschreven delict: het handelen is in de delictsomschrijving scherp
getypeerd/specifiek aangeduid. Voorbeeld: diefstal.

Documentinformatie

Geüpload op
6 april 2026
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€9,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
indirajoli2006

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
indirajoli2006 Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen