bijgewerkte vragen en correcte gedetailleerde
antwoorden 100% gecontroleed.Laatste Update
Depressieve-stemmingsstoornissen
Aanwezigheid van een neerslachtige gevoelloze of prikkelbare stemming.
Kenmerken depressieve stoornis
Verlaagde stemming, minder interesse en plezier, gewichtsverlies of toename,
insomnia of hypersomnia, rusteloosheid, vermoeidheid,
waardeloosheidsgevoelens, verminderde concentratie, terugkerende
gedachten aan de dood.
Bipolaire I Stoornis
gekenmerkt door aanwezigheid van manie
Bipolair II Stoornis
Aanwezigheid van minimaal 1 hypomane episode
Cyclothyme Stoornis
Gedurende minimaal 2 jaar continue wisseling van sombere en hypomane
episoden. De symptomen zijn niet ernstig genoeg voor een manie of een
depressie.
,Melancholische kenmerken
het ervaren van plezier is verdwenen. (bij depressie)
Atypische kenmerken
Kan wel plezier beleven (bij depressie)
Psychotische kenmerken
ervaren van hallucinatie en/of wanen (bij depressie)
Peripartum
ontstaat tijdens zwangerschap of vier weken na bevalling
Remissie
volledig herstel
Response
Vermindering van klachten van minimaal 50%
Relapse
Terugval
,Recidief
Langer dan 2 maanden hersteld
Rapid cycling
binnen 1 jaar 4 of meer episoden van de bipolaire stoornis
Kans op depressieve stoornis bij leven is:
20%
Hoeveel % van mensen die depressieve episode doormaken herstellen binnen
6 maanden:
50%. 20% binnen 2 jaar een terugval. Nog eens 20% chronisch.
Leertheoretische benadering Stemmingsstoornissen
Depressie is gevolg van specifieke leergeschiedenis. Persoon heeft onvoldoende
geleerd om bekrachtigingen te ontlokken aan buitenwereld.
Skinner, iemand wordt pas beloond na heel hard werken. Of iemand wordt
snel gestrafd of het is onduidelijk of er beloning of straf zal volgen.
, Bekrachtigingstheorie Lewinsohn
Vermindering van beloning of toename van straf leidt tot depressiviteit. Het
niet beloonde gedrag neemt af in frequentie.
Zelfcontrolemodel van Rehm
Persoon beloont zichzelf onvoldoende of bestraft zichzelf teveel.
Disfunctionele cognities en cognitieve triade
ongezonde cognitieve schema's met 1) negatieve kijk op zichzelf. 2) op de
wereld 3) op de toekomst.
Diathese-stressmodel
Depressie treedt op wanneer negatieve cognitieve schema's worden
geactiveerd. Bijvoorbeeld iemand overlijdt en er wordt teruggepakt op een niet-
werkend schema.
Aangeleerde hulpeloosheidstheorie(Seligman)
Wanneer je hebt geleerd dat het niet uitmaakt of je wel of niet iets onderneemt.
Attributie, intern en extern
het begrijpen van een gebeurtenis op zichzelf betrekken of op anderen.
Daarnaast stabiele en instabiele attributie. Ook specifieke attributies.
Concordantie
Tweelingstudies, de mate waarin een aandoening bij beiden voorkomt.