Anatomie en gebitsmorfologie
,De student kent:
- De verschillende gebitsformules van verschillende groepen gebitselementen en kan
hun functies en morfologische kenmerken benoemen en beschrijven
- De morfologie van een element uit het melk- en blijvend gebit en kan deze met
behulp van anatomische nomenclatuur beschrijven.
\
Inleiding
- De anatomische terminologie van richting en plaats in de mondholte ( in het Latijn,
Nederlands en Engels) en kan deze adequaat gebruiken
- De termen bij het determineren van een gebitselement en kan deze adequaat
gebruiken
- De opbouw van een gebitselement op macroscopisch niveau, en kan deze
beschrijven.
De elementen van zowel het blijvend- als het melkgebit en kan deze met elkaar vergelijken
en classificeren op basis van morfologische hoofdkenmerken van kroon en wortel
De doorbraakvolgorde van blijvende elementen en kan deze beschrijven.
Het principe van twee gangbare nomenclatuur- systemen (two-digit code van de FDI, en het
Palmersysteem (ook wel militaire schrijfwijze of Zsigmondy systeem genoemd) en kan deze
uitleggen, en de gebitselementen benoemen met behulp van deze systemen
De classificatie van Black (locatie van caviteiten/restauraties in het gebit)
Syllabus: Morfologie van het menselijke gebit (GC vd Beek) t/m pag 20 én deel 2: het
blijvende gebit (pag 55 t/m 106)
,Gebitsmorfologie= de vormleer van tanden en kiezen
- Structuren in de mond
- Tandheelkundige terminologie
- Vlakken en richtingen
Om elkaar binnen de (tand-) heelkunde te begrijpen!!
- Assistenten
- Mondhygiënsten
- (Tand-) artsen
- Parodontologen
- Kaakchirurgen
- Enz……
Iedereen (her-) kent de tanden en kiezen en benoemt deze, evenals richting en plaats in de
mond, op dezelfde manier.
Dus als je na dit college hoort: In de maxilla, distaal van de 24 is de gingiva geïrriteerd, dan
snappen jullie precies wat ik bedoel
, Het blijvende gebit
Maxilla
Mandibula
Welke elementen onderscheiden we?
* Incisieven (snijtanden)
- I1 centrale Incisieven
- I2 laterale Incisieven
Cuspidaat (hoektand) - C
Premolaren (kleine kiezen) - P1, P2
* Molaren (kiezen) - M1, M2, M3
,De student kent:
- De verschillende gebitsformules van verschillende groepen gebitselementen en kan
hun functies en morfologische kenmerken benoemen en beschrijven
- De morfologie van een element uit het melk- en blijvend gebit en kan deze met
behulp van anatomische nomenclatuur beschrijven.
\
Inleiding
- De anatomische terminologie van richting en plaats in de mondholte ( in het Latijn,
Nederlands en Engels) en kan deze adequaat gebruiken
- De termen bij het determineren van een gebitselement en kan deze adequaat
gebruiken
- De opbouw van een gebitselement op macroscopisch niveau, en kan deze
beschrijven.
De elementen van zowel het blijvend- als het melkgebit en kan deze met elkaar vergelijken
en classificeren op basis van morfologische hoofdkenmerken van kroon en wortel
De doorbraakvolgorde van blijvende elementen en kan deze beschrijven.
Het principe van twee gangbare nomenclatuur- systemen (two-digit code van de FDI, en het
Palmersysteem (ook wel militaire schrijfwijze of Zsigmondy systeem genoemd) en kan deze
uitleggen, en de gebitselementen benoemen met behulp van deze systemen
De classificatie van Black (locatie van caviteiten/restauraties in het gebit)
Syllabus: Morfologie van het menselijke gebit (GC vd Beek) t/m pag 20 én deel 2: het
blijvende gebit (pag 55 t/m 106)
,Gebitsmorfologie= de vormleer van tanden en kiezen
- Structuren in de mond
- Tandheelkundige terminologie
- Vlakken en richtingen
Om elkaar binnen de (tand-) heelkunde te begrijpen!!
- Assistenten
- Mondhygiënsten
- (Tand-) artsen
- Parodontologen
- Kaakchirurgen
- Enz……
Iedereen (her-) kent de tanden en kiezen en benoemt deze, evenals richting en plaats in de
mond, op dezelfde manier.
Dus als je na dit college hoort: In de maxilla, distaal van de 24 is de gingiva geïrriteerd, dan
snappen jullie precies wat ik bedoel
, Het blijvende gebit
Maxilla
Mandibula
Welke elementen onderscheiden we?
* Incisieven (snijtanden)
- I1 centrale Incisieven
- I2 laterale Incisieven
Cuspidaat (hoektand) - C
Premolaren (kleine kiezen) - P1, P2
* Molaren (kiezen) - M1, M2, M3