Inhoudsopgave
College 1: Hoe gaat het op school?..................................................................2
College 2: Schooluitval en kansengelijkheid....................................................7
College 3: Soepele overgangen.....................................................................15
College 4: Schoolrijpheid, executieve functies en zelfregulatie.......................22
College 5: Rekenvaardigheid, rekenontwikkeling en rekenangst.....................26
College 6: Taal, lezen en schrijven.................................................................31
,College 1: Hoe gaat het op school?
School is een multidimensioneel construct. Dit houdt in dat dimensies met elkaar onderling
samenhangen en dat deze elkaar ondersteunen. De context (school, thuis, peers) hebben
impact op de verschillende dimensies en andersom. De schoolbetrokkenheid is de sterkste
voorspeller op schoolse vaardigheden.
Gedrag bestaat uit participatie, betrokkenheid en positief (leer)gedrag. De participatie in
school-gerelateerde activiteiten is zichtbaar in diverse contexten:
- Gestructureerd; dingen zoals klassikale instructie, gymles, leerkracht-gestuurd
groepswerk.
- Ongestructureerd; pauzes, zelfstandig werken, groepsprojecten, huiswerk.
Positief leergedrag is terug te zien in aanwezigheid, zich aan de regels houden en taakgericht
gedrag.
Betrokkenheid bij het leren is terug te zien in het tonen van inzet, het hebben van
doorzettingsvermogen en het afmaken van taken/huiswerk.
Emoties zijn terug te vinden in:
- De gevoelens van de leerlingen in de klas
- Het gevoel van verbondenheid met de school en ‘erbij horen’
- Interesses en waarden
- Relatie met culturele waarden
o Er is een correlatie tussen emotionele betrokkenheid en schoolse vaardigheden
is sterker voor Aziatische dan voor Europese/Amerikaanse studenten.
Cognitieve betrokkenheid = het inzetten van leerstrategieen, zelfregulatie en behoefte aan
uitdaging.
- Het inzetten van leerstrategieen; herhalen, samenvatten, begrijpen van de leerstof
- Zelfregulatie; mentale effort, motivatie om iets te leren, metacognitieve strategieën.
Onderzoek naar gedrag, emotie en cognitie
Uit onderzoek van Mikami et al. wordt er gekeken in hoeverre gedrag, emotie en cognitie
samen hangen. In deze studie doen 1084 Amerikaanse scholieren mee. Er zijn 3
meetmomenten (oktober, januari, april).
Hieruit bleek dat de volgende factoren met elkaar samenhangen:
- De verbondenheid met klasgenoten
- Betrokkenheid/inzet in de klas
- Academische prestaties
,Waar komen problemen of individuele verschillen vandaan?
In een medisch model worden individuele problemen besproken en wordt hier dus een
individuele oplossing/aanpassing voor gevonden (bijvoorbeeld extra tijd op een toets).
Bij een sociaal model zien we dat het probleem in interactie is met de omgeving. Hierin
moeten er dan dus ook aanpassingen worden gemaakt in de omgeving (bijvoorbeeld
verbeteren klassenmanagement). – voorkeur van de overheid.
Binnen dit vak kijken wij naar problemen via het biopsychosociaal model, gebaseerd op die
van Klein en De Camargo (2018).
Domein functioneren = funderende en sociale vaardigheden op school.
- Verbale communicatie (taalvaardigheid, verbaal redeneren)
- Schoolse basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen)
- Visueel cognitief (visuele perceptie, non-verbaal redeneren)
- Sociale vaardigheden (vriendschappen,
- Executief functioneren
- Zelfregulatie
Schoolbetrokkenheid = in hoeverre een kind is betrokken bij en op school.
Medisch en/of ontwikkelingsproblematiek
- SLD – specific learning disorder
- EBD – emotional behaviour disorder
- DCD – developmental coordination disorder
- TD – typical development
Al deze vormen horen samen bij de SEN (Special Educational Needs)
Externe factoren:
- Onderwijssysteem. Hierin denken we aan:
o Wet- en regelgeving binnen organisaties
o Organisaties; regulier onderwijs, speciaal (basis) onderwijs,
samenwerkingsverbanden etc.
- School en klas. Hierin denken we aan;
o Fysieke omgeving (inrichting van het klaslokaal, school en schoolplein)
o Klassenklimaat
, o Time management (instructional efficiency)
o Steun, aandacht en ondersteuning voor alle leerlingen (inclusief de percepties
en beliefs van de leerkracht over diversiteit).
o Acceptatie klasgenoten
- Familie en thuis
o Sociale klasse
o Thuistaal
o Stress
o Gezinssamenstelling
o Ouder met gezondheidsproblemen
o Opvoedingsstijl
o Kwaliteit ouder-kind relatie en ouder-ouder relatie
o Ouderbetrokkenheid bij school (EN de kwaliteit van de relatie tussen ouder-
leerkracht
Persoonlijke factoren
- Neurocognitief – zowel de verwerkingssnelheid en het fonologisch bewustzijn
- Psychosociaal – zowel affectief (motivatie, angst) als sociaal-emotioneel (leerkracht-
leerling relatie)
Passend/inclusief onderwijs
2014 de start van passend onderwijs
2020 de evaluatie over de afgelopen jaren passend onderwijs. Hier kwam onder andere
naar boven dat:
- Het hoorrecht van leerlingen moet worden ingezet
- Landelijke norm basisondersteuning moet beter
Er moet betere informatie in de schoolgids over ondersteuningsaanbod: er moeten meer
mogelijkheden komen om verzuim en uitval te voorkomen.
2025 er is van ¼ samenwerkingsverbanden onvoldoende dekkende voorzieningen. Wet
versterking van de positie van ouders en leerlingen in het passend onderwijs.
2027 nieuwe evaluatie van passend onderwijs en de verbeteraanpak
2035 inclusief onderwijs
Ondersteuningsroute passend onderwijs
1. Leerkracht in gesprek met leerling
2. Leerkracht in gesprek met collega’s
3. Intern begeleider denkt mee en schakelt eventuele begeleiding van buiten school in
4. Bespreking met ondersteuningsteam
5. Schoolbestuur beslist over het inschakelen van het samenwerkingsverband
6. Samenwerkingsverband adviseert/beslist over eventuele plaatsing in het speciaal
(basis)onderwijs
7. Ouders melden hun kind aan bij een school voor speciaal (basis)onderwijs