Anatomie heupgewricht:.............................................................................................................2
Artrose:........................................................................................................................................8
Heup en knieprotheses:............................................................................................................14
Knie anatomie en onderdelen...................................................................................................19
Knieblessures............................................................................................................................26
Voorste kruisband ruptuur........................................................................................................32
Meniscusletsel...........................................................................................................................40
Spierblessures...........................................................................................................................45
Enkelbanden..............................................................................................................................50
Axiale spondyloartritis..............................................................................................................57
Pijnmodulatie............................................................................................................................72
1
,Anatomie heupgewricht:
Botten:
1. Coxale botten
2. Heiligbeen
- De bekkengordel vormt samen met het staartbeen het bekken. Het bekken omvat
ook het staartbeen.
- De botten van de bekkengordel zijn groot en zwaar en stevig bevestigd via het axiale
skelet via de 5e lendenwervel
- Heupkom wordt ook wel acetaulum genoemd, hierin ligt de kop van het dijbeen
o Dragen van het gewicht van het bovenlichaam
o Bescherming van de voortplantingsorganen, urineblaas, en dikke darm
- Elk heupbot wordt gevormd door de fusie van drie botten:
o Het darmbeen, het zitbeen en het schaambeen
- Het darmbeen: (os ilium)
o Het grootste deel van het bekken
o Maakt verbinding met het heiligbeen(het sacro-iliacale gewricht)
- Het zitbeen (os ischium): onderste deel van de bekkengordel
- De zitbeenknobbel (tuber ischiadicum): vangt het lichaamsgewicht op wanneer je zit
- De bekkenkam (crista iliaca): belangrijk oriëntatiepunt voor het zetten van een
intramusculaire injectie
Ligamenten:
2
,Spieren heup:
Spiergroep Spieren Hoofdfunctie
Gluteaal Glut. max, med, min Extensie, abductie
Exorotatore Piriformis, gemelli, obturators, quadratus femoris Exorotatie
n
Flexoren Iliopsoas, rectus femoris, sartorius, TFL Flexie
Adductoren Longus, brevis, magnus, gracilis, pectineus Adductie
Hamstrings Biceps long head, semis, semimem Extensie heup
Synoviaal gewricht:
3
, Onderdelen van een synoviaal gewricht + functies
1. Botuiteinden
o De twee uiteinden van botten die in het gewricht samenkomen.
o Dienen als beweegbare onderdelen van het gewricht.
2. Articulair kraakbeen (hyaline kraakbeen)
o Bedekt de uiteinden van de botten in het gewricht.
o Functie: vermindert wrijving en absorbeert drukbelasting/shock tijdens
beweging.
3. Synoviale holte (joint cavity)
o Ruimte tussen de botuiteinden gevuld met synoviaal vocht.
o Hierdoor glijden de botten soepel over elkaar.
4. Synoviaal vloeistof
o Dun, stroperig vocht in de gewrichtsholte.
o Functies:
Smeert en vermindert wrijving tijdens beweging.
Voedt het kraakbeen (kraakbeen heeft geen bloedvaten).
Absorbeert schok en draagt bij aan gladde beweging.
5. Gewrichtskapsel (articular capsule)
o Omgeeft het hele gewricht en vormt een afgesloten ruimte.
o Functie: bescherming, stabiliteit en productie/vasthouden van synoviaal
vocht.
o Bestaat uit twee lagen:
Buitenste vezelige laag: sterkte en kapselversterking
Binnenste synoviaal membraan: maakt synoviale vloeistof.
6. Synoviaal membraan
o Binnenlaag van het kapsel.
o Bevat twee typen cellen:
Fibroblastachtige B-cellen: maken synoviale vloeistof.
Macrofaagachtige A-cellen: ruimen beschadigde moleculen op.
4