Social research strategies
• Logos = kunde
• Methos = de weg
Live geheugen onderzoek
• Vraag: waarom lukt het soms beter informatie te onthouden dan andere keren?
• Hypothese: hoe meer ordening en structuur, des te beter het te onthouden is
• Experiment: experimentele groep en controlegroep
o Experimentele groep: veel ordening
o Controlegroep: weinig ordening
• Is een experimenteel design inductief of deductief?
o Deductief, er is een duidelijke manipulatie
§ Er is vooraf een hypothese geformuleerd
o Bij inductief begin je echt met observeren en is er geen theorie
§ Er zit wel een inductieve fase in het onderzoek
§ Bij het bekijken van data / observaties en teruggaan naar de theorie of
aanpassen van de theorie à inductieve aanpak
Deductie vs. inductie
• Deductief: je leidt vooraf een hypothese af uit de theorie en gaat deze toetsen
• Inductief: je verkrijgt inzicht door het verzamelen en analyseren van gegevens
Filosofische uitgangspunten
• Ontologie en epistemologie
o Ontologie: zijnsleer
o Epistemologie: kennisleer
• Nodig omdat er meningsverschillen zijn tussen sociale wetenschappers over ‘goed
onderzoek’
• Begrijpen van verschillende benaderingen en fundamentele aannames
• Je epistemologische opvatting beïnvloedt jouw keuzes in onderzoeksproces
Ontologie (zijnsleer)
• Wat is de fundamentele aard van de werkelijkheid?
• Hoe zit de sociale werkelijkheid in elkaar?
• Wat zijn de eigenschappen van ‘het zijn’?
• Objectivisme vs. constructivisme
o Objectivisme: realiteit is iets dat extern bestaat. Sociaal verschijnsel, sociale
wereld is onafhankelijk van menselijke betekenisgeving
§ Focus op feiten: ongelijkheid, armoede, democratie zijn geen
constructies, maar objectieve, externe verschijnselen die ons
beïnvloeden
o Constructivisme: er is geen werkelijkheid die onafhankelijk is van menselijke
betekenisgeving. Het is een bouwsel dat samen door mensen in bepaalde
context wordt gevormd door percepties, labels, associaties (vloeibaar en
veranderlijk)
§ Focus op perspectieven: onrechtvaardigheid, vrijheid, democratie zijn
geen objectieve verschijnselen, maar ‘sociale constructies’ die een
specifieke betekenis hebben in een bepaalde context
VU Amsterdam | Premaster Bestuurskunde | Methodologie van Sociaalwetenschappelijk Onderzoek
,Epistemologie (kennisleer)
• Hoe kunnen we de wereld om ons heen kennen? Wat is kennis?
• Hoe verkrijgen wij aanvaardbare kennis over sociale werkelijkheid?
• Thomas Kuhn vs. Karl Popper
o Karl Popper: sluit aan bij objectivisme
§ Theorieën zijn met elkaar te vergelijken en kunnen deze toetsen aan
de ‘harde feiten’. Onjuiste theorieën kunnen we weggooien
§ Realisme: we kunnen kennis vergaren over ‘de waarheid’, een goede
wetenschappelijke theorie omschrijft min of meer ‘de werkelijkheid’
§ Inductie-probleem: wat hebben we eigenlijk aan een bevestigende
observatie? Inductie bevat geen logische zekerheid
• Oplossing: falsificatie
o We hebben niet veel aan een bevestigende observatie,
maar wel aan een weerlegging
o Stelling: alle zwanen zijn wit. Door een zwarte zwaan te
zien, kun je dit weerleggen
o ‘Popperiaans denken’: data kunnen mijn theorie niet
weerleggen
o Thomas Kuhn: sluit aan bij constructivisme
§ Ene paradigma/perspectief/denkraam is niet beter dan het andere
§ Je kunt ergens op verschillende manieren naar kijken
§ Ze zijn incommensurable (onverenigbaar, ‘incompatible’)
§ Paradigma-wisseling brengt ons niet dichter bij ‘de waarheid’
• Copernicaanse revolutie: idee dat aarde het middelpunt was
van het stelsel, maar bleek aarde om de zon te zijn
• Darwin’s evolutietheorie: ‘soort’ was onveranderlijk, bleek niet
zo te zijn
• Continentale drift-theorie: fixisme was de waarheid, continenten
zitten vast op de aardbodem. Later bleken continenten over de
aardbodem te bewegen
Verklaren en begrijpen
• Positivistische en interpretatieve sociale wetenschap
• Sociale wetenschappen: pre-paradigmatisch
• Er is geen overeenstemming over de epistemologische veronderstellingen
• Er is geen eenduidige visie op hoe onderzoek gedaan kan en moet worden
Twee ideaaltypische benaderingen om kennis over sociale werkelijkheid te vergaren:
1. Positivistische school: verklaren (Erklären)
2. Interpretatieve school: begrijpen (Verstehen)
3. Kritisch-emancipatoire benadering: samenleving veranderen, emanciperen
1. Positivisme – verklarend
• Vanaf een afstand proberen patronen, structuren en verbanden te analyseren.
Afstandelijke blik, met concepten die anderen niet snel over zichzelf zouden zeggen
• Naturalisme: methode uit de natuurwetenschappen kopiëren en toepassen in de
sociale wetenschappen
• Positivisme voor sommigen een scheldwoord (negatieve lading, data nerd)
• Alternatieve benaming: empirisch-analytisch
• Nomothetische verklaringen (nomos = wet): op zoek naar algemene, universele,
causale wetmatigheden om patronen in menselijk gedrag te verklaren
• Reductionistisch: focus op invloed van bepaalde, afzonderlijke variabelen
VU Amsterdam | Premaster Bestuurskunde | Methodologie van Sociaalwetenschappelijk Onderzoek
, Hoe komen we tot kennis?
• Formuleren via deductie van theorieën en hypothesen (causale wetmatigheden)
• Toetsen door vergelijking met ‘harde feiten’
o Door eliminatie onjuiste theorieën leren we van onze fouten (inductie,
falsificatie)
• Empirisme: we verkrijgen kennis via zintuigelijke ervaringen (waarnemingen)
o Phenomenalism: radicale vorm van empirisme
2. Interpretivisme – begrijpend
• ‘Leg eens uit waarom je dit doet’, inleven in de situatie
• Omvat verschillende intellectuele tradities:
o Hermeneutiek (‘uitleggen’): studie van de interpretatie van teksten
o Phenomenology: studie van betekenisgeving van mensen
o Verstehen: begrijpen (Max Weber)
• Doel: bestuderen van betekenis van menselijk denk en handelen, op een bepaald
tijdstip in een bepaalde context
• Onderzoek vaak idiografisch: beschrijving van uniek geval, context, proces
o Zal zich nooit op dezelfde manier herhalen
• Holistisch (holo = geheel): gericht op de gehele context
o Alle factoren die een rol kunnen spelen in kaart brengen
Hoe komen we tot kennis?
• Bekijk de wereld door de ogen van iemand anders
• Double interpretation: onderzoeker beschrijft en interpreteert de perspectieven van
onderzochte mensen
o Interpretaties van interpretaties van anderen
• Let op: tweede, epistemologische betekenis van constructivisme: onderzoeker
presenteert altijd één specifieke versie van de sociale werkelijkheid
Twee benaderingen (research strategies)
• Kwantitatief en kwalitatief
o Kwalitatief: meer interpretivisme, betrokken
o Kwantitatief: meer positivisme, afstandelijker
• Kwantificeren van gegevens of niet: gebruik je getallen of niet?
Kwantitatief Kwalitatief
Ontologie Objectivisme Constructivisme
Epistemologie Positivistisch Interpretatief
Rol van theorie Nadruk op deductie Nadruk of inductie
Concepten meten en Concepten en theorieën
theorieën toetsen verkennen en ontwikkelen
Let op: kwantitatief en kwalitatief onderzoek kunnen gecombineerd worden!
Samengevat
• Onderzoeksbenadering: research strategy
o Beïnvloedt je onderzoeksvraag: wil je iets verklaren of begrijpen?
• Onderzoeksontwerp: research design
o Plan van aanpak uitvoering onderzoek
• Onderzoeksmethode: research method
o Manier waarop gegevens verzameld en geanalyseerd worden
o Vb. survey (kwantitatief) of diepte-interviews (kwalitatief)
VU Amsterdam | Premaster Bestuurskunde | Methodologie van Sociaalwetenschappelijk Onderzoek