Rekenen + Wiskunde (PABO) +
antwoordenmodel
PABO – Leerjaar: 2025/2026
Aantal vragen: 75
Tijd: 60 minuten
Hulpmiddelen: geen rekenmachine
Cesuur (indicatie): 55/75 goed = voldoende
Correctiemodel is opgenomen achter in het document.
Vraag 1
Welk Romeins cijfer staat voor 100?
A. C
B. L
C. D
D. X
Vraag 2
Welk Romeins cijfer staat voor 50?
A. V
B. L
C. C
D. X
Vraag 3
Welke regel geldt als een kleiner Romeins cijfer vóór een groter cijfer staat?
A. Je telt de waarden op
B. Je trekt de kleine waarde af van de grote
C. Je vermenigvuldigt de waarden
D. Je deelt de waarden
Vraag 4
Welke plaatswaarde heeft het cijfer 7 in het getal 4.702?
A. Eenheden
B. Tientallen
,C. Honderdtallen
D. Duizendtallen
Vraag 5
Wat is een kenmerk van het decimale positiestelsel?
A. Gebaseerd op 2
B. Gebaseerd op 10
C. Gebaseerd op 5
D. Gebaseerd op 100
Vraag 6
Bereken:
3,75 × 0,4
A. 1,25
B. 1,5
C. 1,75
D. 0,15
Vraag 7
Bereken:
125 × 16
A. 1500
B. 1800
C. 2000
D. 2200
Vraag 8
Bereken:
840 : 0,7
A. 120
B. 1200
C. 12
D. 1000
Vraag 9
Een leerling rekent:
402 − 198 = 304
Wat gaat hier fout?
A. Geen fout
B. Verkeerd lenen
, C. Verkeerd compenseren
D. Optellen i.p.v. aftrekken
Vraag 10
Welke strategie is het meest efficiënt bij:
199 + 47
A. Kolomsgewijs
B. Compenseren via 200
C. Splitsen
D. Herhaald optellen
Vraag 11
Bereken:
3/4 van 120
A. 60
B. 75
C. 90
D. 100
Vraag 12
Wat is 12,5% van 240?
A. 24
B. 30
C. 36
D. 40
Vraag 13
Een prijs stijgt van €80 naar €92.
Hoeveel procent stijging?
A. 10%
B. 12%
C. 15%
D. 20%
Vraag 14
Welke breuk is het grootst?
A. 5/6
B. 7/8
C. 4/5
D. 3/4
Vraag 15