Inhoudsopgave
1. VRN
Volksgezondheid
Dimensie gezondheidszorg
Model van Lalonde
GVO-cyclus
Epidemiologie
ASE model
Dementie
Palliatieve/terminale fase
Delier
Palliatief redeneren
Communiceren tijdens de diverse stadia dementie
Zorgtechnologie
Beperking in copingvaardigheden
Ketenzorg
2. AFP
Spijsvertering
Nieren en urinewegen
Zenuwstelsel
Visus
Infectieleer
Bloed en stolling
De huid en eczeem
3. VTV
Sondevoeding
Zelfmanagement diabetes
Decubitus
Mondzorg
Katheteriseren
Injecteren
Infusie
Algemeen
, Verpleegkundig redeneren
Week 1 gezond en ziek
Kan benoemen wat hij/zij onder ‘gezondheid’ verstaan.
Kent de diversiteit van het begrip ‘gezondheid’ m.b.v. disease - illness – sickness
Kan benoemen welke factoren van invloed zijn op gezondheid van mensen in het
algemeen en dit toepassen op haar/zijn eigen situatie
Kan m.b.t. gezondheid en gezond gedrag de norm benoemen waaraan voldaan moet
worden.
Gezondheid is het algemeen welbevinden van een persoon. Hierbij wordt rekening gehouden
met fysieke, mentale en emotionele aspecten.
Disease= ziekte, medisch en biologisch. Dit kan gediagnostiseerd worden
Ilness= ziek zijn, ziektegevoel of aandoening. Het persoonlijk ervaren van ziek zijn.
Sickness= misselijkheid, ziek zijn, het alledaagse woord voor ziek zijn of misselijkheid
Er zijn verschillende factoren die van invloed zijn op de gezondheid van mensen:
Genetische factoren: het kan erfelijk zijn
Levensstijl: de manier waarop we leven, zoals voeding, beweging en slaap.
Sociale omstandigheden: zoals inkomen, opleidingsniveau, omgeving en sociale
relaties.
Omgeving: zoals luchtverontreiniging en beschikbaarheid van voedingsmiddelen
Ziekteverwekkers: zoals bacteriën, virussen en schimmels.
De norm voor gezond gedrag waaraan voldaan moet worden:
1. Voldoende beweging, volwassenen moeten minstens 150 minuten matig intensief of 75
minuten intensief bewegen per week.
2. Gezonde voeding, schijf van 5
3. Weinig zout en zoetstoffen
4. Voldoende peulvruchten, noten, vis en eiwitrijke producten
5. Voldoende water
Week 2 GVO cyclus deel 1
Heeft kennisgemaakt met de GVO cyclus, het Health Field Concept van Lalonde en het
ASE model.
Weet uit welke stappen de GVO-cyclus bestaat
Heeft kennis van de gezondheidsindicatoren incidentie, prevalentie, mortaliteit en
morbiditeit.
Wat is het Health Field Concept? Verklaart gezondheid vanuit 4 grote invloed gebieden:
Menselijke biologie (erfelijkheid, leeftijd)
Leefstijl (roken, voeding, beweging)
Omgeving (lucht, water, woonomgeving
Gezondheidszorg (zorgsystemen, toegang tot artsen)
,Wat is het Concept van Lalonde? De basis voor het Health Field Concept, gezondheid wordt
vooral bepaald door leefstijl en omgeving, niet alleen door medische zorg
Wat is het ASE model? Het verklaart gedrag. Bestaat uit drie onderdelen:
A = attitude (Wat vind ik belangrijk?)
S = sociale invloed (Wat vindt de omgeving)
E= eigen effectiviteit (denk ik dat ik het kan?)
Wat is de GVO-cyclus? Voor gezondheidsbevordering
Stappen van de GVO-cyclus:
1. Plan: de fase waarin de doelen en plannen worden opgesteld
2. Do: de plannen worden uitgevoerd en geïmplementeerd
3. Check: de uitvoering wordt gecontroleerd en geëvalueerd.
4. Act: er wordt gekeken of er aanpassingen nodig zijn.
De GVO-cyclus is een continu proces, na elke act-fase begint de cyclus weer
opnieuw.
Incidentie= het aantal nieuwe gevallen van een ziekte in en een bepaalde periode.
Prevalentie= totaal aantal bestaande gevallen van een ziekte op een bepaald
moment of periode.
Mortaliteit= aantal sterfgevallen in een bevolking
Morbiditeit= mate van ziekte in een bevolking (hoe vaak mensen ziek zijn)
Week 3 GVO-cyclus deel 2
Kent de aspecten van het ASE-model;
Kan het ASE-model toepassen
Kan benoemen wat de (endogene en exogene) gedragsdeterminanten zijn bij menselijk
gedrag met behulp van het ASE model;
Kent het Stages of change model en kan deze toepassen op de casus van mw. van
Dongen.
Kent stap 1 t/m 7 van het model van gedragsverandering
De aspecten van het ASE-model:
A= attitude (houding) Wat vind ik ervan? Voordelen en nadelen
S= sociale invloed, wat vindt de omgeving ervan? Voelt iemand druk vanuit de omgeving?
E= eigen effectiviteit, het vertrouwen en inzet dat je hebt om het gedrag uit te voeren.
Voorbeelden van endogene determinanten bij menselijk gedrag m.b.v. ASE model:
Endogene determinanten: factoren die van binnenuit de persoon zelf komen
Voorbeeld bij attitude: persoonlijke overtuigingen en gevoelens over gedrag
Voorbeeld bij eigen effectiviteit: vertrouwen hebben in jezelf
Voorbeelden van exogene determinanten bij menselijk gedrag m.b.t. ASE model:
, Exogene determinanten: factoren die van buiten de persoon komen
Voorbeeld bij sociale invloed: Invloed van anderen op gedrag, cultuur, opvoeding, zorgverleners
Stages of change model (fasen van gedragsverandering)
1. Aandacht hebben (openstaan)
2. Begripsverbetering (begrijpen)
3. Attitudeverandering (willen)
4. Hanteren van sociale invloed (kunnen omgaan)
5. Toename eigen effectiviteit (kunnen uitvoeren)
6. Gedragsverandering (doen)
7. Gedragsbehoud (blijven doen)
Week 4 introductie zorgtechnologie en klinisch redeneren
Je kunt de essentie en het doel van zorgtechnologie benoemen en waarom dit steeds
belangrijker wordt in de zorg;
Je hebt kennis van de MEWS, AVPU, GCS en ABCDE methodiek;
Je kan benoemen wanneer je de MEWS, AVPU, GCS en ABCDE methodiek in zet;
Je kunt het belang van de MEWS, AVPU, GCS en ABCDE methodiek benoemen en hebt
inzicht in wanneer je als verpleegkundige actie moet ondernemen.
Zorgtechnologie verbetert de veiligheid, de kwaliteit van leven en de verruiming van de leefruimte
van bewoners. Het wordt steeds belangrijker in de zorg omdat er vergrijzing is in Nederland en
tekort aan zorgpersoneel. Ook worden patiënten er zelfstandiger van en maakt de zorg
betaalbaarder.
ABCDE methodiek: gebruiken bij: acute situatie
A – airway (luchtweg vrij?)
B – breathing (ademt de patiënt?)
C – circulation (bloedsomloop bloeddruk/pols)
D – disability (is de patiënt bij bewustzijn?)
E – exposure (temperatuur)
Het belang is dat je levensbedreigingen eerst behandelt. Je neemt actie bij elke tegenkomende
afwijking. Denken en meteen doen.
AVPU methodiek: gebruiken bij snelle check van bewustzijn
A – alert (helder)
V – verbal (reageert op aanspreken)
P – pain (reageert alleen op pijn)
U – unresponsive (reageert niet)