herkansing Vennootschaps- en rechtspersonenrecht 27 juni 2023
Welkom bij het tentamen Vennootschaps- en Rechtspersonenrecht!
Datum: 27 juni 2023
Tijd: Regulier: 8:30-11:15 uur/ Extra tijd: 8:30-11:45 uur.
Algemene instructies
Het tentamen bestaat uit twee onderdelen: Het tentamen bestaat uit twee onderdelen: twintig (20)
multiple choice vragen en drie (3) korte casus (1, 2 en 3) met in totaal zes (6) open vragen. Voor de open
vragen kunt u max. 50 punten scoren. Voor de MC vragen geldt dat ieder goed antwoord 2,5 punt (op
een schaal van 100) oplevert, met een max. van 20 x 2,5= 50 punten. De uitslag van het tentamen wordt
zoals gebruikelijk vijftien (15) werkdagen na afloop van het tentamen bekend gemaakt.
De volgende hulpmiddelen zijn toegestaan:
• niet-becommentarieerde wetboeken
• een lijst met arresten wordt uitgedeeld, gebruik van geprinte arresten is niet toegestaan
• (fysiek) kladpapier wordt uitgedeeld
Veel succes!
meerkeuzevragen
Vraag 1
Notarismaatschap Waarvan Akte bestaat uit drie zussen, Marie, Nellie en Ottoline, die allen notaris zijn.
Welke stelling is juist?
a. Faillissement van Marie betekent het faillissement van de maatschap
b. Faillissement van Marie leidt tot gedeeltelijke ontbinding: alleen voor wat betreft het
maatschapsdeel van Marie
c. Faillissement van Marie leidt tot gehele ontbinding van de maatschap, ook als ten aanzien van
de overige maten een voortzettingsbeding is overeengekomen
d. Faillissement van Marie leidt tot gehele ontbinding van de maatschap, tenzij in het
maatschapscontract met een voortzettingsbeding anders is bepaald
Volgens art. 7A:1683 sub 4 BW wordt de maatschap ontbonden indien een van de maten failliet is
verklaard. Alt a is onjuist, het faillissement van Marie leidt niet ook tot faillissement van de maatschap.
Partijen kunnen afspreken door middel van een voortzettingsbeding dat de maatschap wordt voortgezet
door de overige maten, alt d is juist. (zie Van Veen, Personenvennootschappen VU p. 15, Canvas). Alt b is
onjuist; er moet wel een voortzettingsbeding zijn overeengekomen.
,Herkansing V&R juni 2023 uitwerkingen
Vraag 2
Prisma NV kent uitsluitend aandelen op naam. Bij oprichting bedraagt het gestorte kapitaal €50.000. Bij
de oprichting zijn geen afspraken gemaakt met betrekking tot de stortingsplicht.
Wat is het bedrag van het maatschappelijk kapitaal bij oprichting minimaal en maximaal?
a. Minimaal €45.000, maximaal €50.000
b. Minimaal €45.000, maximaal €500.000
c. Minimaal €50.000, maximaal €250.000
d. Minimaal €50.000, maximaal €1.000.000
Alt c is juist; €45.000 is het minimumkapitaal, zie art. 2:67 lid 2 en 3 BW. In de casus is meer gestort
dan het minimumkapitaal en zijn geen afspraken gemaakt over de stortingsplicht (art. 2:80 lid 1 BW),
de gehele nominale waarde is dus gestort. Het gestorte kapitaal is in casu dan ook gelijk aan het
geplaatste kapitaal. Aangezien er geen aandelen kunnen worden uitgegeven boven het bedrag van
het maatschappelijk kapitaal is het maatschappelijk kapitaal van NV A minimaal €50.000. Bij NV
moet ten minste 1/5e deel van het maatschappelijk kapitaal zijn geplaatst (art. 2:67 lid 4 BW). Het
maatschappelijk kapitaal bedraagt derhalve maximaal 5 x €50.000 = €250.000. Alt a, b en d zijn om
dezelfde reden onjuist.
Vraag 3
Volgens de statuten van de Stichting Vogelopvang Volendam behoeft het besluit van het bestuur tot
wijziging van de statuten de voorafgaande goedkeuring van Vogelbescherming Nederland. Het bestuur
besluit met de vereiste meerderheid van stemmen tot wijziging van de statuten van de Stichting zonder
dat daarvoor de goedkeuring van Vogelbescherming Nederland is gevraagd.
Welke van de onderstaande beweringen is juist?
a. Het besluit tot statutenwijziging is nietig
b. Het besluit tot statutenwijziging is non-existent
c. Het besluit tot statutenwijziging is vernietigbaar op grond van art. 2:15 lid 1 sub a BW
d. Het ontbreken van de goedkeuring door Vogelbescherming Nederland heeft geen gevolgen voor de
geldigheid van het besluit
Alt a is juist; het besluit tot statutenwijziging is nietig. Het besluit behoefde volgens de statuten de
voorafgaande goedkeuring van Vogelbescherming Nederland. Het ontbreken van een door de
statuten voorgeschreven voorafgaande handeling levert geen gebrek op in de zin van art. 2:15 lid 1
sub a BW (zie art. 2:15 lid 2 BW), maar nietigheid op grond van art. 2:14 lid 2 BW. Alt b, c en d zijn om
dezelfde reden onjuist.
, Herkansing V&R juni 2023 uitwerkingen
Vraag 4
De Stichting Oude Landbouwgewassen heeft een molen in eigendom. Het in de molen tot meel gemalen
graan wordt afgezet in binnen- en buitenland. In de statuten is vermeld dat het doel van de stichting is
het verbouwen van oude graansoorten, het malen van graan en het verkopen van het meel aan haar
leden. Leden zijn gedefinieerd als personen of ondernemingen die met de stichting een overeenkomst
zijn aangegaan over de afname van meel van de stichting. De vergadering van leden is op grond van de
statuten bevoegd tot benoeming van de bestuurders van de stichting. Welke stelling is juist?
a. De stichting kan worden ontbonden wegens strijd met de wettelijke omschrijving van haar
rechtsvorm: een stichting is een non profit organisatie en mag derhalve geen onderneming
drijven
b. De stichting handelt in strijd met het ledenverbod omdat zij blijkens haar statuten leden kent
c. De stichting handelt in strijd met het ledenverbod omdat blijkens haar statuten de vergadering
van leden de bevoegdheid heeft tot benoeming van bestuurders
d. Er is geen sprake van strijd met de wettelijke omschrijving van de rechtsvorm van de stichting
Gezien de wettelijke omschrijving van de stichting (art. 2:285 BW) is het haar niet verboden een
commercieel doel na te streven (alt a is onjuist). Het feit dat de statuten van ‘leden’ spreken betekent
nog niet dat de stichting leden kent (alt b is onjuist). Of er strijd met het ledenverbod is, moet worden
beoordeeld aan de hand van de bevoegdheden die statutair aan de vergadering van leden is toegekend.
Zie art. 2:285 lid 2 BW; dat aan de vergadering van leden de bevoegdheid tot benoeming van de
bestuurders is toegekend, levert geen strijd op met het ledenverbod (alt c is onjuist, alt d is juist).
Vraag 5
De statuten van Verre Reizen NV wijken niet af van de wet. In het handelsregister is vermeld dat de
vennootschap wordt vertegenwoordigd door haar bestuur. De NV kent drie bestuurders: Abdel, Beyza
en Carola. Abdel koopt op naam van de NV een bedrijfsauto van Cars BV.
Welke van de onderstaande beweringen is juist?
a. De NV is niet gebonden aan de aankoop; het handelsregister vermeldt immers dat slechts het
voltallige bestuur bevoegd is tot vertegenwoordiging van de vennootschap
b. De NV is slechts gebonden aan de aankoop indien de aankoop door Beyza en Carola wordt
bekrachtigd
c. De NV is gebonden aan de aankoop; de inschrijving in het handelsregister doet geen afbreuk aan de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van Abdel
d. De NV is niet gebonden aan de aankoop, alleen bestuurder Abdel is gebonden aan de
overeenkomst met Cars BV