Samenvatting Beschrijvende statistiek
HOOFDSTUK 1 1.1 Inleiding Een belangrijke eis is dat gegevens numeriek zijn. Deze gegevens zijn opgeslagen in een spreadsheet. In de rijen staan de analyse-eenheden (horizontaal), in de kolommen staan variabelen met informatie OVER de analyse-eenheden (verticaal). 1.2 Vier soorten variabelen Een variabele meet een bepaald kenmerk van de analyse-eenheden (geslacht, gehuwd, leeftijd, enz.). In de statistiek worden variabelen verdeeld in vier meetniveaus: 1. Nominaal: - Laagste niveau, - De categorieën worden alleen onderscheiden door naamgeving - Geen rangorde 2. Ordinaal - Wel rangorde (bijv. opleiding) + moet oplopend zijn - Verschillen tussen variabelen/codes is niet duidelijk (mate van toename kennis) 3. Interval - Verschillen tussen variabelen/codes is wel duidelijk (temperatuur) - Rangorde - Geen vast nulpunt 4. Ratio - Rangorde - Gelijke afstanden tussen variabelen - Absoluut nulpunt - Je kunt ratio’s (=verhoudingen) berekenen (400 graden is 2x zo heet als 200 graden) Er bestaan ook dichotome variabelen: zij bestaan uit slechts twee categorieën (geslacht). Hierbij is er sprake van een rangorde van ‘wel’ of ‘niet’. Ook is er sprake van maar 1 interval waardoor de afstand dus altijd gelijk is. dichotome variabelen vallen onder het ratio meetniveau. 1.3 Selectie van analyse-eenheden; de steekproeftrekking Om m.b.v. een beperkt aantal analyse-eenheden te kunnen generaliseren naar een hele populatie, maakt men gebruik van een steekproef. Een steekproef moet wel representatief zijn (= goede afspiegeling van de totale populatie). Om dit te kunnen bereiken hebben we verschillende manieren om een steekproef te trekken: 1. Enkelvoudige aselecte steekproef
Geschreven voor
Documentinformatie
- Geüpload op
- 16 april 2026
- Aantal pagina's
- 13
- Geschreven in
- 2025/2026
- Type
- SAMENVATTING
Onderwerpen
-
samenvatting beschrijvende statistiek